Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Vloertegels leggen - Muurtegels plaatsen

Tegels plaatsen kan in zowat het hele huis: in de keuken, op een werkblad rond de gootsteen of op de vloer; in de badkamer, rond de lavabo of de douche, in de vorm van betegeling of inlegwerk; rond een schoorsteen, op een trap of zuil of nog: op het terras, onder de noemer buitenkluswerk. Dankzij onze tips, aangevuld met een minimum aan gereedschap en techniek, wordt u een echte tegelzetter!
Maar misschien moet u eerst nog wat metselwerk doen voor u aan de slag kunt met de tegels: denk maar aan mortel om de ondervloer (chape) te maken, beton om een daltegel te gieten en – uiteraard – voegmiddel om de voegen af te werken. Om op een volledig effen oppervlak te kunnen werken, moet u vaak gaten en barsten opvullen, een laag cement of pleister herstellen of de ondergrond wat bijwerken. Wie graag klust, zal vaak tegels moeten plaatsen op beton, baksteen, snelbouwsteen of nog: op pleisterplaten, op isolatie (glaswol, EPS of een isolerende voorzetwand) of op de vloer. Tegels zijn immers de beste bekleding bij vloerverwarming (elektrisch of met een warmtegeleidende vloeistof), gekoppeld aan een verwarmingsketel of warmtepomp. Het plaatsen van tegels is vaak ook het ideale moment om isolatie aan te brengen onder de chape: niet alleen thermische isolatie, maar ook akoestische – vooral op een verdieping – om het impactlawaai te beperken.
Wie de tegels ook wil bewerken (afkorten of doorboren) heeft specifiek gereedschap nodig en moet vooral voorzichtig te werk gaan.

  • Vloer-en muurtegels plaatsen

    PDF-formaat downloaden
  •  

     

     

     

     

     

     

     

    Voorbereiding

    Maak eerst de vloer grondig schoon.

    Vloertegels plaatsen

    1. Begin bij een van de deuren – bij voorkeur in het midden van een wand en zet een kameras uit. Elke kamer, hoe onregelmatig ook, heeft een 'richting', die wordt bepaald door de algemene vorm van de kamer en de plaatsing van de voornaamste openingen. Het is de bedoeling dat u de as van die richting bepaalt. Zet markeerpunten uit met behulp van een metalen winkelhaak en een lange houten reilat. Begin in het midden van de opening. Druk de winkelhaak tegen een rechte houten lat als de zijden te kort zijn : zo vermijdt u markeerfouten.

    2. Teken de as af met behulp van een smetlijn (of lat en potlood). Gebruik opnieuw de winkelhaak om een loodlijn uit te zetten op deze centrale as: hier komt de eerste rij tegels. U kunt de lijn in het midden van de kamer trekken of meer naar de achterwand toe (op een afstand die overeenkomt met 5-6 tegelrijen). Leg voorlopig enkele tegels op de centrale as: zo kunt u een loodlijn uitzetten en vermijdt u onnodig snijwerk, op voorwaarde dat de muur kaarsrecht is. Gebruik een smetlijn om de loodlijn af te tekenen.

    3. Maak de vloer nat en smeer de cementlijm uit op de strook tussen de lijn en de muur. Gebruik een truweel om de cementlijm uit te smeren en maak de laag ongeveer 1 cm dik. Strijk de cementlijm gelijk met een plakspaan: zo blijft exact de juiste hoeveelheid achter. Begin de tegels te plaatsen vanaf de centrale as en houd rekening met de voegen.

    4. Maak de eerste rij tegels af en begin met de tweede rij, eveneens in het midden. Meet de tegel en markeer het exacte midden, zodat u de tegel kunt centreren op de as. Leg de tegels door ze met de vingers op de cementlijm te drukken. Soms zult u de tegels wat moeten verschuiven of wat dieper moeten leggen: gebruik in dat geval een hamer en een houten wig of een houten hamer. Veeg de cementlijm weg die omhoogkomt uit de voegen.

    5. Ga bij elke nieuwe rij uit van de as. Ga na of de tegels juist en symmetrisch liggen en controleer regelmatig met een luchtbelwaterpas of de rij effen is. Een slecht gelegde tegel legt u juist door hem dieper in de lijm te kloppen met een houten wig en een hamer of net wat lijm toe te voegen.

    6. Moet u tegels afkorten, dan is het van essentieel belang dat u de juiste afmetingen hebt: een onregelmatige voeg tussen de tegels en de muur geeft een onafgewerkte indruk. Als de onderkant van de muur niet loodrecht is, neemt u voor elke afkorting de juiste afmetingen.

    7. Breng de afmetingen over op de tegels die u moet afkorten. Zandsteen is een vrij harde materie: met behulp van een tegelsnijder kunt u snel en nauwkeurig werken. Een tegelsnijtang of een gewone kraspen met een punt van wolfraamcarbide volstaat voor het kleinere werk.

    8. Om de snijlijn van de tegel nauwkeurig af te tekenen, gaat u als volgt te werk: leg de tegel die u moet afkorten op de laatste tegel bij de muur. Leg een derde tegel op de twee andere en duw deze bovenste tegel tegen de muur. De rechthoek die nu wordt gevormd op de middelste tegel komt overeen met het stuk dat u moet afsnijden en wordt de tegel die u moet leggen. Teken de snijlijn.

    9. Als de muren kaarsrecht zijn, bestaat er een eenvoudige manier om de snijlijn in één keer te tekenen op verscheidene tegels: teken alle snijlijnen met behulp van een lange, rechte houten lat. Als u wacht met de afkortingen tot u alle andere tegels hebt gelegd en u deze methode wilt toepassen, strijk dan geen cementlijm langs de muur: na het uitstrijken van de cementlijm hebt u maximaal een halfuur de tijd om de tegels te leggen.

    10. Kort de tegels af met behulp van de tegelsnijder, die een snijnaad maakt op de tegel. 'Knip' vervolgens langs de snijnaad met de speciale tegeltang (die vaak wordt meegeleverd met de tegelsnijder). Maak het afgekorte stuk los. Werk oneffenheden weg met een nijptang of carborandumsteen. Gebruik een nijptang voor speciale versnijdingen.

    11. Leg de afgekorte tegels op hun plaats. Stel eventueel wat bij met een houten hamer. Vergeet niet om te controleren of de rij effen ligt met behulp van een luchtbelwaterpas. Als u de vloer niet hebt ingesmeerd met cementlijm langs de muurrand, brengt u wat cementlijm aan op de achterkant van de afgekorte tegel (meer in het midden, minder langs de randen). Aarzel niet om een nieuwe tegel te versnijden als de voeg aan de muur niet mooi is, tenzij u van plan bent om plinten te plaatsen.

    12. Ga op dezelfde manier te werk om een tegel in de lengte af te korten. Let erop dat u de tegels correct legt: de voegen van de laatste rij moeten exact overeenkomen met het midden van de afgekorte tegels. Veeg lijmresten onmiddellijk weg met een vochtige doek.

    13. Controleer regelmatig of het geheel effen is en of de tegels op een rechte lijn liggen. Leg de waterpas op een houten lat als hij niet lang genoeg is : zo kunt u alle onregelmatigheden opsporen en corrigeren met behulp van een houten hamer. Gebruik een reilat om te controleren of de tegels op één lijn liggen: leg de lat tegen de laatst gelegde rij. Steekt een tegel uit, dan legt u een houten latje tegen de tegelrand en klopt u de tegel voorzichtig op zijn plaats met een hamer. Gebruik de reilat ook om te controleren of het geheel goed ligt, door de winkelhaak tegen de centrale as te zetten.

    14. Als u alle tegels hebt gelegd, is het tijd om de voegen te gieten. Gebruik zuivere, gewone of witte aangietmortel of voegmiddel, wat het beste resultaat oplevert. Maak het voegmiddel volgens de instructies van de fabrikant. Smeer het product zorgvuldig uit met behulp van een voegrubber (er bestaan ook modellen met een steel, handig voor grote oppervlakken). Draag plastieken of rubberen handschoenen: voegmiddel beschadigt de handen.

    15. Bestrooi de tegels met zuiver cement: zo verhoogt u de hardheid en de weerstand van de voegen en voorkomt u dat ze later afbrokkelen.

    16. Wacht ongeveer een halfuur tot het voegmiddel hard begint te worden en maak de nieuwe tegelvloer schoon. Verwijder het teveel aan voegmiddel met het voegrubber en neem de vloer ten slotte af met een dweil of een vochtige doek. Werk niet in de voegrichting, maar eerder diagonaal: zo voorkomt u beschadiging van de voegen.

    17. Om de tegelvloer schoon te maken en alle restjes voegmiddel te verwijderen, bestrooit u de vloer met houtzaagsel van wit hout. Laat het zaagsel even inwerken, zodat het al het vocht absorbeert. Schuur stevig met het zaagsel en ruim het daarna op met een bezem of stofzuiger. Herhaal indien nodig een tweede keer met proper zaagsel.

    Tips

    Maak gebruik van plastic tegelkruisjes om de voegen tussen de tegels open te houden.

    Muurtegels plaatsen

    1. Bereid de ondergrond voor door de muur af te krabben met een pleisterkam: zo verdwijnen alle onregelmatigheden. Haal alle resten oud behangpapier of lijm van de muur. De kam maakt kartels in de muur, waardoor het cement beter op de muur blijft plakken. Neem zorgvuldig het stof van de muur voor u aan de slag gaat met de tegels.

    2. Teken de te betegelen oppervlakte af op de muur: een onmisbare stap met het oog op evenwicht en symmetrie. Begin met de onderste lijn, die perfect horizontaal moet zijn. Om deze lijn te tekenen, zet u een reilat tegen de zijrand van de lavabo, lijnrecht op de voeg tussen de lavabo en de muur. Zet een luchtbelwaterpas op de reilat om de horizontale lijn uit te zetten

    3. Duid op de horizontale lijn aan over welke breedte u de tegels zult plaatsen. De betegeling boven een lavabo moet de muur beschermen tegen spatten en loopt over minimaal 50 cm aan weerszijden. Bereken de breedte van de betegeling zó dat u met volledige tegels kunt werken en geen tegels moet afkorten. Trek op basis van deze markering een loodlijn, met behulp van een winkelhaak.

    4. Smeer de cementlijm uit met een truweel en strijk de lijm in één trek gelijk met een lijmkam: zo blijft precies de juiste hoeveelheid product achter. Als u over een grote breedte werkt, strijk dan niet te veel cementlijm in één keer uit: zo vermijdt u dat de lijm opdroogt (u hebt een marge van ongeveer een halfuur).

    5.Begin met de onderste tegel en houd rekening met de horizontale en verticale lijnen die u hebt uitgezet. Breng de tegels een voor een aan. Veeg lijmvlekken op de muur waar geen tegels komen meteen weg.

    6. Verlijm de tegelmat met behulp van een reilat : klop zachtjes op de lat, zodat de strook goed in de cementlijm zakt. Begin onderaan links en let erop dat de tegelmat niet verschuift. Verlijm daarna de tweede kolom en ten slotte de derde. U kunt de tegels verlijmen met behulp van een gewone houten hamer. Als de eerste strook correct werd aangebracht, brengt u de tweede aan en verlijmt u die eveneens.

    7. Na het verlijmen komt de cementlijm vaak omhoog tussen de stroken: veeg de lijmresten meteen weg meteen droge doek of keukenpapier. Controleer of beide stroken zij aan zij werden geplaatst en corrigeer indien nodig de plaatsing van de tweede strook: leg een houten lat tegen de rand van de strook en klop zachtjes met een hamer. Als er geen spleet tussen de stroken is, moet de tweede strook loodrecht staan, net als de eerste. Controleer met een schietlood of alle stroken loodrecht staan.

    8. Maak de tegels en de voegen goed nat. Maak het voegmiddel en breng het met een spons of doek aan over de hele betegelde oppervlakte, zodat alle voegen mooi gedicht worden. Voor een grote oppervlakte is een voegrubber handiger, dat u dan met beide handen over het oppervlak strijkt. Strijk altijd diagonaal over de voegen en ga kruiselings te werk. Controleer of alle voegen gelijkmatig gedicht worden : de lekdichtheid van het geheel hangt ervan af. Een voeg die niet helemaal dicht is heeft rampzalige gevolgen: het vocht dringt in de muur en de stroken kunnen opbollen en loskomen.

    9. Zodra het voegmiddel hard begint te worden, maakt u de stroken een eerste keer schoon met een lichtjes vochtige spons. Haal de spons diagonaal over de voegen: als u de voegrichting volgt, loopt u het risico op uitgeholde voegen. Maak de tegels herhaaldelijk schoon om zo veel mogelijk voegresten te verwijderen.

    10. Wrijf stevig over de tegels met keukenpapier om de laatste restjes voegmiddel te verwijderen. Werk altijd diagonaal ten opzichte van de voegen.

    11. Breng met behulp van een spuitkoker een siliconenvoeg aan op de spleet tussen de rand en de betegelde muur, om het geheel lekdicht te maken. Bescherm de muur en de rand van het bad met twee stroken afdektape. Maak een regelmatige voeg. Dompel een vinger in een scheutje afwasproduct en strijk de naad meteen na het aanbrengen glad. Na een uur is de voeg vingerdroog, na 24 uur is hij definitief droog.

    Tegels afkorten en afwerken

    Tegels zijn hard en breekbaar en hebben het nadeel fragiel te zijn. Wie tegels wil plaatsen of bewerken, moet dus voorzichtig te werk gaan. Voor elk type tegel bestaat specifiek snijgereedschap. Voor faiencesteen met reliëf gebruikt u een kraspen, voor effen faiencesteen een staalschaar. Zandsteen kunt u dan weer versnijden met een tegelsnijder.

    1. Een geëmailleerde faiencetegel voor wandbekleding is eenvoudig samengesteld. De kern van de tegel bestaat uit gewoon aardewerk (een mengeling van kaolien en diverse bindmiddelen, zoals bij gewoon vaatwerk). Het aardewerk wordt bedekt met email, dat werd gebakken in de oven en als versiering dient op de 'mooie' kant. Dat email is heel hard in vergelijking met de zachte aardewerken basis. Trek met een potloodstift een snijlijn op het email. Maak met de kraspen een kras op deze snijlijn. De kraspen, voorzien van een diamanten punt, maakt een inkerving in het email.

    2. Leg de tegel met de achterkant op de kraspen. Leg de snijlijn gelijk met de as van de kraspen, die plat ligt. Duw aan weerszijden van de kraspen met de handpalm op de tegel. Onder invloed van de druk breekt de tegel in tweeën op de snijlijn.

    Tegels manueel versnijden

    Met een kraspen

    Een eenvoudige wandtegel kunt u versnijden met een kraspen.

    1. Trek met een potloodstift een snijlijn op het email. Maak met de kraspen een kras op deze snijlijn. De kraspen, voorzien van een diamanten punt, maakt een inkerving in het email.

    2. Leg de tegel met de achterkant op de kraspen. Leg de snijlijn gelijk met de as van de kraspen, die plat ligt. Duw aan weerszijden van de kraspen met de handpalm op de tegel. Onder invloed van de druk breekt de tegel in tweeën op de snijlijn.

    3. Werk eventuele oneffenheden weg met behulp van een schuurrooster met korund.

    Met een papegaaienbektang

    Soms moet u een tegel rond versnijden, in de buurt van een buis bijvoorbeeld.

    1. Trek een snijlijn op de bovenste laag van de tegel. 'Knip' het stuk dat u wilt verwijderen beetje bij beetje weg met behulp van een papegaaienbektang. Werk steeds dichter naar de snijlijn toe. Naarmate u dichter bij de snijlijn komt, 'knipt' u kleinere stukken weg. Ga op dezelfde manier te werk om de laatste stukken van de punt van een inspringende hoek weg te halen.

    2. Een ronde uitsnijding blijft vaak oneffen. Vijl de rand glad met behulp van een rattenstaartvijl. Gebruik een vijl met een hoekig profiel om de laatste oneffenheden weg te werken. Beweeg bij een geëmailleerde tegel de rattenstaartvijl nooit van onder naar boven: zo trekt u de bovenlaag los en kan het email afschilferen.

    3. In de buurt van leidingen moet u soms een uitsnijding maken in het midden van de tegel. Dit is de meest delicate vorm van versnijden. Leg de tegel plat op een houten wig. Teken de vorm die u wilt uitsnijden op de voorkant van de tegel. Zet een betonboor op uw boormachine en boor gaatjes terwijl u deze vorm volgt. Zet de gaatjes zo dicht mogelijk bij elkaar: zo krijgt u een soort stippellijn, wat het uitsnijden vergemakkelijkt.

    4. Verwijder het middelste stuk door er een paar keer kort op te kloppen met een tegelhamer. Maak het gat mooi rond : werk oneffenheden weg met een rattenstaartvijl.

    Met een tegelsnijder

    1. Markeer de gewenste uitsnijding met een potloodlijn.

    2. Leg de tegel in de tegelsnijder en haal de hendel naar beneden: er ontstaat een kras op de sierkant van de tegel.

    3. Haal de tegel uit de tegelsnijder en draai hem om. Klop kort met een tegelhamer (een kleine, smalle hamer) op de achterkant van de tegel, langs de snijlijn. De gekraste voorkant splijt op de kraslijn van de tegelsnijder, terwijl de achterkant een vage barst vertoont.

    4. Als het stuk dat u wilt wegsnijden te dicht bij een van de uiteinden zit, verwijdert u het onbruikbare stuk met een speciale, asymmetrische tang (de knijpers van deze tang sluiten niet op elkaar). Als u de tegel bewerkt met deze tang, ontstaat er een buigingsbeweging en zal de tegel uiteindelijk breken.

    5. Een effen faiencesteen versnijdt u met een tegelsnijtang. Omdat er geen reliëf is, kan het ronddraaiende lemmet (wieltje) een inkeping maken in het email.

    6. Steek de tegel tussen de knijpers van de tang, met de sierkant (waar het lemmet een inkeping heeft gemaakt in het email) naar u toe gericht. Leg de tegel met de achterkant op het brede onderstuk van de onderste knijper; de fijne knijper staat op de inkerving op de sierkant. Zet de tegel in deze positie vast in de tegelsnijtang. Druk beide tangbenen in één beweging samen. Er ontstaat een buigingsbeweging, waardoor de tegel mooi breekt op de gewenste lijn. Bij een te kleine buiging kan het geëmailleerde oppervlak afschilferen over de lengte van de snijlijn.

    Met een elektrische zaag

    1. Vul de bak van de machine met water volgens de aanwijzingen in de handleiding. De waterstand in de bak komt overeen met de ideale bevochtiging van het ronde zaagblad en moet bij gebruik geregeld worden bijgevuld.

    2. Stel de gele geleider in volgens de schaalverdeling op het werkblad. Duw de tegel die u wilt versnijden met beide handen naar de zaag toe en oefen daarbij een gelijkmatige druk uit. Bij een versnijding op de uiterste rand van een tegel gebruikt u een van de aangepaste 'duwaccessoires': zo vermijdt u dat uw vingers te dicht bij het zaagblad komen.

    3. Wilt u de tegel afschuinen in een hoek van 45° (de rechte hoeken wegsnijden) , dan volstaat het om een paneel van het werkblad omhoog te zetten om de tegel in de gewenste hoek te zagen. Ook hier is voorzichtig zijn de boodschap!

    Specifieke gevallen

    Een uitsnijding in het midden van een versneden tegel

    1. Leg beide stukken van de versneden tegel weer bij elkaar en markeer nauwkeurig de gewenste uitsnijding (volgens de exacte afmetingen of volgens een model).

    2. Voor dit middelgrote, halve gat gebruikt u een knabbeltang (ook papegaaienbektang genoemd) om de tegel in te snijden volgens het uitgetekende patroon. Zoals de naam het zegt, 'knabbelt' de tang telkens een stukje van de tegel.

    3. Gebruik een korundsteen of tegelvijl om de tegelrand af te bramen langs de snijkant. Vijl enkel van boven naar onder.

    Cirkels uitsnijden

    Uitsnijdingen voor buizen of schakelaars maakt u met behulp van een regelbare boor met een punt van wolfraamcarbide. Zet de boor op de boormachine en laat zachtjes draaien.

    Boren in een tegel

    1. Plak eerst een stuk plakband op de plaats waar u een gat wilt boren. Duid met een potlood het exacte punt aan op de plakband. Op die manier glijdt de boor in het begin niet weg en hebt u geen splinters op het doorboorde oppervlak.

    2. Gebruik een boor met een punt uit wolfraamcarbide. Stel de boormachine in op een lage snelheid: zo voorkomt u dat de boor in het begin wegglijdt en later warm wordt

    3. Boor het gat en verwijder de plakband. Het resultaat is een proper gat zonder splinters.

    Schakelaars inpassen

    1. Bepaal welke insnijding nodig is voor de aansluiting rond de schakelaarplaat. Markeer de insnijding op de tegel.

    2. Maak de nodige insnijdingen in de tegel. Haal de schakelaarplaat een stukje van de muur (gelijk aan de dikte van de tegel) en steek de tegel achter de schakelaarplaat. Draai de plaat weer vast en zet het deksel terug op zijn plaats

    Tips

    Meng alle pakken tegels door elkaar. Zo krijgt u overal dezelfde kleuren.