Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Gipskartonplaten plaatsen

Gipsplaten zijn een heel geschikte oplossing om muren en plafonds te bedekken en zo een nieuwe, vlakke ondergrond te creëren. Ze bestaan uit een kern van gips, aan beide zijden omhuld met karton. Er bestaan ook vochtwerende gipsplaten, geschikt voor een vochtige omgeving (garage, badkamer). Bepaalde gipsplaten, die rechtstreeks op buitenmuren worden aangebracht, zijn uitgerust met warmteweerkaatsende aluminiumdraad. De standaardafmetingen zijn 60 cm en 120 cm x 260 cm. De dikte kan 9,5 mm of 12,5 mm zijn.

  • Gipskartonplaten plaatsen

    Download de PDF
  • Vervoer en opslag

    Gipsplaten moeten rechtop tegen een muur worden opgeslagen, in tegenstelling tot de horizontale presentatie in de winkel, die gemakkelijker is voor de klanten. De afgewerkte zijden moeten tegen elkaar worden geplaatst. Zo zijn de platen beschermd tegen stoten en vocht.

    Plaatsingswijze

    Gipsplaten kunnen worden bevestigd op verschillende manieren, die we hierna in detail behandelen: op een houten of metalen onderstructuur, gelijmd.

    Zo gaat u te werk

    Een gipsplaat afzagen

    Zaag de plaat op de exacte maten af met een wipzaag of een steekzaag. Gebruik een richtlat om mooi recht te zagen.

    Maak een precieze insnijding.

    Plooi de plaat.

    Snijd het karton op de rugzijde door om de twee helften te scheiden.

    Niet-haakse zijkanten kunt u met een rasp bijwerken.

    Schroeven of spijkers?

    Gipsplaten kunnen op een houten onderstructuur worden vastgeschroefd of vastgespijkerd of op een metalen onderstructuur worden vastgeschroefd.

    Bevestiging

    Gebruik speciale gegalvaniseerde spijkers voor gipsplaten. Laat telkens 150 mm tussen.

    Blijf minstens 10 mm van de rand van de plaat. De kop mag niet boven het plaatoppervlak uitsteken.

    Dikte van de gipsplaat Lengte van de spijkers of de schroeven
    9,5 mm 35 mm
    12,5 mm 40 mm

     

    Gipsplaatspijkers

    Gegalvaniseerde spijkers Geringde spijkers Zelftappende schroeven

    Gelijmde platen

    Als de muur waarop de plaat moet komen in goede staat is en niet te veel oneffenheden vertoont, dan hoeft u niet met een onderstructuur te werken maar kunt u de platen op het metselwerk kleven.

    Aftekenen

    Trek met een slaglijn om de 60 cm verticale lijnen op de muur te beginnen vanuit de hoek.

    Gipsplaten bevestigen

    Breng dotten kleefgips op de muur aan.

    Breng een volledige strook kleefgips aan langs de hoeken en op de randen langs het plafond en de vloer.

    Leg stukjes gipsplaat op de grond om als afstandsblokjes te dienen en zet de plaat erop. Duw de plaat stevig tegen de muur en druk het kleefgips plat. Laat de afstandsblokjes liggen tot het kleefgips volledig is uitgehard.
    Druk de platen met een reilat aan zodat ze mooi aansluiten. Vul tot slot de voegen en naden op en strijk ze glad.

    LET OP: breng de dotten kleefgips telkens aan net voor u een plaat aanbrengt.

    U kunt de lijm ook op de platen aanbrengen maar dan wordt de plaat wel zwaarder om op te tillen. U kunt op die manier te werk gaan als u met twee bent.

    Als de platen te hoog zijn of als u stukken moet gebruiken, plaats ze met verspringende naden.

    Voorzetwand op houten onderstructuur

     

    Het latwerk monteren

    Bevestig de latten loodrecht (doorsnede 22 x 55 mm) op 30 cm van elkaar. Bevestig ze om de meter aan de muur.

    U kunt de latten ook horizontaal plaatsen op 40 cm van elkaar.

    De platen snijden en aanbrengen

     

    De eerste plaat:

    Zet de eerste plaat op de muur. Breng de zijkant recht, afgaand op het midden van de rechtse verticale lat.

    De volgende platen:

    Plaats ze zonder tussenruimte.

    De laatste plaat:

    Meet op de resterende ruimte hoe groot de laatste plaat moet zijn.

    Snijd ze op maat en bevestig ze op de verticale latten.

    Plafond op houten onderstructuur

    Bevestig basislatten op het plafond (doorsnede 22 x 55 mm, tussenafstand 70 cm, max. om de 75 cm vastgezet).

    Schroef de draaglatten vast (doorsnede min. 22 x 55 mm) om de 40 cm, loodrecht op de basislatten.

    Als u alleen werkt:
    Ondersteun elke plaat met twee T-steunen.

    U kunt de platen op de volgende manier aanbrengen:

    Breng een eerste plaat aan in een hoek van het plafond. Spijker of schroef ze op het latwerk vast (spijkers of schroeven van 35 mm om de 20 cm). Begin in het midden en werk naar de uiteinden toe.

    Werk de rij af, de platen liggen rand aan rand.

    Begin de tweede rij met een stuk plaat zodat het uiteinde op het midden van een lat komt te liggen.

    De laatste rij moet perfect tegen de muur aansluiten.

    Profielen op de vloer

    Bevestig de profielen op de vloer en op het plafond op minstens 5 mm van het metselwerk. Zet ze om de 80 cm vast.

    Profielen op de muur

    Schuif de verticale profielen in het vloerprofiel en bevestig elk verticaal profiel op de muur met twee snelophangers. Controleer of ze loodrecht staan.

    Bevestig de snelophanger van het verticale profiel op halve hoogte (max. 150 cm). Schuif het profiel op zijn plaats, plooi de uiteinden van de snelophangers om.

    Breng glaswolplaten tussen de verticale profielen aan voor een betere akoestische en thermische isolatie van de wand.

    Wanden met metalen skelet

     

    Aftekenen

    Teken de totale dikte van de wand af op de grond en geef de plaats aan van de deurkozijnen en van eventuele zware belasting (bijvoorbeeld sanitaire toestellen). Breng alle afmetingen op het plafond over met behulp van een schietlood en een slaglijn.

    Profielen op maat brengen

    Snijd het profiel op de juiste lengte met een blikschaar of een slijpschijf.

    Skelet monteren

    Zet het basisprofiel ongeveer om de 80 cm vast.

    Bevestig het bovenprofiel loodrecht op het basisprofiel. Kleef een zelfklevende schuimband aan op de achterzijde van het profiel voor een betere akoestische isolatie.

    Pas de lengte van de verticale profielen (stijlen) aan (hoogte onder plafond min 1 cm). Schuif ze in de basisprofielen om de 40 cm. Controleer of ze loodrecht staan. De perforaties in de verticale profielen dienen voor het doorvoeren van elektrische leidingen. Bij wanden met een metalen skelet is een holle ruimte aanwezig die kan worden opgevuld met glaswol.

    Om een latei (overspanning boven muuropening) te maken moet u een profiel gebruiken dat langer is dan de breedte van de muuropening. Maak insnijdingen in de opstaande randen aan weerszijden van het profiel rekening houdend met de breedte van de muuropening en plooi de randen om. Schuif het profiel op de deurstijlen tot op de gewenste hoogte en maak de elementen aan elkaar vast.

    Platen aanbrengen

    Zet de platen verticaal zodat ze tegen het plafond aansluiten. Laat onderaan ongeveer 1 cm vrij om opstijgend vocht te voorkomen. Zet de platen aansluitend tegen elkaar op het midden van de stijlen om ze gemakkelijk te kunnen vastschroeven. De naden langs beide kanten van de wand mogen niet tegenover elkaar liggen. Duid de plaats van de stijlen aan (tussenafstand van 60 of 40 cm) voor u de platen aanbrengt. Ze worden om de 25 cm met zelftappende schroeven op de stijlen bevestigd (baseer u op de aanduidingen op de platen). De platen op maat brengen gebeurt met een cutter of met een zaag.

    L-verbinding T-verbinding

    Plafond met metalen onderstructuur

     

    Onderstructuur aftekenen en plaatsen op de houten zoldering

    Bepaal eerst op welke hoogte het verlaagd plafond moet komen. Houd rekening met de totale dikte (gipsplaat + profiel + ophanger). Bevestig de ophangers op de aangegeven afstanden.

    Profielen op maat brengen

    Snijd het profiel op de juiste lengte met een blikschaar of een slijpschijf.

    Het plafond monteren

    Bevestig de ophangers telkens met een tussenafstand van 40 cm op dezelfde balk. (40 cm voor platen van 9,5 mm, 50 cm voor platen van 12,5 mm). De afstand tussen de ophangers op twee verschillende balken mag maximaal 100 cm zijn.

    De maximale lengte van de ophangers is 20 cm.

    De hoogte van het plafond kan over deze hoogte worden geregeld.

    Hang de profielen aan de ophangers.

    Teken op de muren de hoogte voor het nieuwe plafond min de dikte van de plaat. Gebruik een waterpas en een slaglijn. Bevestig het profiel met pluggen en schroeven.

    Schuif de profielen eerst in de randprofielen voor u ze aan de ophangers hangt.

    Het gebruik van steunen onder de platen werkt comfortabeler.

    De plaatsing gebeurt op dezelfde wijze als beschreven op de vorige bladzijden.

    Lange plafonds: u kunt de profielen verlengen met behulp van een verbindingsstuk tussen twee profielen.

    Vulmiddelen (fillers)

     

    Nadenvuller (jointfiller): wordt gebruikt om de naden tussen de platen te vullen, het is een elastisch vulmiddel waardoor scheurvorming zo goed mogelijk wordt vermeden. Gebruik het vulmiddel altijd in combinatie met naden- of voegband.

    Afwerkplamuur (jointfinisher): zeer fijne plamuur voor het fijn afwerken van de eerste laag vulmiddel. De afwerkplamuur wordt vervolgens geschuurd zodat een perfect glad muuroppervlak ontstaat.

    Schroefkoppen afwerken

    Vul de schroefkoppen met de nadenvuller met behulp van een plamuurmes. Laat drogen, schuur glad en breng vervolgens een of twee lagen afwerkplamuur aan. Werk de randen van de laatste laag weg met een spons.

    Naden afwerken

    Bedek de schroefkoppen met vulmiddel.

    Afwerken met naden- of voegband

    Smeer met een plamuurmes van 10 tot 15 cm breed de naden zorgvuldig vol met jointfiller en breng de nadenband aan. Als u met zelfklevende band werkt, breng hem dan onder de eerste laag vulmiddel aan. Bedek de nadenband met jointfiller en breng eventueel een tweede laag aan.

    Werk de naad af met jointfinisher en een breder plamuurmes of een inox plakspaan.

    Vensteropeningen


    Snijd de stukken plaat voor de dagkanten. Kleef ze op hun plaats voor u de platen op de muur aanbrengt. Bevestig de platen vertrekkend van de vensteropening. De afgeschuinde randen komen op de hoek over de dagkant. Laat een voeg van 3 mm vrij tussen de platen.

    Uitspringende hoeken afwerken

    Versterk de hoek met een versterkte band die rond de hoek wordt geplooid. Breng langs elke kant plamuur aan over 50 mm. Druk de band in de plamuur.

    Als een van de platen een afgeschuinde rand heeft, vul dan het dikteverschil op met vulmiddel. Breng vervolgens de nadenvuller aan zoals hiervoor beschreven.

    Gebruik een hoekprofiel in metaal of pvc om delicate hoeken te beschermen. Breng nadenvuller aan op beide kanten en druk het hoekprofiel er volledig in, strijk de plamuur glad. Laat drogen en breng vervolgens afwerkplamuur aan.

    Hoeken afwerken

    Het afwerken van inspringende of uitspringende hoeken gebeurt zoals bij vlakke naden. Snijd de voegband af op de juiste lengte, plooi hem rond de hoek, breng aan weerszijden een dunne laag plamuur aan. Leg de band in de plamuur en druk aan met een houten blokje. Breng over een breedte van 7 tot 8 cm afwerkplamuur aan.

    Schilderen

    Gipsplaten zijn sterk vochtabsorberend. Het is absoluut noodzakelijk vóór het schilderen een grondlaag aan te brengen. De grondlaag zorgt ervoor dat de verf niet loskomt en vermijdt ook dat u niet nutteloos verflagen aanbrengt die door het gips worden geabsorbeerd.

    Let op: gebruik geen 'goedkope' verf als grondlaag. Door de 'zuinige' hechting op de gipsplaat is de kans groot dat de uiteindelijke verflaag afbladdert. Alles achteraf weer vlak plamuren is een heel karwei.

    Gipsplaten repareren

    Gaten in een gipsplaat maakt u dicht met stukjes plaat die achteraf met plamuur worden weggewerkt.

    Boor gaten in een vierkant rond de opening en zaag het stuk uit met een steekzaag.

    Snijd een stukje gipsplaat dat 2,5 cm groter is dan het gat.

    Breng montagelijm aan, schuif het stukje gipsplaat in het gat en duw het ertegen. Dat gaat een stuk gemakkelijker als u een gaatje in het stukje gipsplaat boort en er een touwtje doorsteekt.

    Als het inzetstuk vastgelijmd en droog is, mag het touwtje afgeknipt worden.

    Breng plamuur aan.

    Strijk het oppervlak vlak met een lat. Werk af met afwerkplamuur (jointfinisher).