Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Muren isoleren met gipskartonplaten

Vooraf

Vooraleer te starten met het verzagen en verwerken van de isolatiepanelen dient de ruimte wind- en regendicht te zijn. In een lokaal met een relatieve luchtvochtigheid tot 80 à 85% bij een normale temperatuur (5 à 20 °C) kunnen de platen zonder probleem aangebracht worden.

1. Verzagen

Voor je de platen bevestigt moet je ze nog op maat verzagen of versnijden. Het verzagen doe je ofwel met een decoupeerzaag ofwel met een handzaag met fijne vertanding. De decoupeerzaag is handig om allerlei moeilijke vormen uit te zagen. Als je zaagt, moet je er zeker op letten de zichtbare zijde aan de bovenkant te houden.

2. Versnijden

Je kan de platen ook versnijden en vervolgens breken. Snij met een breekmes het karton aan de voorkant en de isolatie door zonder in het gipskarton te snijden. Verwijder het isolatiemateriaal met een mes of plamuurmes langs een rechte lat. Breek de plaat met een korte slag en snij aan de achterzijde het karton door.

3. Kabels voorzien

Werken met geïsoleerde gipskartonplaten leent er zich bijzonder makkelijk toe om alle elektriciteitskabels proper weg te werken. Natuurlijk moet je vooraf alle benodigde kabels al voorzien hebben. Waar er elektriciteitskabels door de platen moeten komen, boor je gewoon een gat met de gatzaag.

4. Gips aanmaken

Het kleefgips wordt verkocht in poedervorm, dat je met water mengt om een dikke smeuïge pasta te bekomen. Meng het poeder met de op de verpakking aangegeven hoeveelheid water. Het is belangrijk een grote emmer of kuip eerst met water te vullen en pas erna het poeder erbij te gieten. Vervolgens moet je het poeder laten 'drinken': d.w.z. dat het poeder het water volledig moet opnemen. Pas dan kan je manueel mengen met een truweel of een menger gemonteerd op je boormachine.

Het is essentieel dat het gips de perfecte viscositeit heeft: gips dat te slap is zal van de platen glijden. Gips dat te hard is zal het onmogelijk maken de platen aan te drukken.

5. Gips aanbrengen

Het kleefgips op de achterkant van de platen aanbrengen. Met een pleisterspaan breng je rondom de platen het kleefgips aan. Daarbinnen komen er dotten op 30 à 40 cm van elkaar. Deze dotten mogen iets dikker aangebracht worden. De kunst is de dotten en het gips op de rand zo smal en zo hoog mogelijk aan te brengen.

 

Ondergrond voor gips

Isolatieplaten kunnen zonder speciale voorzorgen rechtstreeks gekleefd worden op gipsplaten, gevelstenen, matig zuigende bakstenen, zwaar ruw beton en argexbeton. Sterk zuigende bakstenen dienen eerst bevochtigd te worden. Gipsblokken, sterke gipsbepleisteringen en glad beton dienen voorbehandeld te worden met een hechtingsproduct. Vooraleer kleefpleister op de muur aan te brengen moet deze roet-, vet- en stofvrij gemaakt worden en ontdaan van behangpapier en loszittende bepleistering.

6. Platen bevestigen

Als het kleefgips op de platen is aangebracht kan je ze tegen de muur zetten. Plaats twee blokjes op de grond tegen de muur, zodat de plaat erop kan rusten. Gipsplaten moeten immers altijd 1 cm van de grond blijven, zodat ze geen vocht kunnen opnemen. Duw de platen voorzichtig tegen de muur. Gebruik een houten lat en rubberen hamer om de plaat tegen de wand te slaan. Sla zeker nooit rechtstreeks op de plaat. Hou de balk waarop je slaat boven een lijn waar je het gips hebt aangebracht. Gebruik een lange reilat om de volgende platen even ver van de bestaande wand te plaatsen als de eerste plaat.

Bevestiging op een houten onderstructuur


Indien je de platen als scheidingswand wil gebruiken, zal je eerst een houten onderstructuur moeten maken. De latten die je gebruikt mogen niet behandeld zijn met impregnatiemiddelen omdat dit de isolatie kan aantasten. De houten latten worden verticaal geplaatst met 60 cm tussenafstand. De bevestiging van de platen gebeurt bij voorkeur met snelbouwschroeven. Gebruik een schroefkoppeling zodat je de schroeven op exact de juiste diepte kan vastzetten. De afstand van de schroeven tot de langskanten van de latten dient minimaal 1 cm te bedragen. Tot de kopse of gezaagde kanten dient de afstand minimaal 1,5 cm te bedragen. De maximale afstand tussen de schroeven is 25 cm.

7. Elektriciteitskast uitbekleden

Met de geïsoleerde gipskartonplaten kan je heel makkelijk een elektriciteitskast uitbekleden. Daarvoor moet je dan wel een stevig kader maken, waar je de platen kan tegen schroeven. Gebruik een constructielijm om de gipskartonplaten aan balkjes vast te lijmen. Een deur uit gipskarton is eveneens mogelijk.

8. Voegen afwerken

Om de naden af te werken gebruik je het klassieke systeem voor gipskartonplaten. Kleef eerst een verstevigende voegband op de naad. Dan vul je op met een speciaal vulmiddel. Doe dit in meerdere lagen, tot je één gelijk oppervlak bekomt. Wat schuurgaas is handig om achteraf de laatste oneffenheden weg te nemen.

9. Hoeken afwerken

Op plaatsen waar de platen in een hoek samenkomen moet je enkele speciale procedures volgen. Binnenhoeken kan je verzorgd afwerken door op de ene plaat de isolatie weg te snijden. De andere plaat past dan mooi in het uitgesneden gedeelte. Een buitenhoek moet je sowieso beschermen met een hoekprofiel.

10. Raamkader maken

Omdat we rond het venster te weinig plaats hebben voor de geïsoleerde gipskartonplaten, werken we hier met gewone MDF-platen waarachter we rotswol steken als isolatie. Maak een kader van MDF-platen, dat je in de raamuitsparing past. Steek kleine blokjes tussen het kader en de muur en schroef tot in de ingemetselde houtblokken. Boor zeker voor in de MDF-platen. Indien je dit niet doet zal het kader niet voldoende tegen de hulpblokjes worden getrokken. Als je geen ingemetselde blokjes hebt, kan je ook rechtstreeks in de muur boren. Boor met een steenboor door de al geboorde gaten in de MDF-platen en steek er pluggen door.