Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Oorwormen

Oorwormen zijn nachtdieren. Door hun verborgen levenswijze zult u ze overdag zeer weinig aantreffen. De oorworm verbergt zich dan onder stenen, planken, composthopen of in holten in de bodem. Bij het verstoren zal dit schuwe dier op de vlucht slaan en een andere schuilplaats opzoeken. Oorwormen zijn geen kevers, maar behoren tot een aparte orde: de Dermaptera. Deze afgeplatte slanke insecten worden gekenmerkt door hun lange antennen en relatief korte poten. De volwassen insecten hebben een glanzend bruine kleur. Aan het achterlijf is een tang en hieraan kan men het geslacht van het insect bepalen. Ze gebruiken dit tangvormig aanhangsel om insecten grijpen, belagers af te weren of om hun vleugels te ontplooien. Ja, oorwormen kunnen ook vliegen, maar doen dit slechts zeer sporadisch.

Nuttig of schadelijk?

Hoewel oorwormen omstreden zijn wat hun nuttigheid betreft, moeten wij dit insect toch eens nader bekijken. Op het menu van de oorworm staan onder andere bladweefsel of rijpe vruchten. Dat betekent dat hij gewassen kan beschadigen of de schade veroorzaakt door andere insecten kan vergroten. In alle gevallen spreken we van een beperkte schade aan de gewassen. Ondanks dit kleine gebrek, eet de oorworm ook een hele serie aan schadelijke insecten die in de tuin voorkomen en dat maakt hem dan weer zeer nuttig.

Een welkome gast

Een vijftiental jaar geleden ontdekte men in de fruitteelt dat als men massaal oorwormen ging vernietigen, de appelbloedluis zich samen met andere insecten ging uitbreiden tot een schadelijk niveau. Deze insecten zijn juist actief op het moment dat de bloedluis kolonies gaat vormen en de jonge kolonies worden dan door de oorworm uitgeroeid. In perenboomgaarden worden eieren en volwassen exemplaren (adulten) van de perenbladvlo door de gewone oorworm gretig geconsumeerd, waardoor spuiten meestal overbodig wordt. Verder eet hij de groene appeltakluis, de gewone bladluis, de buxusbladvlo, de laulierbladvlo en de eieren van de geduchte fruitmot. Ook de rupsjes van de bladrollers zijn een smakelijk tussendoortje, waarna hij zich comfortabel kan terugtrekken in de opgekrulde bladeren van deze insecten. Tot slot: met het schildje van de kommaschildluis die soms voorkomt op buxus en andere tuinplanten, heeft de oorworm eveneens geen probleem.

Conclusie

Kan men na dit pleidooi de oorworm nog onderbrengen bij de schadelijke insecten? Naar mijn mening niet. In plaats van hem te verdelgen is het dan ook beter hem te vangen en op plaatsen uit te zetten waar veel schadelijkere insecten voorkomen. Als oorwormen toch schade in uw tuin veroorzaken, maak dan schuilhokjes met wat hooi of stro in een omgekeerde bloempot. De op deze wijze overdag gevangen insecten kunt u dan tegen de avond verplaatsen in de fruitbomen waar ze tijdens hun nachtelijke wandelingen veel schadelijke insecten zullen uitroeien. Zorg voor droge omstandigheden rond de woning, want dat schuwen ze. Leg composthopen aan op een voldoende afstand van de woning en ruim tuinafval rond de woning op. Gebruik beslist geen insecticiden; het resultaat zal bedroevend zijn en u verpest er het milieu verpest mee. Hun natuurlijke vijanden, zoals vogels, zullen in dat geval immers ook schade ondervinden.

Steekkaart - de oorworm

Volksnamen: oorkruiper, orebeest, vurke/vorke, bloedzuiper, nijper, nieptange, tenenknijper of teentrapper.

Meest voorkomende soorten: in onze streken komen van de familie Forforculidae zes soorten oorwormen voor. De belangrijkste in onze tuin is de gewone oorworm (Forficula auricularia). Enkele andere zijn Anechura bipunctata (te herkennen aan de gele vlekken op de voorvleugels en 3D-gebogen tangen), Apterigyda media en Chelidurella acanthopygia (beide kleiner dan de gewone oorworm en vaak te vinden in bosrijke gebieden).

Lengte: 2,5 tot 3 cm .De mannetjes zijn doorgaans iets groter dan de vrouwtjes.

Verspreiding: enkele soorten in verschillende delen van Europa, andere over de hele wereld met uitzondering van de Arctische gebieden.

Waarneming: laat in het voorjaar en tot in de herfst. Tijdens de winter leven ze verscholen in de bodem of in schorsspleten van heesters en bomen.

Bijzonderheden: oorwormen hebben een bepaalde vochtigheidsgraad nodig om te overleven en voelen zich het best bij een temperatuur tussen 26 en 33 °C . Door hun goede aanpassingsvermogen kunnen ze zowel voorkomen in laaggelegen gebieden als in het gebergte.

Afstanden zijn geen probleem, want oorwormen kunnen vliegen, al is dit nog niet zo vaak waargenomen. De oorworm bezit ingenieus gebouwde achtervleugels die hij kan openvouwen als een waaier. Deze vleugels zijn zeer dun en half cirkelvormig. Om ze te openen of dicht te vouwen gebruikt de oorworm de tang aan het achterlijf.

Bij het oortje

  • Oorwormen kruipen niet in de oren en beschadigen het trommelvlies niet om eitjes achter in de trommelholte te leggen. Dit berust op een legende.
  • Mannetjes hebben open gebogen tangen, terwijl vrouwtjes rechte gesloten tangen hebben.
  • De paring is in het najaar. De vrouwelijke insecten leggen na 7 tot 8 dagen tussen de 20 tot 80 eitjes in 2 tot 4 dagen. De ontwikkeling van ei tot volwassen insect kan van 5 tot 8 maanden duren. Ondertussen zijn er verscheidene vervellingen.
  • De vrouwelijke oorwormen leggen hun eieren in een holte in de bodem waar het moederdier ze regelmatig zal schoonlikken om ze vrij te houden van schimmels en andere micro-organismen. Zelfs na het uitkomen ervan zal de moeder haar jongen blijven verzorgen, wat zeer ongewoon is in de insectenwereld. Als de moeder sterft nog voor de jongen ter wereld komen, dan wordt ze door haar eigen kroost opgegeten.

Nuttige info

Ecoflora
Ninoofsesteenweg 671
B-1500 Halle
Tel.: +32 (0)2 361 77 61
Schuilhokjes voor oorwormen.

Tekst: Luc Van Conkelberge
Fotografie: Jef Meul, Luc Van Conkelberge