Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

In de schaduw van het groen

In ons klimaat is het idee van zonwering een beetje vreemd. Men zou denken dat we net alle moeite zouden doen om van de vaak schaars aanwezige zonnestralen te genieten. Toch kennen we in onze tuincultuur heel wat voorbeelden van constructies - natuurlijke en kunstmatige - die ons moeten beschermen tegen overdadige zon.

Grondplan van het klooster van Sankt Gallen.

Waar komt deze contradictie vandaan?

De tuincultuur in het noordwesten van Europa startte pas echt in de Middeleeuwen. Een belangrijk gegeven hierbij zijn de zogenaamde kloostertuinen. Het ontwerp van zulke kloosters gaat terug tot de Romeinse tempelstructuren en aanverwanten. Dus met de nodige overdekte zuilengangen en dergelijke, zorgend voor welkome koelte in een warmer klimaat.

De eerste kloostergemeenschappen ontstonden trouwens ook in een veel warmer klimaat, met name langs de oevers van de Nijl. Toen de kloosters in Europa dan ook voet aan de grond kregen, waren in de opzet van hun structuur ook de nodige invloeden van hun voorgeschiedenis aanwezig. We zien dit bijvoorbeeld duidelijk in de plannen die ons zijn overgeleverd van het klooster van Sankt Gallen (819). Pas tijdens de Renaissance komt ook de burgerlijke tuincultuur goed op gang. Ook hier wordt teruggegrepen op de Romeinse en Griekse periode, en in de Hoofse Lusthof (late Middeleeuwen, 13e en 14e eeuw) ontstaat er al een kruisbestuiving met de traditionele kloostertuinen. Kortom, eigenlijk heeft de zonwering zoals bijvoorbeeld de huidige pergola zijn ontstaan in een zeer oude tuintraditie, teruggaand zeker tot de Romeinse tijd en afkomstig uit een warmer klimaat.

De fantastische pergola van Bois des Moutiers in Varengeville-sur-Mer, (Frankrijk).

Natuurlijke zonwering

Naast de zuilengangen die het ontstaan gaven aan de pergola, werden er vanaf het ontstaan van de Hoofse Lusthof ook loofgangen en prieeltjes opgenomen in het tuinontwerp. Hier zien we dus dat er ook op een meer natuurlijke wijze voor schaduw wordt gezorgd. Ook nu nog zijn loofgangen, prieeltjes en pergola's ideale schaduwbrengers die door een juiste plantkeuze kunnen zorgen voor een aangenaam klimaat en beperkt onderhoud. Maar ook individuele planten kunnen voor natuurlijke zonwering in aanmerking komen.

Door het spel van licht en schaduw zorgt deze houten pergola voor een ritmische reflectie op het wandelpad.
© Collstrop

Een echte ‘gang’ in het Maxwald Park in Westerstede (Duitsland).

Loofgangen en pergola's

We plaatsen beide hier onder één noemer omdat de verschillen eigenlijk niet zo groot zijn. Bij een loofgang is de constructie die de planten (tijdelijk) ondersteunt zo goed als verstopt door de begroeiing. De beplanting is ononderbroken langs de gehele lengte van de loofgang aanwezig. Bij een pergola is de structuur nog wel terug te vinden en duidelijk aanwezig. De beplanting concentreert zich aan de voet van de verticale elementen van de pergola. Een loofgang heeft een afgeronde boogvorm terwijl de pergola een meer hoekige vorm krijgt, verwijzend naar een gaanderij. Beide zijn ze van een zekere lengte en bedoeld als doorgang van de ene plek naar de andere. Soms echter gaat deze doorgangsfunctie verloren ten koste van een esthetische bedoeling.

Wat planten betreft, is er wel een onderscheid. Een loofgang bestaat, de naam zegt het al, uit loofhout. Hierbij is de bloei ondergeschikt aan de densiteit van de bebladering. Bij een loofgang is de schaduw dan ook vrij intens. Een mooi voorbeeld hiervan is een loofgang uit Carpinus betulus, de haagbeuk. De relatief kleine bladeren vormen een dicht bladerdek en de planten kunnen vrij gemakkelijk in een bepaalde groeivorm worden geleid. Langs beide kanten van de loofgang worden de planten dicht naast elkaar aangeplant. Bedoeling is dat ze elkaar in een boogvorm zullen raken. Andere hiervoor gebruikte bomen zijn bijvoorbeeld linden, die men dan ook nog aan elkaar ent waar de twee booghelften elkaar raken. Tegenwoordig is het mogelijk om een dergelijke loofgang kant-en-klaar aan te kopen, voor onmiddellijk effect. Let wel op de verhoudingen en de grootte van uw tuin. Een echte loofgang is niet bedoeld voor de kleinere tuin.

Een ander type van loofgang is een echte gangvorm, dus zonder dak maar met twee dichte verticale wanden gevormd door bijvoorbeeld leilinden. Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in een park in de buurt van Westerstede (België), het Maxwald Park. Hier is het schaduweffect anders dan bij een gesloten tunnel, maar ook minder claustrofobisch en voor veel tuinliefhebbers waarschijnlijk aangenamer. Opnieuw moeten we opletten voor de verhouding lengte/hoogte en de totale afmetingen van de tuin.

Een pergola kan allerlei afmetingen hebben, afhankelijk van de bedoeling en van de beschikbare oppervlakte. Hier is de begroeiing niet noodzakelijk zo dicht dat er geen licht meer doorheen komt. De structuur van de pergola mag immers zichtbaar blijven. Langs de verticale elementen worden klimplanten aangeplant. De keuze is in principe eindeloos, maar hangt vooral af van de hoogte en breedte van de pergola.

Prieeltjes

Bij het begrip 'prieeltje' denken we meestal aan een houten constructie, open aan één zijde, waarin het aangenaam toeven is op het heetst van de zonnige zomerdag. Een zelfde effect van beschutting en schaduw kunnen we ook bereiken met planten, al zal het wel wat tijd vergen. Een mooi voorbeeld zagen we in een tuin in Limburg, waarbij het prieeltje werd gevormd door Cornus mas, de gele kornoelje. Deze plant laat zich perfect in model snoeien, heeft mooie grijze takken en in de vroege lente prachtige gele bloeiwijzen. Sommige tuinliefhebbers zullen de vruchten als nadeel ondervinden omdat die in het prieeltje kunnen terechtkomen. Anderzijds zijn deze aangenaam zurig van smaak en zeer verfrissend op een warme dag. Daarbij zijn ze ook nog rijk aan vitamine C en dus gezond.

Dakbomen

Dakbomen waren enkele jaren terug een echte rage. Elke nieuw ontworpen tuin had er wel een paar. En lang niet altijd was het mooi om die stakerige jonge planten te zien, aangebonden en geleid langs een staketsel van bamboe. Vaak was het horizontale gedeelte, het 'dak' dus, dan ook nog niet horizontaal omdat ze vaak nog te jong en te slap waren wat het gevoel van onbehagen nog vergrootte. Neen, wij houden niet van 'gewone' dakbomen. Temeer daar ze niet zo eenvoudig te vormen en te onderhouden zijn.

Ga altijd uit van een goede, voorgevormde boom, betrokken van een goede, gespecialiseerde kwekerij. Hij zal misschien wat duurder zijn in aanschaf, maar hij voorkomt veel ergernis. Jaarlijks onderhoud is aan te raden, al zijn er soorten die slechts om de paar jaar echt snoei vragen. Bedoeling van de snoei is steeds om het horizontale gestel van hoofdtakken te behouden en de daarop ontstane uitlopers te knotten. Op den duur krijgt u een horizontaal vlak op stam, met knoestige knobbels op de bovenzijde.

Zulke dakbomen zijn als idee afkomstig uit warmere streken, al bestaan ook in België voorbeelden van een respectabele leeftijd, zoals bijvoorbeeld de linde op het marktplein van Retie. We kunnen kiezen uit meerdere soorten en vormen, waarbij we erop moeten letten dat de gekozen boom geen storende vruchten maakt, dat wil zeggen: vlezige vruchten die bij vallen vlekken achterlaten op terras of tuinmeubelen. Hieronder noemen we enkele voorbeelden:

  • Platanus × acerifolia is een snelgroeiende boom die vaak als dakboom wordt aangeplant en naar onze mening zeker niet de beste keuze is. De grote, drie- tot vijflobbige bladeren zorgen voor een dicht bladerdak. U moet wel weten dat deze bladeren, als ze zijn afgevallen, slecht verteren en dus moeten worden opgeruimd. De vruchten zijn stekelig en blijven tot ver in de winter aan de boom hangen. Een voordeel van plataan is dat hij goed verharding verdraagt. De sierwaarde zit vooral in de afschilferende bast.
  • Van deze plant bestaan talloze benaamde kweekvormen. Zoekt u een kleine, kies dan voor 'Alphen's Globe'. Deze is prima tot dakboom op te kweken en een veel betere keuze dan de soort. Leid enkele hoofdtakken horizontaal. De opstaande zijtakken hebben dan een jaarlijkse groei van amper een halve meter. Ideaal om een mooi gesloten, vlak dak te maken.
  • Morus alba 'Macrophylla' (syn. M. alba 'Platanifolia') heeft van nature een breed piramidale tot bijna ronde kroon. Ondanks het feit dat hij vruchten vormt, wordt hij toch regelmatig als dakboom aangeboden. Het blad is een stuk regelmatiger van vorm en minder ruw dan bij de soort. Ook groeit hij krachtiger en is hij prima te snoeien. Hij gedijt ook op arme, kalkrijke bodem. Soms vinden we in de handel een vorm 'Fruitless' die minder vrucht draagt en waarbij de gevormde vruchtjes vaak verdrogen en afvallen.
  • Carpinus betulus 'Pendula' is de treurvorm van de haagbeuk. Als volwassen plant heeft de kroon een parasolvorm, wat hem mooi maakt als dakboom. Het is een betere keuze dan beide voorgaande, maar hij dient wel hoog (bijv. op 2,4 meter) geënt te worden. Als onderstam gebruikt men C. betulus 'Fastigiata', omdat die een betere rechte stam vormt dan de soort. Carpinus betulus 'Pendula' heeft geen bloemen of vruchten.
  • Tilia tomentosa 'Brabant' heeft van nature een dichte breed kegelvormige kroon met een spitse top. Hij is zeer uniform in groeiwijze en ongevoelig voor luis. Net als alle lindes reageert hij goed op snoei. Een goede keuze, maar let op de afmetingen: een volwassen, niet gesnoeid exemplaar kan tot 15 meter breed zijn bij een hoogte van meer dan 20 meter. Wel wat groot voor de modale particuliere tuin. Een kleiner type is T. tomentosa 'Silver Globe'. Ook deze is ongevoelig voor luizen en druipt dus niet. Door de beperktere groei een betere keuze.
  • Quercus palustris of moeraseik wordt tegenwoordig meer en meer aangeplant als park- en laanboom. Zijn scherp gelobde en getande blad dat in de herfst rood verkleurt, zal hieraan niet vreemd zijn. De boom is echter fors en wordt tot 20 meter hoog. Op volwassen leeftijd heeft hij een breed kegelvormige tot ronde kroon. Jonge exemplaren hebben een onregelmatige kroonvorm met uitstaande takken die geleid kunnen worden. Op de hoofdtakken staan talrijke korte twijgen. De onderste gesteltakken kunnen op latere leeftijd gaan doorhangen. Omdat deze boom als zaailing wordt gekweekt is de keuze van het uitgangsmateriaal bij het vormen van een dakboom zeer belangrijk.
  • Acer campestre 'Elsrijk' is een vorm van de veldesdoorn met een dicht vertakte, ovale tot breed kegelvormige kroon. Die dichte, gesloten kroon maakt hem geschikt om te gebruiken als dakboom. Daarbij verdraagt hij verharding goed en is hij weinig gevoelig voor meeldauw. Acer campestre is een soort die goed snoei verdraagt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de bekende Japanse esdoorns. Hierdoor wordt hij ook vaak gebruikt als haagplant op middenbermen en tussen fietspad en rijweg.
  • Andere soorten en vormen die worden uitgetest als dakboom en langzamerhand op de markt komen zijn bijvoorbeeld Liquidambar styraciflua 'Gumball', Ginkgo biloba 'Horizontalis' en Fagus sylvatica 'Horizontalis'. Doordat het, zeker bij beide eerst genoemde planten, lang duurt voordat we een voldoende hoge onderstam kunnen kweken, zullen deze dakbomen nog wel een tijdje duur en zeldzaam blijven.

Vele kleinbloemige sierkersen hebben een horizontale of treurende kroon.

Bijzondere bomen als schaduwbrengers

Als u niet absoluut een vlak, dun bladerdek wilt, zoals bij een dakboom, maar de uiteindelijke hoogte van de kroon u niets uitmaakt, dan is het wellicht veel eenvoudiger om te kiezen voor een boom die van nature al schaduw geeft door zijn min of meer horizontale of zelfs hangende groeiwijze.

Een voldoende vrije stamhoogte - u wilt er tenslotte onder kunnen zitten - is een voorwaarde. Hier is de keuze zeer groot en zal het vooral afhangen van persoonlijke voorkeur en van de grootte van uw tuin. Heeft u voldoende ruimte dan kunt u zelfs denken aan de bekende treurwilg, Salix × sepulcralis 'Chrysocoma', of zijn Chinese tegenhanger S. babylonica. In de familie der Rosaceae bestaan tal van kleinere bomen die als schaduwbrenger in aanmerking komen. Denken we bijvoorbeeld aan Prunus × subhirtella. Deze 'Kohigan sakura' zoals hij in Japan heet, brengt oosterse sfeer in de lentetuin door een overvloed aan witte bloemen uit roze knop. Ook andere kleinbloemige sierkersen komen in aanmerking. Denk bijvoorbeeld aan P. 'Accolade'. De grootbloemige types, behorend tot P. serrulata, hebben meestal een te open kroonstructuur en geven daardoor niet voldoende schaduw. Malus 'Red Jade' is een sierappel met brede treurende kroon. De enkele bloemen zijn wit en worden gevolgd door kleine, glanzend rode appeltjes. Geënt als hoogstam is dit een prachtige kleine schaduwboom. Sophora japonica of honingboom heeft als volwassen plant een waaiervormige kroon. Het blad is veervormig samengesteld en de bloemen zijn roomwit tot roomgeel, in eindstandige pluimen. Dit is een plant die veel bijen aantrekt omdat de bloemen heel wat nectar bevatten. Houd hier rekening mee als u niet houdt van deze gevleugelde bezige insecten

Dit zijn slechts enkele voorbeelden uit een groot gamma aan mogelijkheden. En eerlijk gezegd, in een natuurlijkere tuin zijn zulke planten ver te verkiezen boven de dakbomen.

Kies de juiste roos

Een klassieker onder de pergola-planten is de roos. Let hier vooral op de keuze van de cultivar. Beslis allereerst of u gaat voor een klim- of een ramblerroos. In haast alle gevallen is een goede klimroos, zoals bijvoorbeeld R. 'New Dawn' of R. 'Lykkefund' een betere optie dan de echte ramblerrozen. Het verschil zit in de groeikracht: een ramblerroos groeit gemakkelijk vier meter per jaar. Een klimroos houdt het een stuk bescheidener. Terwijl een klimroos meestal niet hoger wordt dan een meter of vier, kunnen sommige ramblerrozen gemakkelijk tot tien meter en meer reiken.

Dat is meestal te veel van het goede voor de modale pergola. Pas dus op met rozen als R. 'Toby Tristam' of R. filipes 'Kiftsgate', R. 'Bantry Bay' en R. 'Paul's Himalayan Musk' om er slechts een paar te noemen. Laat deze liever groeien in een oude loofboom, bijvoorbeeld een oude niet meer productieve hoogstamappelboom. Het effect is mooier dan op een pergola en het onderhoud een stuk eenvoudiger. Een type als R. 'Guirlande d'Amour' zou eventueel wel in aanmerking komen voor de pergola, mits de nodige snoei wordt gegeven. De overvloed aan kleine, gevulde witte bloemen met aangename geur maakt van deze selectie van de Belgische rozenveredelaar Louis Lens een absolute topper. 'Guirlande d'Amour' mag eigenlijk in geen enkele tuin van de rozenliefhebber ontbreken!

Tekst en fotografie: Harry van Trier
Copyright Hobbytuin.be