Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Primula-soorten in de watertuin

Niet alle Primula-soorten passen in de watertuin, maar met de juiste keuze beschikt u over een vertederende schoonheid langs de waterkant vanaf de lente tot een stuk in de zomer. En de keuze is groot. Het genus Primula omvat ongeveer 400 soorten, allemaal uit het noordelijke halfrond. Bijna de helft ervan groeit in de Himalaya.

In de handel vindt u nog een ontelbaar aantal cultuurvariëteiten. Zij worden overwegend gekweekt om hun schoonheid en hebben weinig ander economisch belang, hoewel… alle delen van de Primula zijn eetbaar en de jonge bladeren smaken het beste. De inheemse soorten ( P. veris en P. elatior ) worden, nu het eten van bloemen weer in is, zelfs gekweekt voor dit doel. Uiteraard is het een vereiste dat ze niet met pesticiden werden behandeld. Eet de bloemen alleen wanneer ze van een kwekerij van eetbare planten komen of wanneer u ze zelf hebt gekweekt. Van deze bloemen wordt ook wijn gemaakt.

Rond de vijver

De meeste sleutelbloemen houden van voldoende vocht, zeker tijdens hun periode van groei en bloei. Wie daarvan niet overtuigd is moet de proef maar eens op de som nemen en het verschil bekijken tussen een sleutelbloem die in gewone aarde staat en eentje die op een vochtige plaats leeft. Toch zijn er soorten die speciaal geschikt zijn voor de waterkant. Deze sleutelbloemen willen de invloed van water voelen zonder er echt constant in te zitten.

Plant ze nooit met hun onder water, dat verdragen ze slechts voor een kort poosje. Ideaal is een standplaats in een moeras waar het water niet tot aan de bovenlaag reikt. Zorg dat enkel hun wortels het vocht bereiken. Het zijn hongerige planten, voorzie ze van voldoende voeding. Dat kan bijvoorbeeld met voor vijver en moeras geschikte voedingspillen die traag hun voedingsstoffen vrijgeven.

Alleenstaand langs bosrand of vijverrand zijn sleutelbloemen hartvertederend, maar in massa zijn ze pas echt spectaculair. Alle Primula 's, zeker die van het candelabra-type verdienen het om in grote groepen te worden geplant. Tussen de soorten onderling kunt u scheidingen maken met hogere planten. Combinaties met contrasterende planten, zoals varens, blauwe irissen, maskerbloemen of daglelies, zijn wondermooi. Wij bekijken de voor onze watertuin meest geschikte sleutelbloemsoorten stuk voor stuk, ongeveer in volgorde van bloeitijd.

Een slanke inheemse

Primula elatior spiegelt zich als eerste in het maartse water met zijn pril lentegeel. De slanke sleutelbloem is een nectarplant, gewaardeerd door vroege vlinders en andere insecten. Het is een inheemse soort en hij groeit in het wild voornamelijk langs bosbeekjes en natte weiden. Slanke sleutelbloem is voor vijverliefhebbers van belang vanwege de erg vroege én lang aanhoudende bloeitijd. De plant wordt slechts 15 à 30 cm hoog, heeft voedselrijke grond met leem nodig en beloont ons met bloei in maart, april en mei.

Een bestandje zal zich spontaan uitbreiden. Opgelet, deze plant niet uit de natuur roven, want het is een wettelijk beschermde plant.

Kogelprimula

Primula denticulata is een voorjaarsbloeiende sleutelbloem met een bolronde bloeiwijze. Afghanistan en China zijn de landen waar deze planten in de natuur voorkomen. De groei is compact en de planten doen het ook goed in de border met vaste planten en zelfs in bloempotten. Ze hebben echter een voorkeur voor lichte schaduw en eerder zure en vochtige grond. U plaatst er 8 tot 10 per vierkante meter. De bloemkleuren zijn vooral te situeren in de tinten lila, blauw en wit. Ze worden 25 cm hoog en bloeien in de periode van maart tot mei. Ze bloeien ongeveer twee maanden lang. In het Engels noemen ze deze soort 'drumstick primrose'. Ze kregen de prestigieuze "Award of Garden Merit" van de Royal Horticultural Society.

Candelabra sectie

De vier sleutelbloemen die nu volgen behoren tot de candelabra-sectie. Zij hebben verschillende kransen van bloemen, geschikt in verschillende etages. In het Nederlands noemt men ze meestal etageprimula's.

Primula pulverulenta is een robuuste, tot 70 cm hoog wordende soort met lange smalle bladeren afkomstig uit het westen van China. De originele bloemkleur situeert zich rond karmijnrood. Daardoor zijn deze planten bijvoorbeeld mooi te combineren met vergeet-mij-nietjes. De onderzijde van de bladeren is opvallend krachtig geaderd. De heer G.H. Dalrymple ontwikkelde een bijzondere vorm met tweekleurig roze bloemen en noemde deze 'Bartlet Strain'. Het leuke eraan is dat deze vorm zaadvast is, wat erg ongewoon is voor cultivars. Deze soort bloeit meestal van april tot mei en past erg goed in de buurt van water. Een bekende kruising is Primula 'Rowallane Rose'. Het is een krachtig groeiende hybride met roze bloemen. Hij moet vegetatief vermenigvuldigd worden omdat hij geen zaad vormt. Hugh Armytage-Moore had hem langs zijn beek staan in het landgoed Rowallane, 20 km ten zuiden van Belfast in Noord-Ierland.

Primula japonica neemt de fakkel over en bloeit wel 8 weken aan een stuk, wat uitzonderlijk lang is voor een sleutelbloem. De bloemstengels zijn fors en dragen buisvormige, donkerrode bloemen. De Japanse primula wordt 30 à 60 cm hoog. Het is een van de opvallendste moerassleutelbloemen en in Engeland spreekt men soms van 'the Queen of Primroses'. De veel gekweekte cultivar 'Miller's Crimson' draagt karmijnrode bloemen. De bloeitijd is van mei tot een stuk in juli. Japanse sleutelbloem komt soms opnieuw tot bloei in september - oktober. Wanneer dat gebeurt, zal men uiteraard aangenaam verrast staan.

Primula bulleyana is gemakkelijk te herkennen en werd voor het eerst door Forrest verzameld in China. Daar bedekt deze plant hele weiden met licht oranjebruine bloemen die goed geuren. Hij noemde de plant naar zijn opdrachtgever Arthur Kilpin Bulley (1861-1942) , die naast handelaar in katoen ook een gepassioneerde plantenliefhebber was.

In vochtige grond geplant, bereikt deze sleutelbloem een hoogte van 45 tot 60 cm . Een lichte of halfschaduw en vochtige standplaats naast de vijver is ideaal. De bladeren zijn dun en papierachtig en tot 30 cm lang. Er zijn veel cultuurvormen. In een groep toegepast staan ze het mooist. De bladrozetten zijn half wintergroen. Alleen in zeer strenge winters verdwijnt het groen. Snij de bladeren dus niet af in de herfst. Het kan wel nuttig zijn oude bladeren te verwijderen in de lente om ruimte te geven aan de nieuwe. De planten mogen gedeeld worden tussen september en april. Deze Primula kreeg ook een 'Award of Garden Merit'. Het is een van de langst levende sleutelbloemen. Een echte must voor de halfwilde vijvertuin. Om de planten in goede conditie te houden worden ze jaarlijks voorzien van compost.

Primula beesiana is de laatste etageprimula in de rij. Het is een frêle schoonheid uit China, die ongeveer 60 cm hoog wordt en ietwat lila-purperig aandoende bloemen geeft. Deze soort werd genoemd naar de Engelse tuinier Bees. Soms is deze plant ook te vinden onder de naam Primula bulleyana subsp . beesiana. De bloemkronen zijn rozig tot karmozijnrood en hebben een geel oog. Opvallend is de zilverige glans die over stengels en vruchten hangt. Deze sleutelbloem doet het goed in halfschaduw. Het is een soort die vrij goed verwildert. De bloei is eerder laat: juni en juli. U zal er dan ook volop van genieten langs de waterrand in volle zomer.

Een geval apart

Primula vialii is een geval apart dat in het Nederlands luistert naar de naam orchideeprimula. Het is zeker geen gemakkelijk gewas, maar wel uitzonderlijk mooi tijdens de bloei. De tot 50 cm hoge bloemstengel draagt een ongeveer 12 cm lange dichtbebloemde kegelvormige aar. De kleine bloemen zelf zijn in knop donkerrood en in geopende toestand zachtviolet. Het geheel lijkt wel wat op een inheemse orchidee, vandaar de Nederlandse naam. Deze soort verkiest lichte schaduw. De plant staat in de zomer graag vochtig, maar is het gewoon om de winter in de bergen onder een droog sneeuwdekje door te brengen. De plant is immers afkomstig uit Yunnan (de meest zuidwestelijke provincie van China) en Szechuan (in Centraal-China) en groeit daar tot op een hoogte van 4000 meter boven de zeespiegel. Onze winters zijn veel te vochtig. Als oplossing wordt wel eens voorgesteld om een afdakje van glas boven deze planten aan te brengen in het koude jaargetijde. Het kan lukken, maar toch is de levensduur van deze primula eerder kort. U kunt ze het beste als eenjarigen beschouwen. Duur zijn ze zeker niet. De bloeitijd situeert zich in juni-juli. De plantenzoeker en geestelijke Père Delavay ontdekte de soort en noemde haar naar zijn confrater Père Vial, vandaar deze ongewone soortnaam. Ooit droeg deze plant de naam Primula littoniana , naar de toenmalige Britse consul Litton. Deze Primula is ondertussen erg zeldzaam geworden in de natuur en is momenteel een bedreigde plantensoort.

Een reus

Primula florindae verdraagt van alle sleutelbloemen het meeste water. Afkomstig uit de Himalaya is het de enige Primula die echt in het water kan staan, en dan nog alleen maar tijdelijk en slechts enkele centimeters diep. Het is een spectaculaire reus onder de sleutelbloemen en wordt 80 à 90 cm hoog. De ook in de schemering opvallende zwavelgele bloemen zijn binnenin wit bepoederd en geuren heerlijk zwoel. Wat wil een mens nog meer tijdens een warme zomeravond? De uitgebloeide bloempjes komen rechtop te staan en vormen zo de typische bezems met zaad. De wel erg late bloeitijd - eind juni, tot diep in de zomer - maakt er een echte aanrader van. U kunt ze het beste in groepen toepassen, maar dat geldt eigenlijk voor alle sleutelbloemen.

What's in a name

Volgens John Gerard (1545-1612), een Engels plantkundige die 'The Herball' schreef in 1597, heeft de sleutelbloem de wetenschappelijke naam Primula gekregen omdat zij behoort tot de bloemen van de lente, of omdat zij als eerste bloeit. De Franse naam 'primevère' verwijst ook naar 'het eerste groen'. De Nederlandse naam sleutelbloem refereert dan weer aan de bloeiwijze van onze inheemse soorten, waarbij de bloempjes de sleutelbos van de Heilige Petrus voorstellen.

In Engeland wordt de gewone sleutelbloem 'paigles' genoemd, een naam die waarschijnlijk is afgeleid van het Angelsaksische woord voor sleutels. Nog een leuk weetje: bij de dood van de Britse eerste minister Disraeli (april 1881) stuurde koningin Victoria een krans van sleutelbloemen; 'zijn favoriete bloem'.

Tekst een Fotografie: Guido Lurquin