Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Bonsai

De bonsaikunst bestaat erin bomen in miniatuur te doen groeien. Hun verschijningsvorm is identiek maar in miniatuur. De soorten en variëteiten bonsai zijn dezelfde als de soort waaruit ze voortkomen. U kunt veel leren door het observeren van de boom in zijn natuurlijke grootte. Bonsai is een kunst die veel geduld vraagt en weken, maanden, jaren in beslag neemt.

  • Een bonsai kan om het even welke afmeting hebben, van 2,5 cm tot veel grotere afmetingen. Om niet teleurgesteld te zijn en voldoening te hebben van het resultaat is het belangrijk voorzichtig en stap voor stap te werk te gaan om u de verschillende bonsaitechnieken eigen te maken.

     

     

     

     

    Kenmerken van een bonsai

    De afstand tussen de eerste tak van de boomtop en het onderste van de stam is ongeveer een derde van de totale hoogte.
    De breedte van de stam is gelijk aan de diepte van de schaal. De takkenstructuur heeft horizontaal bekeken de vorm van een lichtjes schuinstaande driehoek.
    De eerste tak bevindt zich links of rechts van de stam, de tweede aan de tegenovergestelde kant en de derde aan de achterkant en zo verder tot aan de top van de boom. Als men de boom van boven bekijkt, zijn de takken mooi gelijk verspreid. Let er op dat zich geen twee takken naast elkaar bevinden of over elkaar groeien.

    Bonsais om binnen te kweken

    Enkele voorbeelden

    Vingerplant (aralia elegantissima), geldboom (crassula arborescens), boom van duizend sterren (serissa foetida), hemelse bamboe (nandina domestica), bougainvillia, ficus benjamina, ficus microcarpa, fuchsia, granaatappelboom (punica granatum), mirteboom (myrtus communis), sagaretia theezans.

    Gereedschap

    Voor het kweken van bonsai bestaan tal van gespecialiseerde werktuigen maar slechts enkele basisinstrumenten zijn absoluut noodzakelijk om van start te gaan. Naarmate u meer ervaren wordt, kunt u ook meer specifiek gereedschap aanschaffen. Het gereedschap moet altijd schoon en goed scherp zijn, een zuivere snede vermijdt het risico op ziekten.

    De grond

    Voor het kweken van bonsais is geen speciale aarde vereist maar sommige soorten bevorderen de gezondheid van de boompjes. De gebruikte soorten aarde moeten droog zijn zodat ze gemakkelijk kunnen worden vermengd.
    De aarde moet voldoende lucht, water en voedingsstoffen bevatten om het wortelgestel te voeden.

    Voorbeelden van grond: universeel mengsel, speciale aarde zoals: akadama, kiryu, kanuma, bladaarde, mengsel van akadama en humus, heidegrond, teelaarde, potgrond uit de handel, fijne, grove en middelfijne kiezel.

    Kweektechnieken voor bonsai

    Planten uit de tuin halen

    Winterharde planten zijn het meest geschikt om een bonsai te vormen want ze hebben meestal een dikke stam en een goed ontwikkeld wortelgestel.
    Kies de sterkste planten uit uw tuin.
    De plant moet perfect gezond zijn. Haal de plant uit de tuin bij het begin van de lente.

    1. In de lente, een jaar voor hij uit de grond wordt gehaald, moet de boom worden voorbereid door met een scherpe spade een groef van 30-35 cm rond de wortels te graven.

    2. Haal de plant de volgende lente, net voor de nieuwe scheuten verschijnen, uit de grond en snoei ze. Til de boom op en verwijder de overtollige aarde, snijd de dikste wortels weg zodat hij stevig in zijn bak kan staan.

    3. Maak gaten in de bodem van de bak om voor voldoende afwatering te zorgen en steek er enkele draden door om de toekomstige bonsai vastte binden. Bedek de bodem met een bed van grove kiezel en vervolgens met een laag korrelige en luchtige aarde om de wortelontwikkeling te bevorderen.

    4. Zet de boom in de bak met de wortels in de aarde. Houd de boom vast en wikkel de draden rond zijn stam. Vul aan met aarde en begiet overvloedig.

    Stekken nemen

    Stekken is een veel snellere kweekmethode dan zaaien. Dat gebeurt door kleine stukjes van de moederplant te knippen om stekjes te vormen. Stekken kan gebeuren vanaf het einde van de lente tot in de herfst.

    Stekken van loofbomen

    Neem een twijgje dat verschillende knoppen telt, verwijder de onderste bladeren en de laatste knop. Knip van een soort met grote bladeren twee derde van de bladeren weg om de verdamping te verminderen. Op die manier is er meer kans dat het stekje zal aanslaan.

    Stekken van coniferen

    Neem stekjes met 'hiel' door ze naar beneden af te scheuren (de 'hiel' is het verhoute stukje van de tak die aan het twijgje blijft zitten). Verwijder ook een gedeelte van de bladeren.

    Vul een pot met speciale stekgrond. Maak met een stokje een putje voor elk stekje. Duw ze voor een derde in de grond en druk aan. Geef water en dek af om vochtig te houden. Zet de stekjes op een frisse schaduwrijke plaats tot de plantjes beginnen te groeien.

    De bonsai vormen

    Een jonge plant vormen

    1. De jonge plant werd twee jaar voordien uit de volle grond gehaald en vervolgens gesnoeid tot alleen de wortels en de stam overbleven. Zoals u ziet hebben zich tijdens die twee jaar nieuwe scheuten gevormd.

    2. Haal de plant uit haar pot en verwijder ongewenste loten. Verwijder de oude stompjes en de andere loten. Bedraad de takken vast die later zullen moeten worden gesnoeid. De toekomstige bonsai is nu gevormd en in zijn pot gezet.

    3. Na 12 weken zijn er opnieuw jonge scheuten ontstaan. Snoei ze weg.

    4. Knip de binnenscheuten weg met een scherpe schaar.

    5. Knip de punt van de kleinste scheuten af om een volle groei te stimuleren tijdens het volgende seizoen.

    De jonge bonsai is klaar, het zal nog vele jaren duren voor hij volgroeid is.

    Snoeitechnieken

    Snoeien moet heel zorgvuldig gebeuren zodat de snoeiwonden goed helen en geen sporen achterlaten.

    1. Om goed te knippen moet u de snijvlakken van de knobbeltang horizontaal tegen de stam houden.

    2. Als u de tak weghaalt, dan ziet u een bolle snede en een holle snoeiwonde.

    Vormgeving door bedrading

    Bedrading is de meest eenvoudige methode die ook het vaakst wordt toegepast. Door het bedraden worden de stam en de takken gevormd in de positie die u wenst en kan een exact evenbeeld van de volwassen boom worden verkregen. Ga, voor u met bedraden begint, na of de takken buigzaam zijn. Gebruik raffia voor de meest broze takken. Het stuk draad moet een dikte hebben van de helft van de tak en een lengte van anderhalve keer de lengte van de tak. Zet de spandraad vast in de aarde en draai hem een eerste keer rond de stam.
    Draai hem nog een keer rond de stam en ga zo door tot aan de top. Span als dat nodig is een tweede draad evenwijdig aan de eerste. Op die manier kunt u aan de stam de gewenste vorm geven. Om een tak te bedraden, wikkel de draad rond de stam op de plaats waar de tak aan de stam groeit, wikkel vervolgens rond de tak, gebruik de stam als steun tot aan de tweede tak. Wikkel op het einde van de bedrading het uiteinde van de draad rond de draad zelf. U kunt de tak laten groeien in de richting die u wenst.

    Water geven

    De hoeveelheid water is belangrijk, de boom mag niet verdrogen en ook niet te nat staan.

    Houd de grond en de wortels altijd vochtig, gebruik daarvoor een waterspuit of een gieter met een fijne sproeikop.

    Dompel de pot in een kom met water tot er geen belletjes meer naar boven komen.

    Besproei alle dagen het gebladerte.

    Verplanten

    1. Ga met een scherp mes langs de binnenrand van de pot om de kluit los te maken. Haal de bonsai voorzichtig uit de pot, kam de wortels en verwijder de oude aarde.

    2. Was en kam de wortels zodat hun vezelstructuur zichtbaar wordt. Snoei de wortels.

    3. Breng een draineermatje en de spandraden in de schaal aan en bedek met een laag potgrond. Maak een hoopje met de aarde in het midden. Zet het boompje iets uit het midden in de pot.

    4. Werk de aarde rond de wortels in cirkelvormige bewegingen. Maak de uiteinden van de draad aan de wortels vast en draai ze in elkaar. Trek met een platte tang aan de draad om hem recht te maken. Knip het overtollige stuk weg en duw de uiteinden in de aarde. Bewerk ten slotte de aarde zo dat de ruimtes tussen de wortels gevuld zijn en geef water.

    Bemesting

    Giet de volgens de gebruiksaanwijzing verdunde meststof bij de wortels en vervolgens op de aarde. Als u korrels geeft, leg ze 5 cm uit elkaar en begiet.

    BEMESTINGSSCHEMA VOOR BONSAI
    (aantal bemestingen per maand tussen haakjes)
    Seizoen Courant gekweekte soorten Bloeiende bonsai
      Vloeibare mest of bladmest Traagwerkende meststof Soort meststof
    Begin van de lente Hoog stikstofgehalte (1) Werking 3 manden (1)  
    Midden van de lente Hoog stikstofgehalte (2)
    Evenwichtig (1)
      Evenwichting (2)
    Einde van de lente Evenwichting (3)   Evenwichting (1)
    Universele meststof (2)
    Begin van de zomer Evenwichting (4) Werking 3 maanden (1) Universele meststof (4)
    Midden van de zomer Evenwichting (4)   Universele meststof (4)
    Einde van de zomer Evenwichting (2) Laag stikstofgehalte (2)
    Laag stikstofgehalte (1)
    Laag stikstofgehalte (2) Universele meststof (2)
    Begin van de herfst Laag stikstofgehalte (1) Laag stikstofgehalte (4) Laag stikstofgehalte (4)
    Midden van de herfst Laag stikstofgehalte (1) Laag stikstofgehalte (2) Laag stikstofgehalte (2)
    Eiden van de herfst Laag stikstofgehalte (1) pins uniquement (1) Laag stikstofgehalte (1)

    Onderhoud

    Haal lelijke stukjes op de stam weg met een pincet. Borstel de stam met een droge, harde borstel. Verwijder algen met een natte borstel en sproei met water de resten weg.

    Bescherming in de winter

    Zet uw boompjes op een beschutte plaats op houten tegels onder hun gewone schaal.
    Als de plaats niet is afgesloten, dek de voorkant, de zijkanten en de achterkant af met een schaduwnet. Sluit bij vorst de plaats af. Respecteer de rustperiode van de planten.