Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Het wonder van het water

Alle levende wezens ademen en zouden zonder lucht vrij vlug sterven. Zonder lucht is geen leven mogelijk. Voor water geldt identiek hetzelfde. Ook zonder water is elk leven onmogelijk. Het menselijke lichaam bijvoorbeeld bestaat uit 65 tot 70% uit water. Die hoeveelheid is echt nodig om ons voedsel te helpen verteren, om de voedingsstoffen via het bloed verder te transporteren tot in onze lichaamscellen, om de vele afvalstoffen af te voeren en om onze lichaamstemperatuur op peil te houden.

Planten bestaan zelfs tot 97 % uit water. Ook hier is water levensnoodzakelijk. En voor onze voeding zijn wij, mensen, hetzij rechtstreeks, hetzij via plantenetende dieren, aangewezen op plantaardig voedsel. Planten nemen water op uit de bodem en vervoeren het via hun vaatbundels doorheen het hele plantenlichaam. Op het einde van deze transportbaan bevinden zich de huidmondjes op de bladeren. Langs deze openingen verdwijnt weer een hoeveelheid water als damp in de lucht. Dankzij deze verdamping door de bladeren ontstaat een aanhoudende zuigkracht die niet mag worden onderbroken. Door de verdamping verdwijnt water uit het blad. Daardoor ontstaat er een tekort aan water in het blad. Als dat tekort niet wordt aangevuld, verwelkt de plant. Maar in de cellen en de vaatbundels ontstaat een zuiging die zich voortzet tot in de wortels, waar nieuw vocht uit de grond wordt opgenomen.

Het waterverbruik van een plant is enorm. Gemiddeld wordt 90% van de hoeveelheid water die door de wortels wordt opgenomen, weer door de bladeren verdampt. Van de overige 10% blijft verreweg het grootste deel in de plant achter voor celgroei en celstrekking, terwijl ongeveer 1% gebruikt wordt voor de aanmaak van suikers bij de fotosynthese of bladgroenverrichting. Als we het waterverbruik gedurende een volledig etmaal nauwkeurig zouden registreren, zou het ons opvallen dat het waterverbruik vlak na de middag veel groter is dan tijdens de rest van de dag. De combinatie van veel licht en hogere temperatuur creëert dan immers een lagere relatieve luchtvochtigheid rond de bladeren, wat op zijn beurt een hogere planttemperatuur veroorzaakt. Om hierdoor niet te verbranden zal de plant meer moeten gaan verdampen. Hij kan deze verdamping regelen door de huidmondjes meer of minder te openen.

Langs deze microscopische openingen (huidmondjes)verdampt het blad het door de wortels opgenomen overtollige water aan de lucht.

Planten kunnen nog meer!

In de natuur hebben planten nog een andere taak dan zomaar wat water met wat voedingsstoffen uit de grond op te zuigen. Ze zijn immers de enige wezens op aarde die in staat zijn om organische stoffen op te bouwen, uitgaande van eenvoudige minerale elementen. Wij, mensen, zijn voor onze voeding aangewezen op organische stoffen, hetzij van plantaardige, hetzij van dierlijke oorsprong. Zelf kunnen we die niet vanuit eenvoudige mineralen samenstellen.

Meteen zijn we nu aanbeland bij de wondere wereld van de scheikunde, waar meer dan honderd verschillende elementen bekend zijn, zoals waterstof, zuurstof, koolstof en stikstof. Voor elk element gebruiken de scheikundigen een symbool dat doorgaans de afkorting is van de Latijnse naam van het element.

Zo is waterstof Hydrogenium met als symbool H, en zuurstof is Oxygenium met als symbool de letter O. Water echter is geen element als dusdanig, maar een molecule die bestaat uit twee waterstofatomen (H) en één zuurstofatoom (O). De moleculeformule van water is daarom H2O. Maar net zo goed mogen we schrijven HOH.

Een andere molecule bijvoorbeeld is die van suiker. Die is al wat ingewikkelder en is opgebouwd uit zuurstofatomen (O), waterstofatomen (H) en koolstofatomen (C). Om suikers te vormen moet de plant dus op één of andere manier deze drie afzonderlijke elementen bij elkaar brengen, wat niet zou lukken door water en koolstof trachten te verbinden. Zuurstof (O) en koolstof (C) vindt de plant ruimschoots in de lucht, maar waterstof (H) is niet zo onmiddellijk beschikbaar in de natuur, tenzij het water als waterstofleverancier zou kunnen optreden. Water is echter een ongelooflijk stabiele verbinding die niet zomaar te splitsen is. Enkel de planten zijn in staat water te ontbinden in waterstof (H) en hydroxide (OH). Dankzij deze reactie beschikt het plantenlichaam dan ook over de nodige waterstof om een aanvang te maken met de opbouw van suikers, zetmeel, eiwitten, en zo meer. Kortom, van deze ene reactie in de planten hangt het verdere bestaan van alle leven op aarde af. In kringen van botanisten is deze reactie gekend als de reactie van Hill.

1. Het Spaans mos of Louisianamos (Tillandsia usneoides) is een gegeerde plant bij bloemschikkers. In de vrije natuur leeft hij van het beetje water dat hij uit de lucht opneemt.

2. Achmaea 'Maya', een Zuid-Amerikaanse Bromeliaceae, spaart in zijn trechtervormige bladeren het schaarse regenwater op voor slechtere tijden.

Nood maakt inventief

Sommige plantensoorten die het moeten stellen met drogere gebieden, zijn meesters geworden in het zuinig omgaan met het beschikbare water. Extreme voorbeelden hiervan zijn onder meer de tropische Bromelia's die als epifyten op bomen leven en er slechts over een erg dun laagje humus beschikken waar weinig of geen water kan worden opgeslagen. Daarom vangen deze planten het kostbare hemelwater zelf op in hun brede, trechtervormige kokers.

Een ander voorbeeld is dat van de sappige watermeloen die thuishoort in gebieden met lange droogteperiodes. Deze plant heeft zijn vruchten omgebouwd tot grote waterreservoirs. Dankzij deze watervoorraad kunnen de zaden van de watermeloen overleven tot de volgende regenbui. Een rasecht overlevingskunstenaar is het Louisianamos, Tillandsia usneoides, die gewoonweg leeft van het beetje water dat de plant uit de luchtvochtigheid opneemt.

Met dit systeem van Hunter regelt u zonder hulpmiddelen de richting van de sproeikop zodat er geen water verloren kan gaan.

Water in de grond

Onze tuingronden zijn opgebouwd uit zandkorrels of kleideeltjes en allerlei organisch materiaal. Daartussen bevinden zich poriën. Omdat zandkorrels veel grotere afmetingen hebben dan kleideeltjes, hebben zandgronden ook veel grotere poriën, terwijl kleigronden zeer veel fijne holten bevatten.

Landbouwkundigen noemen een grond met water verzadigd als alle poriën in de grond met water gevuld zijn. Dan bevindt er zich geen zuurstof meer in de grond, en als deze toestand wat te lang aanhoudt, treedt wortelverstikking op en kunnen de planten afsterven. Als wij zo'n verzadigde grond laten uitdruipen, dan verdwijnt het water uit de grootste holten en poriën, terwijl het in de fijnere poriën blijft "hangen". Dat is het zogenaamde hangwater. Zodra er geen water meer uit de grond zakt, zeggen diezelfde landbouwkundigen dat de grond op veldcapaciteit is. De meeste gronden zijn tijdens de winter verzadigd, maar in het vroege voorjaar op veldcapaciteit. De winterregens zijn dan beëindigd, de overmaat aan vocht is dan weggezakt en de planten hebben zo vroeg in het seizoen nog weinig water onttrokken aan de grond.

Naarmate het groeiseizoen vordert, neemt de zuigkracht van de planten toe en als regenval uitblijft, dreigt de grond steeds maar droger te worden. Zodra de planten hun maximale zuigkracht hebben ontplooid, blijft er in de grond nog wat water achter dat zo sterk gebonden is aan de bodemdeeltjes dat het niet meer kan worden opgenomen door de planten. Als dit punt bereikt is, spreekt men van het verwelkingspunt.

De hoeveelheid beschikbaar water is dus de hoeveelheid water die aanwezig was bij veldcapaciteit, verminderd met de hoeveelheid water bij het verwelkingspunt. In de loop van het groeiseizoen treedt er meestal wel een kortere of langere droogteperiode op waarin het beschikbare bodemwater onvoldoende is om de planten de vereiste hoeveelheid water te geven. Als de droogte wat lang aanhoudt, treden groeistoringen op bij heel wat planten. Die kunnen echter voorkomen worden door tijdig te gieten of te sproeien.

Gieten en sproeien

Als tuinliefhebber weten we uit ervaring dat het soms echt nodig is om te gieten of te sproeien. Al te vaak wordt daarbij op een verkeerde manier tewerk gegaan. Droge gronden nemen immers erg moeilijk water op. Controleer zelf maar eens na een gietbeurt hoe diep het water werkelijk in de grond is gezakt. Meestal werd slechts het bovenste laagje grond wat bevochtigd, terwijl het water eigenlijk de wortels had moeten bereiken. Vandaar mijn advies om liever slechts af en toe flink te begieten tot het water voldoende diep doordringt in plaats van dagelijks slechts een beetje water toe te dienen. Neem de gewoonte om na het gieten of sproeien altijd even te controleren of de grond tot in de diepte voldoende nat is.

Voor het begieten van kleine oppervlakten is de gieter best geschikt. Grotere oppervlakten worden veeleer besproeid met de tuinslang. Zorg er dan wel voor dat deze tuinslang voorzien is van een goede sproeier zodat nooit met een sterke waterstraal rechtstreeks op de planten moet worden gespoten. Liefst wordt gesproeid door het water in een hoge boog door de lucht fijn te verdelen.

Tijdstip van gieten

Gieten of sproeien gebeurt bij voorkeur in de vroege morgen. De grond en ook de planten zijn dan gedurende de nacht toch al aardig afgekoeld. Het koude water bezorgt de planten dan tenminste toch geen koudeschok. Overigens is het 's zomers af te raden om te gieten of te sproeien tussen 10 en 16 uur. Wie 's morgens niet rondgekomen is met zijn gietbeurt, kan best wachten tot 's avonds om verder te gieten.

Beregeningssystemen

IBeregeningssystemen zijn er voor elke portemonnee. Het duurst in de aanschaf zijn de systemen met ondergronds ingebouwde sproeiers die blijvend worden geïnstalleerd in de tuin en waarbij het sproeikopdeksel gelijk met de grond ligt. Zodra de waterkraan wordt opengedraaid, komen de sproeikoppen uit de grond en kan de beregening beginnen.

Eenvoudiger zijn de systemen die worden aangesloten op een gewone plastic tuinslang. Zo bestaan er vooreerst de cirkelsproeiers, die een cirkelvormig oppervlak besproeien. Verder zijn er de zwenksproeiers die een rechthoekig oppervlak bestrijken. Dat is beslist een voordeel, want bij cirkelsproeiers moeten de beregende stukken elkaar telkens overlappen.

Tot slot bestaan er ook nog druppelslangen. Dit zijn gewoonweg slangen met twee rijen gaatjes, langs waar het water rechtstreeks op de grond druppelt.

De optimale vochttoestand van de grond verschilt uiteraard volgens plantensoort en grondsoort. Het is dus niet eenvoudig om een bruikbare waarde te bepalen waarbij water moet worden gegeven. In de professionele tuinbouw wordt de vochttoestand van de grond gecontroleerd met tensiometers, maar in het tuingebeuren volstaat meestal de ervaring van de tuinman zelf.

  1. Voor elke beregeningsklus bestaat er een aangepast systeem.
  2. De hele installatie wordt veilig in de ondergrond verwerkt.
  3. Tensiometers meten de vochttoestand van de grond. Met deze meter wordt evenwel de waterdruk in de leidingen gemeten.

Streamers:

Neem de gewoonte om na het gieten of sproeien altijd even te controleren of de grond tot in de diepte voldoende nat is.

Wie 's morgens niet rondgekomen is met zijn gietbeurt, kan best wachten tot 's avonds om verder te gieten.

De watermeloen heeft zijn vruchten omgebouwd tot grote waterreservoirs. Dankzij deze watervoorraad kunnen de zaden van de plant overleven tot de volgende regenbui.

Tekst: Bruno Haest
Foto's: Guy Laurent, Hunter©