Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Elektrische aansluitingen

De verschillende kringen van een elektriciteitsinstallatie vertrekken allemaal van het beveiligingsbord. Ze laten toe de elektriciteit naar elk gebruikspunt te brengen. Ze bestaan uit geleiders (kabels). Sommige kringen gaan rechtstreeks van het beveiligingsmechanisme naar het gebruikspunt (stopcontact, kookplaat …), andere worden gebruikt via een bedienings- of aansluitinrichting (schakelaar, stopcontact …). De doorsnede van de elektrische geleiders is genormaliseerd volgens het vermogen van de kringen die ze van stroom voorzien.

  • Elektrische aansluitingen

    Download de PDF
  • De risico's en defecten

    De lichamelijke risico's

    De doorgang van elektrische stroom door het lichaam kan ernstige gevolgen hebben, gaande van gewoon getintel tot een hartstilstand.

    De overspanning

    De grootste wordt veroorzaakt door de atmosferische elektriciteit (bliksem …). Er bestaan adapters of stopcontactenblokken uitgerust met bliksemafleiders om gevoelige apparatuur te beveiligen (computers, hifi, video, televisie). Die beschermen u ook tegen veranderingen in de intensiteit op het net.

    De kortsluiting

    De kortsluiting ontstaat door een accidenteel contact tussen de fase- en de nuldraad.

    De isolatiefout

    Deze is te wijten aan een beschadiging van de isolatie op één of meer geleiders.

    De overbelasting

    De doorgang van een te sterke intensiteit tegenover de diameter van de geleiders veroorzaakt een overbelasting. Bijvoorbeeld wanneer te veel toestellen op dezelfde leiding zijn aangesloten.

    Renoveren of niet?

    Oude installaties zijn niet meer geschikt om nieuwe elektrische toestellen te ondersteunen. Ze waren vaak voorzien voor de verlichting en voor enkele toestellen die weinig verbruiken. Ze beantwoorden niet meer aan de elementaire normen en regels (stopcontact in vochtige ruimtes, bijvoorbeeld). Bepaalde beveiligingen, zoals de aardverbindingen, waren vaak onbestaand. De renovatie van uw elektrische installatie maakt het mogelijk om in te spelen op uw reële behoeften qua hoeveelheid en plaatsen en om te beantwoorden aan de reglementaire veiligheidsnormen.

    De elektrische uitrustingen

    De verlichting

    Als esthetisch en decoratief element laat de verlichting het interieur van het huis tot zijn recht komen. Verwaarloos uw visueel comfort niet en zorg in elke kamer voor de juiste verlichting, aangepast aan het gebruik. Alle lichtpunten moeten voorzien zijn van een aardingsgeleider, zelfs als ze niet moeten worden geaard. De aardverbinding is een essentieel element voor de veiligheid. Ze laat toe de elektriciteit naar de ondergrond af te voeren.

    De schakelaars

    De schakelaar is bestemd voor de bediening van het toestel.

    Eenpolige schakelaar:

    de kring wordt geopend of gesloten door één enkel bedieningspunt.

    De wisselschakelaar:

    als u op de wisselschakelaar drukt, wordt het contact tussen P en 1 onderbroken en wordt het tot stand gebracht tussen P en 2. Met een wisselschakelaar wordt een tweepuntsverlichting bediend door de omkering van de bedieningen.

    De dubbele aanschakeling:

    maakt de bediening mogelijk van twee punten vanaf dezelfde omschakelaar.

    De kruisschakelaar:

    maakt de inversie mogelijk, waardoor een bijkomend bedieningspunt wordt gecreëerd (3 bedieningspunten voor één verlichtingspunt).

    De stopcontacten

    Enkel de stopcontacten die voorzien zijn van een contact voor de beveiligingsgeleiders van de aardverbindingen zijn toegelaten. De genormaliseerde stopcontacten hebben een systeem dat de openingen afdekt wanneer het niet in gebruik is om te beletten dat kinderen er vreemde voorwerpen zouden insteken.
    De installatiehoogte van de stopcontacten is genormaliseerd:

    • De stopcontacten 16 A + aarding en 20 A + aarding moeten worden geïnstalleerd met een afstand tussen de as van de openingen en de vloer van ten minste 5 cm.
    • De stopcontacten 32 A + aarding worden geïnstalleerd op ten minste 12 cm van de vloer. Alle kringen die de stopcontacten van stroom voorzien, zijn beveiligd met een zeer gevoelige differentieelschakelaar van 30 mA.

    Genormaliseerde stopcontacten

    Minimumhoogte van de stopcontacten

    De stopcontacten worden gebruikt voor mobiele toestellen (huishoudtoestellen, verwarming, hifi). Alle stopcontacten moeten verplicht een aardingspen hebben, alsook een automatisch afdichtsysteem van de openingen (kinderbeveiliging). Het stopcontact kan worden bediend door een schakelaar. Als u een lamp aansluit op dit systeem, kan deze een plafondarmatuur vervangen. Elk zwaar huishoudtoestel (droogkast, wasmachine, enz.) moet van een aparte leiding worden voorzien.

    De eenfasige stopcontacten

    Aansluit, aftakdozen

    De dozen zijn bestemd voor de aansluitingen tussen geleiders.

    Diameter van de buizen

    2x1,5 ou 3x1,5 16 3x2,5 + 3x1,5 25 3x10 32
    4x1,5 20 5x2,5 25 3x16 32
    5x1,5 20 6x2,5 25 3x25 40
    6x1,5 20 3x4 20 5x2,5 25
    3x1,5 20 3x6 25    

    De toegelaten aansluitingen

    De aansluitinrichtingen
    De domino's

    De connectoren zonder schroef voor stijve kabels

    De elektrische installatie plannen

    Inleiding

    Gebruik het plan van het huis dat werd gemaakt door de architect om de plaats van de nieuwe toestellen te bepalen.

    De doorgang tussen de vertrekken en de gangen

    U moet ten minste één verlichtingspunt op het plafond of aan de muur en twee stopcontacten voorzien.

    Algemeen

    Om een installatie te realiseren die de normen respecteert en voldoende comfort biedt, moeten er enkele regels in acht worden genomen.

    Een verlichtingspunt moet worden bediend vanaf elke uitgang van het betrokken vertrek. Het moet, indien mogelijk, langs de kant worden geplaatst dat de deur opengaat, binnen handbereik, op een hoogte van de afgewerkte vloer tussen 0,8 en 1,30 m.
    Naast de twee bedieningspunten wordt het gebruik van een afstandsschakelaar aanbevolen.
    Er moet een stopcontact worden geïnstalleerd in de buurt van elke telefoon en televisieaansluiting. Ideaal is een stopcontact bij de ingang van elk vertrek, voor de stofzuiger.

    De slaapkamers

    Er zijn ten minste één verlichtingspunt op het plafond en twee stopcontacten nodig. Denk na over de eventuele specifieke aansluitingen voor telefoon of computer bijvoorbeeld.

    De zitkamer

    Er is één stopcontact nodig per 4 m² oppervlakte en één verlichtingspunt op het plafond, een verlichtingspunt boven de tafel van de eetkamer (bediend met een schakelaar aan de ingang), een bediening voor de verlichting achteraan het huis (terras, tuin).

    De keuken

    Door de aanwezigheid van water is de keuken en vertrek met risico's. Aangezien de huishoudtoestellen er talrijk zijn, is er een aangepaste uitrusting nodig, die krachtiger is dan in de andere vertrekken. Om de norm te respecteren, is ook een verlichtingspunt in het plafond nodig. Er moeten zes stopcontacten worden geïnstalleerd, vier boven het werkblad. De as van de stopcontacten ligt dan tussen 8 en 25 cm van het oppervlak van het werkblad. De verdeling ervan moet zorgen voor gebruikscomfort van de elektrische huishoudtoestellen. Het is verboden de stopcontacten boven de kraan en de kookplaat te zetten. Ze mogen echter wel boven de kookplaat worden geplaatst als ze ten minste 1,80 m boven de afgewerkte vloer worden geplaatst en enkel dienen voor de dampkap. Elk zwaar huishoudtoestel moet van stroom worden voorzien door een gespecialiseerde kring die rechtstreeks van het v.

    De norm legt op om een speciale kring te voorzien voor de kookplaten als u op elektriciteit kookt, voor de oven, de wasmachine en de droogkast, de vaatwasser. Het is verboden om telefoonaansluitingen op minder dan één meter van de spoelbak en het fornuis te plaatsen. Ze worden geïnstalleerd op het niveau van het werkblad op een minimale hoogte van 8 cm.

    A. Stopcontact van de dampkap (hoogte 1,80 m boven de vloer, mag boven de kookplaat worden geplaatst).
    B. Draaduitgang 32 A voor kookplaten (zelfs te voorzien als er een gasfornuis geïnstalleerd is, voor het geval van energiebron zou worden veranderd). Voor een gasfornuis een stopcontact voorzien van 10/16 A + bijkomende aarding voor het aansteken van de branders.
    C. Stopcontact 10/16 A + aarding voor vaatwasser gevoed door een aparte leiding vanaf het beveiligingsbord.
    D. Stopcontact 10/16 A + aarding voor de koelkast, mag op een stopcontactkring zijn.
    E. Speciaal stopcontact 10/16 A aarding voor de oven met aparte leiding vanaf het beveiligingsbord.

    De as van de stopcontacten situeert zich op het werkblad en ligt tussen 8 en 25 cm van het blad

    Geen stopcontact boven de spoelbak en de kookplaat.

    Badkamer

    Aangezien water sterk geleidend is, is het geen goede combinatie met elektriciteit en zijn de regels en de normen voor deze vertrekken dan ook zeer streng. Ze moeten stipt worden opgevolgd.

    De volumes

    De norm definieert in de natte ruimtes en de badkamers vier volumes.

    Uiterst gevoelige differentieelschakelaars (30 mA) moeten de veiligheid verzekeren van de badkamer, ze onderbreken de stroom in geval van een waterlek.

    Het type distributie bepalen

    De verschillende mogelijkheden

    Voorzie hoe u de leidingen van uw installatie zult leggen (tekening).

    Zichtbare distributie

    Opgebouwde leidingen veroorzaken het minste schade, ze zijn het eenvoudigst te realiseren.

    Distributie stijve buizen:

    De geleiders of kabels worden in een buis van stijf plastic geleid.

    Distributie onder profielen:

    De geleiders of kabels worden onder hollijsten van plastic, goten of plinten geleid.

    De plaatsing met hoeken, T-stukken en elleboogstukken gebeurt met behulp van toebehoren dat kan worden aangepast, waardoor eventuele onregelmatigheden in de muren kunnen worden opgevangen.

    Ingebouwde distributie via de vloer

    De elektrische geleiders worden in leidingen geplaatst en op de vloer aangebracht vóór de betondeklaag gegoten wordt. Let er bij het gieten op dat elke leiding goed weerstand biedt en niet platgedrukt wordt.

    Distributie ingebouwd in de wand

    De elektrische geleiders worden in leidingen geplaatst die ingebouwd zijn in de wanden. Let op, het inbouwen in de wand zonder leiding is verboden. Diagonale sleuven of sleuven in de lengte van de wanden zijn verboden.

    Distributie half ingebouwd in de wanden

    Voor dit type van distributie moet de vloer uiteraard volledig heraangelegd worden. Deze oplossing is zeer geschikt om stopcontacten te verdelen en om gemakkelijk de verschillende voedingen die afkomstig zijn van het verdeelbord door te steken. De geleiders worden onder de leidingen geplaatst.

    Distributie via de zolderruimtes

    U moet uiteraard beschikken over een zolderruimte die niet wordt ingericht. De plaatsing is identiek of nagenoeg identiek als een plaatsing voor distributie via de vloer. De voedingskringen vertrekken van het verdeelbord en eindigen in de zolderruimte, in aansluitdozen en voorzien de installaties langs boven van stroom (plafondlampen, muurarmaturen, schakelaars).

    De plaatsing

    Wat hebt u nodig? Een set van 2 platte schroevendraaiers met een geïsoleerd handvat van verschillende grootte, twee schroevendraaiers met kruiskop. Een spanningzoeker, een universele tang met geïsoleerde greep, een kniptang met geïsoleerde greep. Een draadstriptang, een tang met smalle bek met geïsoleerde greep.
    Voor een opbouwinstallatie onder profielen van plastic, moet u een zaag en verstekbak gebruiken.
    Voor een ingebouwde installatie, verschillende metselaarsbeitels.

    Een klopboormachine met een gatzaag voorzien van carbidetanden voor het boren van de gaten voor de inbouwdoos in de harde materialen (volle muren).

    De sleuvenfrees laat toe sleuven te maken in zachte of halfharde materialen: gipspleister, gipstegels, cellenbeton.

    De sleuvenfrees met diamantschijf laat toe alle soorten materiaal door te snijden. Gebruik ze samen met een stofzuiger. Daarna moeten de parallelle uitsnijdingen worden uitgeschraapt met de beitel.

    U kunt ook een guts gebruiken, gemonteerd op een boorhamer. U moet over boren beschikken met afmetingen die aangepast zijn aan de pluggen en aan de diameters van de leidingen die u moet plaatsen (voor de doorgangen door muren bijvoorbeeld). Een snoerloze schroefboormachine is altijd nodig.

    Aanduiding waar de leidingen liggen

    Ze moeten allemaal vertrekken vanuit het verdeelbord. Als alle leidingen zijn getrokken, moet u aanduiden waar ze liggen. Dat maakt het veel gemakkelijker om de geleiders aan te sluiten.

    De aansluiting van de leidingen op de dozen

    De sleuven

    Een sleuf maken die dieper is dan de diameter van de installatiebuizen (min 5 mm).

    Leid de geleider door de leiding en zet ze daarna in de sleuf. Houd hem op zijn plaats met spijkers die u schuin inklopt. Let erop dat u de leiding niet beschadigt.

    Bereid het gips voor het opvullen, bevochtig de sleuf.

    Druk het gips aan in de sleuf tot het de bodem van de sleuf bereikt.

    De plaatsing van de leidingen in de vloer

    De plaatsing in de vloer is mogelijk vóór het realiseren van de vloerplaat of van een plankenvloer. Voor de plaatsing op de vloer zet u de leidingen vast op de vloer met klemmen.

    Breng de dekvloer aan. Zet de dozen vast. Haal na het uitharden de leidingen door de dozen en vul op met gips.

    De verdeelborden

    De installatie van een verdeelbord is verboden in een badkamer. Dit is ook verboden boven of onder een kraan (spoelbak, lavabo), een kook- of een verwarmingstoestel. Het is toegelaten in een wandkast als er voor verluchting wordt gezorgd en er niets wordt opgeslagen in deze kast.

    De toestellen die in het bord zijn geïnstalleerd, hebben standaardafmetingen (zekeringen, stroomonderbrekers, differentieelschakelaars, enz.). Er bestaan borden voor twee, vier, zes, negen, dertien modules en meer naar gelang van de breedte en het aantal rijen. De toestellen klikken op een metalen rail.
    De plaat van de borden is voorzien van klemmenstroken die dienen om de fase, de nul en de aardingsgeleider aan te sluiten. De beveiligingsmechanismen worden gevoed door middel van aansluitstrips.
    Om te weten welk bord u nodig hebt, telt u het aantal toestellen die nodig zijn en dan het aantal kringen. Bepaal het aantal modules per toesteltype en tel alles op. Voeg 20 % toe voor latere uitbreidingen.

    De aansluitstrips laten toe de voeding te verdelen tussen de differentieelschakelaar en de verdeelschakelaar. Connectoren die zich in de aansluitstrips bevinden en nog niet worden gebruikt moet u beschermen met isolatie. Er mogen connectoren worden gesupprimeerd voor de aansluiting op de differentieelschakelaar.

    De beschermingsvoorzieningen

    De stroomonderbreker detecteert alle storingen (overspanning, kortsluiting, stroomlek), maar hij is niet gevoelig genoeg en hij biedt niet voldoende beveiliging in het geval van kortsluiting die te wijten is aan het contact met het menselijk lichaam (enkel de differentieelschakelaar kan deze beveiliging bieden). Indien er zich een probleem voordoet, treedt hij in werking en schakelt hij de volledige installatie uit, waardoor het probleem moeilijk kan worden opgespoord.
    Het is verplicht om personen te beschermen tegen isolatiefouten (stroomlek). U moet daarvoor kringgroepen creëren die beveiligd worden met automatische onderbrekingssystemen van de voeding gekoppeld aan een aardverbinding: dit zijn zeer gevoelige differentieelschakelaars 30 mA.

    De zeer gevoelige differentieelschakelaars (30 mA)

    Ze meten de intensiteit die door een kring loopt. De stroomonderbrekers van de aansluiting van 30 mA detecteren de lekstroom met een minimale intensiteit van 500 mA. Stroom is immers gevaarlijk voor de mens vanaf 50 mA. Om doeltreffend te zijn moet aan de kop van elke installatiekring een differentieelschakelaar worden geïnstalleerd.

    Ze moeten worden geïnstalleerd in het verdeelbord vóór de beveiligingsmechanismen van de kringen (verdeelstroomonderbrekers, smeltzekeringen). Ze detecteren de stroomlekken, maar geen kortsluitingen of overbelasting. Hun doel is de personen te beschermen. Ze zijn voorzien van een testknop om hun goede werking te controleren. Er wordt aangeraden deze operatie één keer per maand uit te voeren. Een hendel laat toe de voeding van de kringen stroomafwaarts manueel te onderbreken of het toestel opnieuw aan te schakelen na een storing. Ze dienen om een groep kringen te beveiligen. U moet ten minste één differentieelschakelaar installeren.

    De aarding

    De aardverbinding moet gekoppeld zijn aan een differentieelschakelaar, om de elektrische voeding te onderbreken in het geval van storing. Ze laat de storingsafvoer toe van de elektriciteit en vermijdt zo elk risico voor personen.

    De aardingskring (van buiten naar binnen):

    • de aardverbinding
    • de aardingsdraad (geleider die de aardverbinding met de meetstrip verbindt)
    • de meetstrip
    • de hoofdbeveiligingsgeleider (die de meetstrip verbindt met het verdeelbord)
    • de hoofdaardingsklem, bestemd voor de aansluiting van de aardingsdraden op het verdeelbord
    • de geleiders (aardverbinding van elke kring)
    • de specifieke aardingsgeleiders van de badkamer en eventueel van de keuken
    • hoofdequipotentiaalverbinding (voor een gebouw of een individueel huis).

    Het is verboden een aardverbinding te realiseren door een metalen element in stromend water of in een waterpartij onder te dompelen. Er mogen geen metalen leidingen worden gebruikt, ongeacht of ze onder de grond liggen of niet.

    De aardverbinding

    Er zijn meerdere mogelijkheden om een aardverbinding te maken. Een eerste methode bestaat erin ondergrondse geleiders te gebruiken. De lus op de greppelbodem is de beste oplossing. Graaf een geleider in op een diepte tussen 1 m en 1,60 m en vul de greppel met steenhoudende grond. De geleiders zijn massief, van onbekleed koper, met een minimale doorsnede van 25 mm². De tweede methode bestaat erin één of meer staven van verzinkt staal met een diameter van 25 mm en een minimale lengte van 1,5 m in de grond te slaan. Om de waarde van de aarding niet te beïnvloeden, installeert u de staven in een vorstvrije ondergrond.

    De aardingsdraad

    Deze verbindt de aardverbinding met de meetstrip. Hij heeft een doorsnede van 16 mm² als hij van bekleed koper is en van 25 mm² als hij van onbekleed koper is. U moet deze geleider in het ondergrondse gedeelte naar het huis beschermen met een installatiebuis.

    De meetstrip

    De meetstrip meet de weerstand van de aarde en sluit de aardverbinding van de rest van de installatie aan. Hij moet gemakkelijk bereikbaar zijn en kan met een werktuig worden gedemonteerd wanneer de installatie in werking is.

    De hoofdbeveiligingsgeleider

    Het is de verbinding tussen de hoofdaardingsklem met de aardingsverdeler van het verdeelbord. De doorsnede ervan hangt af van deze van de geleiders van de voeding van de installatie. Als de voedingsgeleiders een doorsnede hebben die kleiner dan of gelijk is aan 16 mm², moet de beschermgeleider dezelfde doorsnede hebben. Als de voedingsgeleiders een doorsnede hebben van 25 of 35 mm², heeft de voedingsgeleider een doorsnede die groter is dan 35 mm². De hoofdbeschermgeleider moet een minimale doorsnede hebben van deze van de voedingsgeleider. Het is verboden metalen leidingen te gebruiken als hoofdbeschermgeleider of aardingskolom, zelfs in oude gebouwen. Het is de verbinding tussen de hoofdaardingsklem met de aardingsverdeler van het verdeelbord. De doorsnede ervan hangt af van deze van de geleiders van de voeding van de installatie.

    De gespecialiseerde stopcontacten en kringen

    De stopcontacten 16 A

    Elke kring van stopcontacten van 16 A kan ten minsten acht gebruikspunten voeden als de doorsnede van de geleiders 2,5 mm² bedraagt. Een stopcontactkring wordt beveiligd tegen kortsluitingen en overspanning door een verdeelstroomonderbreker.

    Respecteer de kleurcodes voor de geleiders: blauw voor de nuldraad, groen en geel voor de aardgeleider, alle kleuren voor de fase, behalve deze die eerder werden vermeld, alsook groen en geel; men gebruikt vaak rood, zwart of bruin. De stopcontacten kunnen aangesloten worden op de andere, dat wordt doorlussen genoemd.

    De eenfasige stopcontacten 20 A en 30 A voor oven en kookplaat

    Er wordt slechts één stopcontact per kring gevoed. De beveiliging zal worden verzekerd door een zekering of een verdeelstroomonderbreker van 25 A, de geleiders hebben een doorsnede van 4 mm². De stopcontacten van 32 A + aarding hebben een beveiliging verzekerd door een zekering of een verdeelstroomonderbreker van 32 A, en de geleiders hebben een doorsnede van 6 mm².

    De stopcontacten voor wasmachine, vaatwasser, droogkast

    Elk van deze kringen is onafhankelijk en wordt gevoed door een geleider van 2,5 mm². Ze worden gevoed met stopcontacten van type 16 A + aarding voorbehouden voor de aansluiting van deze toestellen. De bescherming van de personen wordt ook verzekerd door een differentieel van 30 mA.

    Al deze speciale leidingen moeten vertrekken uit het verdeelbord, zonder doorlussen.

    De elektrische boiler

    De bescherming van de personen wordt ook verzekerd door een 30 mA. De beveiliging tegen overbelasting wordt verzekerd door een verdeelstroomonderbreker van 20 A. Deze installatie is geldig voor een elektrische boiler met een kleine capaciteit.
    Voor een toestel met grote capaciteit (vanaf 10-50 L) moet u een abonnement kiezen met dubbel tarief om het mogelijk te maken dat het toestel enkel 's nachts opwarmt als de prijs per kWh lager ligt. Om er voordeel uit te halen en de opwarming van dit systeem automatisch aan te schakelen, bij de overgang naar de nodige uren, stelt de verdeler een elektrisch contact ter uw beschikking, dat ook servocontact wordt genoemd, dat sluit tijdens de daluren en opengaat bij de terugkeer naar de piekuren.

    Tip

    Sluit de stroom op het bord van de stroomonderbrekers af bij het manipuleren van de stopcontacten, de schakelaars en de verlichtingstoestellen.