Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Dakbedekking

Het dak is een uiterst belangrijk element voor de woning aangezien het bescherming biedt tegen alle weersomstandigheden. Daarom is het essentieel om zorg te dragen voor de dakbedekking en de meest geschikte materialen te gebruiken voor de constructie ervan. Als u kwaliteitsvol materiaal kiest, beperkt u onderhoud en renovatie in de toekomst. Ontdek onze instructies voor de dakbedekking van uw woning in deze handige Bricofiche.

  • Dakbedekking

    Download de PDF
  • Bitumineuze dakbedekking

    Algemeen

    Bitumineuze dakbedekking wordt in het bijzonder gebruikt op platte daken. U hebt minder materiaal nodig dan bij een hellend dak, maar het dak moet wel perfect waterdicht zijn: het regenwater vloeit op een plat dak immers niet meteen af naar de dakgoot, maar blijft gedeeltelijk staan.

    Het dak voorbereiden

    Ligt er kiezel of leislag op het dak, dan moet u die eerst verwijderen en het dak zorgvuldig borstelen. U kunt ook een hogedrukreiniger gebruiken. Verwijder slijk, stof en kiezelresten met een trekker.

    Hechtingsgrondlaag

    Breng ongeacht de plaatsingsmethode eerst een hechtingsgrondlaag aan, eveneens op basis van bitumen. Strijk het product met behulp van een borstel of rol gelijkmatig uit op een goed droge ondergrond. Zodra het product droog is, vormt het een waterdichte laag.

    Met nagels

    Een eerste methode om de bitumenrol vast te maken is de zogenaamde ‘mechanische bevestiging': de bitumenlaag wordt vastgenageld met corrosiebestendige nagels met een grote kop. Uiteraard is deze methode enkel geschikt bij een houten ondergrond. De bitumenrollen worden versneden met een stanleymes.

    Met een brander

    Rol de bitumenrol af met de voet, terwijl u het oppervlak verwarmt tot het smelt. Maak telkens een overlapping van 7-10 cm. Strijk de naden glad met een truweel, dat u verwarmt in de brandervlam.

    Met koudlijm

    Bij deze techniek wordt de bitumenrol koud gelijmd, met speciale lijm die u uitstrijkt met behulp van een borstel of een grote trekker. Zodra de lijm hard wordt, rolt u de bitumenrol af en drukt u hem tegen de ondergrond. Zorg ervoor dat de randen van de rollen elkaar overlappen (10 cm) en besmeer ze met lijm.

    Dakranden

    Op de aansluiting van het dakoppervlak met de opstaande randen bevindt zich een afkanting (aan de rand van de zijbalk): deze schuine zijde moet u bedekken door de hele rand te bekleden. Daarna bekleedt u de rand met een beschermingslaag in zink, aluminium of polyester, om de waterdichtheid te garanderen. De schoorstenen, de hoeken en de afvoerpijp naar de dakgoot moeten op dezelfde manier worden afgewerkt. Sommige bitumineuze producten worden in één laag aangebracht, andere in twee of drie lagen. Bij meerdere lagen verschuift u elke nieuwe laag zijdelings ten opzichte van de voorgaande laag en brengt u elke laag op dezelfde manier aan (ongeacht of u een brander of koudlijm gebruikt).

    Blazen wegwerken

    De vorming van blazen duidt op de aanwezigheid van lucht of vocht onder de dakbedekking. Blazen moet u opnieuw vlak en waterdicht maken : maak een kruiselingse insnijding met een stanleymes, maak de ondergrond zorgvuldig schoon en laat alles drogen. Breng met behulp van een plamuurmes of penseel een speciaal hechtingsproduct aan in de blaas.
    Sluit de blaas en druk stevig aan. Met het oog op extra versteviging, kunt u de stroken van de insnijding vastnagelen met speciale, gegalvaniseerde nagels met een grote kop.

    Bitumen golfplaten

    Een bitumen golfplaat wordt gemaakt uit geperste vezels en bitumen en de bovenkant is bekleed met een laag mineralenschilfers of een gekleurde coating. Golfplaten kunt u gemakkelijk versnijden met een zaag en ze worden op een licht geraamte gelegd, net zoals polycarbonaatplaten.
    Voorkom waterinsijpeling en gebruik nagels of schroeven met een dichtingsplug.

    Een pannendak

    Algemeen

    Wie zijn dak (opnieuw) bekleedt met terracotta dakpannen beschermt zijn huis voor tientallen jaren. Maar dakpannen leggen doet u niet op een-twee- drie: een waterdicht dak dat ook bestand is tegen de wind, is het resultaat van zorgvuldig en methodisch werk.

    Voorbereiding

    Bij de bekleding van het gebinte, nieuw of gerenoveerd en in welk materiaal ook, gaat de aandacht in eerste instantie naar de dakgoten en de bijhorende afvoerpijpen. Ongeacht of u de dakgoten en afvoer- pijpen moet leggen of vervangen, zijn zij het eerste werk voor u met de dakbedekking zelf begint.
    Houd bij

    Gebinte

    Bepaal de afstand tussen de daksparren (doorgaans 0,60 m). Markeer de opstelling van de daksparren op de nokgording, de tussengording en de randgording. Nagel de daksparren eerst vast op de nokgording.

    Zaag een blokje hout op maat van de afstand tussen de daksparren: zo hebt u een maatbalkje en kunt u elke dakspar op een gelijke afstand bevestigen op alle gordingen. Het gebinte is nu voorzien van nieuwe daksparren, die werden vastgenageld op de gordingen. Nu moet u nog bepalen op welke lengte de daksparren moeten worden afgezaagd, zodat u de dakgoot kunt plaatsen.

    Gebruik een smetlijn om de zaaglijn te markeren op het uiteinde van elke dakspar: de lijn laat een markering achter op de bovenrand van de houten balken.

    Bepaal met behulp van de waterpas een loodrechte lijn op de zaaglijn. Markeer de loodrechte lijn op de zijkant van de dakspar: dit wordt de zaaglijn.

    Zaag de uiteinden af volgens de gemarkeerde zaaglijnen. Gebruik een scherpe en goed geschrankte handzaag. Een elektrische handzaag werkt sneller, maar is minder nauwkeurig.

    Nagel vanaf de buitenste dakspar van de bekisting een zijdakplaat met messing en groef vast langs de dakrand. Doe hetzelfde boven de dakoversteek, die uitkomt op de dakgoot.

    Nagel de panlatten vast (in de richting van de gording): zij vormen de directe steun voor de dakpannen. Voor de afstand tussen de latten gaat u uit van de afmetingen van een 'onbedekt deel', m.a.w. het zichtbare deel van een dakpan wanneer die normaal bedekt is met een andere pan.

    Dakpannen hebben een speciaal ontworpen reliëf, zodat het volstaat als u ze gewoon vasthaakt op de panlatten.

    Bij rukwinden worden ze op hun plaats gehouden door hun eigen gewicht. In erg winderige streken maken dakdekkers de pannen bij voorkeur vast: een verzinkte draad wordt dan door beide openingen boven aan de dakpan gehaald en achter de panlat geknoopt.

    Dakpannen leggen

    U kunt nu de dakpannen beginnen te leggen, afwisselend vanaf de zijrand. Uiteraard werkt u van beneden naar boven toe en, hier, van rechts naar links. Ontbrekende halve dakpannen legt u helemaal op het einde, bij de afwerking. U werkt op een dak, neem dus alle nodige voorzorgen! Zorg ook voor een daksteiger met de reglementaire veiligheidsuitrusting. Ga op dezelfde manier te werk om de onderrand, die de dakgoot draagt, te bedekken.

    Controleer regelmatig de uitlijning van de dakpannen. Liggen ze niet goed, dan duwt u ze op hun plaats met een aluminium reilat.

    Leg op goed gekozen plekken een stapeltje dakpannen op de panlatten: zo liggen de dakpannen altijd binnen handbereik en verliest u geen kostbare tijd met het op- en aflopen.

    Afwerking

    De meeste daken hebben – hoewel ze verre van regelmatig en uniform zijn – dakkapellen, dakramen, schoorstenen, kielgoten of andere aansluitingen. Deze 'oneffenheden' in het dak (boorden, slabben, soepele kragen, metalen stroken – doorgaans in zink) vragen een speciale behandeling : het zijn immers verbindingen tussen verschillende materialen, waardoor ze gevoeliger zijn voor lekken of waterinsijpeling, terwijl niets de lekdichtheid van het geheel in gevaar mag brengen.

    Elk dak moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem, eventueel met speciale dakpannen (zogenaamde 'ontluchtingspannen'). Vergeet ontluchtingspannen en ventilatielatten niet te voorzien van roosters, zodat vogels niet kunnen binnenvliegen.

    Een leiendak

    Het leggen van leien begint met het bevestigen van de haken op de panlatten. De bovenste bek haakt op het hout van de panlat en heeft een speciaal profiel, zodat hij niet kan worden opgetild. De onderste bek ondersteunt de lei in het midden. Begin altijd met de onderste rand van het dak. Dat houdt ook in dat u eerst de dakgoten plaatst en pas daarna de leien begint te leggen.

    Steek de onderkant van de lei in de zichtbare bek van de haak (in het midden van de lei). Druk de lei tegen de lei ernaast. De spleet tussen beide leien komt overeen met de dikte van de haak aan de zijkant.

    Klop zachtjes (leisteen is een bestendig materiaal, maar het bovenvlak kan broos zijn) op de bovenste rand van de lei met het platte vlak van een dakdekkershamer: zo komt de onderkant van de lei vast te zitten in de bek van de onderste haak. Geef wind geen kans en laat geen speling tussen de leien.

    Ga als volgt te werk om een lei af te korten: haak het aambeeld met de onderste tand op de panlat en leg de lei op het aambeeld. Leg de snijlijn gelijk met de rand van het aambeeld. Klop kort en gelijkmatig met de punt van de dakdekkers- hamer op het oppervlak van de lei, langs de snijlijn: er ontstaat een breuklijn.

    Haak de hamer vast aan een panlat. Druk langs weerszijden van het aambeeld gelijkmatig op de lei. De lei breekt mooi op de breuklijn. Maak de zijkanten gelijk met het binnenste snijvlak van de hamer.

    Gebruik hetzelfde snijvlak van de dakdekkershamer – een vernuftig werktuig – om een hoek af te snijden of een delicate versnijding te maken, terwijl u steunt op het aambeeld, dat een onmisbare aanvulling is op de hamer.

    Ga op dezelfde manier te werk voor de leien op de nok van het dak. Bedek de bovenkant van deze leien met een zinken noklat, om een perfecte waterdichtheid te garanderen. Vermijd dat de leien breken en ga voorzichtig te werk wanneer u de speciale, bolle nagels met een dikke kop inslaat. De nagels zijn vaak voorzien van een dichting (ineengedraaide ankerpunten, beter bestand tegen losrukking). Zet de rij leien aan de zijkant van het dak eveneens vast met nagels, zodat de wind er zeker niet onder kan. Met een boormachine met regelbare snelheid kunt u vooraf gaten maken volgens de diameter van de nagels. Gebruik speciale nagels met een grote kop.

    Aansluitingen

    Bij het leggen van een dak moeten ook en vooral altijd de gevoelige plaatsen goed worden afgewerkt. Aansluitingen (slabben) die perfect zijn uitgevoerd, zullen ervoor zorgen dat de nieuwe dakbedekking perfect waterdicht is.

    Onderhoud

    Mos

    Parasitaire planten en micro-organismen kunnen binnen enkele dagen worden vernietigd en verdwijnen dan geleidelijk bij regen en wind. Een antimosbehandeling werkt niet alleen curatief, maar ook preventief: het duurt aanzienlijk langer voor nieuwe organismen de kop opsteken. Krab of borstel dik mos op het dak eerst los, zodat het moswerend product in het materiaal kan dringen. Doet u dit niet, dan wordt het achtergebleven mos doordrenkt met het product en verliest het product zijn werking: het doordrenkte mos verhindert dat het product de dakbedekking bereikt.

    Verstuif het product van beneden naar boven toe, zodat het gelijkmatig wordt aangebracht. Zet een telescopische lans op uw verstuiver: zo hoeft u niet op de dakpannen te wandelen en voorkomt u dat ze breken en water laten doorsijpelen. Tip: vangt u regenwater op? Vergeet dan niet om de dakgoten om te leiden wanneer u het moswerend product aanbrengt: zo kunt u het water achteraf weer gebruiken, zonder risico voor uw planten. Breng het gebruiksklare product aan op een drooge ondergrond, op een windstille dag. Het moet minstens 8 uur droog blijven nadat u het product hebt aangebracht. Ga dus pas aan de slag bij een gunstige weersvoorspelling voor ten minste 36 uur!