Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Een zomer zonder zorgen

De meeste tuiniers kijken jaarlijks uit naar het moment waarop ze hun bloeiende planten en/of groenten kunnen zaaien. Die handeling is tenslotte het begin van een boeiend avontuur dat u alle levensfases van een plant doet ontdekken. Zaaien kan niet op om het even welke manier, om het even wanneer en om het even hoe. Er zijn een aantal factoren waar absoluut rekening mee moet worden gehouden: temperatuur, grondsoort, vochtigheidsgraad, licht. Deze factoren zijn bepalend voor het slagen of mislukken van het uitzaaien.

Is het zaaien een succes, dan moeten de zaailingen worden verspeend vooraleer ze naar hun definitieve plek in de tuin verhuizen of moeten ze worden uitgedund wanneer ze onmiddellijk op de juiste plaats werden gezaaid. Al deze stappen vragen tijd en het risico dat jonge plantjes in de loop van dat proces het loodje leggen, is aanzienlijk De oplossing? Opteren voor pillenzaad of zaad op lint.

Pillenzaad

  1. Pillenzaad of omhuld zaad kan verschillende kleuren hebben. Op die manier is zaaigoed van bijvoorbeeld wortelen en sla perfect van elkaar te onderscheiden.
  2. Omhulde zaden zijn niet alleen makkelijk te gebruiken, ze kunnen ook meteen op de juiste afstand worden gezaaid. Op die manier kan het tijdrovende uitdunnen worden vermeden. Dat spaart flink wat tijd.

Het zaaigoed moet alleen nog met een dun laagje aarde, of beter nog teelaarde, worden bedekt en regelmatig worden begoten. De aarde mag in geen geval uitdrogen, want dan is het gevaar groot dat de kiempjes in hun verharde omhulsel wegkwijnen.

Zaden op lint

  1. De zaden zijn op regelmatige afstanden van elkaar aangebracht op een papieren lint dat volledig afbreekbaar is. Ook hier geldt dat de zaailingen niet moeten worden uitgedund en dat is aardig wat minder werk.
  2. Een zaadlint is ongeveer 5  meter lang en kan makkelijk in drie worden gescheurd op de perforatielijntjes.

De linten worden netjes op de grond gelegd en met aarde of teelaarde bedekt. Het enige wat er nog moet gebeuren is af en toe gieten, wachten en… oogsten! Kan het makkelijker?

Geef uw waterpartij genoeg zuurstof!

Zonder zuurstof is er geen leven op aarde! Dat gaat ook op voor de waterwereld. In een waterpartij zorgen zuurstofplanten voor het biologische evenwicht. Naast de twee belangrijkste soorten, met name Elodea canadensis (gewone of brede waterpest) en Ceratophyllum demersum (gedoornd hoornblad) zijn er, onder andere, ook nog Stratiotes aloides (krabbescheer of wateraloë), Hottonia palustris (niet makkelijk te kweken, want de waterviolier heeft behoefte aan een schaduwrijke plek en stromend, koud water om op de juiste manier te kunnen groeien) of Tilliaea recurva (watergras draagt niet alleen bij tot een evenwichtige zuurstofhuishouding, maar biedt eveneens een onderkomen aan een massa minuscule levende wezens waaronder ook de jonge visjes).

  1. Het assortiment zuurstofplanten is zeer uitgebreid, maar waterpest is ontegenzeggelijk de meest bekende soort die in watertuinen ook het meeste wordt gebruikt. Hou deze plant echter in de gaten, want het is een snelle groeier en gaat dan woekeren. Het is niet voor niets dat deze plant "waterpest" wordt genoemd.
  2. Gedoornd hoornblad (Ceratophyllum demersum) woekert iets minder dan waterpest, maar mag toch niet de vrije teugel krijgen. Het is een uitstekende zuurstofplant.

  1. Hoeveel zuurstofplanten moeten er in een waterpartij? Een regeltje zegt dat de hoeveelheid van een handvol planten per kubieke meter nooit mag worden overschreden. Dat wil dus duidelijk zeggen dat zuurstofplanten in de loop van het seizoen regelmatig moeten worden uitgedund. Zuurstofplanten moeten niet in een pot of mand worden geplaatst, maar gewoon in het water worden gegooid waar ze zelf wel een favoriet plekje vinden.

Hoog tijd om irissen te delen

Iris germanica , beter gekend onder de naam 'baardiris', is een majestueuze plant die tijdens de bloei makkelijk een hoogte tussen 0,60 en 1,20 meter kan bereiken, dit afhankelijk van de variëteit. De grote bloemen zijn adembenemend mooi en de verscheidenheid in kleuren is onwaarschijnlijk groot. Baardirissen bloeien in mei-juni en soms wel tot half juli.

Deze irissen hebben in de zomer een voorliefde voor een warme, zonovergoten en droge plek. In de schaduw hebben ze de neiging wat te vegeteren en bloeien ze helemaal niet. Is de bodem vochtig, dan worden de wortelstokken vaak in geen tijd belaagd door rotting. Iris germanica is in onze contreien perfect winterhard en verdraagt probleemloos zeer lage temperaturen.

Baardirissen worden best geplant van juli tot september en wel zodanig dat ze voldoende tijd hebben om nieuwe wortels te vormen voor het koude seizoen zich aandient. De grond van hun nieuwe verblijfplaats moet op voorhand zijn klaargelegd, dat wil zeggen dat hij twee spadensteken diep moet zijn omgespit en met een voldoende hoeveelheid goed verteerde compost zijn verrijkt. Het is tevens van zeer groot belang dat de wortelstok aan de oppervlakte komt.

  1. Na verloop van enkele jaren zal Iris germanica minder uitbundig bloeien omdat de bodem is uitgeput. Hoog tijd dus om de planten te delen. Dat geldt natuurlijk ook voor opgepotte irissen.
  2. Met behulp van goed scherp gereedschap (snoeischaar met fijne bladen, snoeimesje of gewoon mes) wordt de plantenbos opgedeeld en worden er zo veel mogelijk 'zaadkiemen' afgehaald waaruit zich nieuwe irissen zullen vormen.
  3. Zoals iedereen wel weet, ademen planten (zet enkele planten een nacht lang in de auto en 's morgens zijn de ramen volledig beslagen). Om te voorkomen dat de planten na het delen teveel vocht zouden verliezen ( wat nefast is voor het aanslaan van de nieuwelingen ) moeten de bladeren tot de helft worden ingekort, zoals u verder kunt zien.

  1. Nu moet de iris nog alleen worden uitgeplant. Hou daarbij goed in de gaten dat de wortelstok aan de oppervlakte komt, want de wortelstok van de baardiris heeft behoefte aan licht en warmte om zich krachtig te kunnen ontwikkelen en bloemstelen te vormen.

Victorian Garden

Naast culinair (of medicinaal) gebruik hebben de meeste aromatische planten een puur decoratieve functie. Het aantal beschikbare structuren, vormen, kleuren en smaken is nagenoeg eindeloos. Aromatische planten kunnen zowel eenjarig, tweejarig als vaste planten zijn. Ze kunnen stuk voor stuk uit zaad worden opgekweekt, maar wanneer u noch de tijd noch zin hebt om ze te zaaien, kunt u ze ook gewoon in een tuincentrum kopen.

Ze zijn heel makkelijk te houden en vragen weinig verzorging. De meeste hebben wel behoefte aan volle zon om goed te kunnen groeien, maar er zijn ook andere, zoals bijvoorbeeld munt, die aan halfschaduw de voorkeur geven.

Is er in de tuin geen plaats voor een kruidenhoekje? Ga dan voor kruiden in potten of verzamel een aantal polypropyleen potten en maak uw eigen 'Victorian Garden' of, met andere woorden, een minibloembed met geurende planten.

  1. Een groot aantal aromatische planten doet het prima in potten. Wat bijzonder fraai staat, is een 'Victorian Garden' of minikruidentuintje, bestaande uit een zestal terracottakleurige 'potten'. De elementen worden op hun plaats gehouden met een 'hoedje'. Makkelijk en heel goedkoop!
  2. De 6 'potten' moeten worden gevuld met potgrond voor kruiden. Aangezien de meeste aromatische planten alleen in lichte en extreem goed gedraineerde grond kunnen gedijen, doet u er waarschijnlijk best aan om zelf een substraat 'van het huis' te maken. Op de bodem van de pot brengt u een laag split aan. Daarop komt een mengsel dat bestaat uit 1/3 teelaarde van goede kwaliteit (geen zuivere potaarde), 1/3 scherp zand en 1/3 split (of beter nog lavasteen). Tot slot kunnen de door u gekozen planten erin: tijm, bonenkruid, rozemarijn, bieslook, enz.

  1. De 'Victorian Garden' kan nu op het terras of balkon worden geplaatst, maar in elk geval niet te ver van de keuken. Aromatische planten zijn niet alleen lekker om gerechten mee op smaak te brengen, maar verspreiden tijdens warme zomerdagen een heerlijke geur die onmiddellijk aan de Provence herinnert.

Marc Knaepen