Tuinmagazine 2016 - Ontdek het hier of vraag je exemplaar in je dichtstbijzijnde Brico-winkel!
Sluiten

Oeroud en eeuwig jong

Als men mensen naar de naam van een bloem vraagt, zal de roos het vaakst als antwoord opduiken. Deze koningin onder bloemen weet door de eeuwen heen iedereen te bekoren. Een verhaal over tradities die eeuwig blijven duren.

Wie de eerste bloemenliefhebber was die rozen als iets bijzonders zag en ze ging kweken, weten we niet. De kans is groot dat het een Chinees of een Soemeriër was in de tijd dat de Egyptische pharao Cheops naar men zegt met z'n piramide bezig was (die liet veel meer bouwen trouwens, was een echte projectontwikkelaar). Zo'n kleine 5000 jaar geleden dus.

Het vreemde is dat zich sindsdien in alle gebieden waar van nature rozen voorkwamen, ook rozen zijn gekweekt. Waarom juist rozen en veel minder andere prachtig bloeiende planten, is een groot raadsel. Er zijn gemakkelijk honderden andere planten te noemen die minstens zo mooi en zelfs uitnodigender zijn (want zonder stekels). Dus waarom speciaal de roos?

Verrukking

Er zijn ongeveer 100 wilde soorten bekend (uit Europa, Azië en Noord-Amerika) en daarvan bestaan zeker meer dan 10 000 cultuurvariëteiten in alle soorten en maten en kleuren (behalve blauw). In de loop der geschiedenis zijn er uiteraard nog veel meer geweest. De Romeinen hadden gegarandeerd rozencultivars in hun patiotuinen staan die we nu niet meer kunnen bewonderen en voor de Arabieren met hun hoogstaande tuincultuur (denk maar aan het Alhambra in Spanje) geldt hetzelfde. Er zijn oeroude Perzische dichtregels over de verrukking die de roos teweeg kan brengen. Er is geen bloem die zo vaak en zo lyrisch is beschreven en bezongen als de roos. Het moet iets met liefde te maken hebben, met die zoete geur en die felle stekels. Maar met rozen duurt het genot niet maar even en hoeft u de rest van uw leven ook geen spijt te hebben.

Op eigen benen

Van nature hebben bijna alle rozen een vrij korte bloeitijd in de zomer, waarna alle energie in de vorming van bottels wordt gestoken. Dat is normaal. In de natuur moet voor het voortbestaan van de soort worden gezorgd. Maar dat veranderde toen wij ons ermee gingen bemoeien. Die bottels interesseerden ons niet zo. Het ging ons om de bloemen. Die moesten langer blijven verschijnen en ze moesten mooier worden. Het is abnormaal dat ze maar door blijven bloeien, net zo abnormaal als koeien en geiten die maar melk blijven geven en kippen die eindeloos eieren blijven leggen.

Dat is een gevolg van domesticatie, gerichte selectie, het naar onze hand zetten. Rozen zijn dus eigenlijk getemd. Net als bijvoorbeeld de granen die we als voedselgewassen telen. Ze lijken bijna niet meer op hun voorouders. Maar selectie (domesticatie) op één punt gaat altijd ten koste van iets. En dat is meestal de levenskracht en de weerstand tegen ziekten. Tijdens die duizenden jaren gedwongen aanpassing zijn veel rozen zo zwak geworden dat ze normaal gesproken niet meer 'op eigen benen kunnen staan'. Alleen rozen die nog dicht bij de natuur staan, kunnen zichzelf nog redden, alle andere moeten worden geënt op de speciaal daarvoor gekweekte wortels van bijna wilde rozen om voldoende voedsel op te kunnen nemen en nog een beetje weerstand te hebben. Het zijn prinsesjes op de erwt geworden, gevoelig voor alles. Bovendien waren de afwijkingen die we gecreëerd hadden inmiddels zo abnormaal dat die zonder enten nooit in stand zouden blijven en dat willen/wilden we wel. Het is nooit precies vastgesteld, maar er zijn rozen die al honderden jaren worden gestekt en geënt. Moet u zich voorstellen: in feite gaat het om steeds weer afgesneden stukjes van dezelfde plant die uitgroeit, wordt gestekt, die stekken worden geënt, groeien weer uit enz. Oeroude, al eeuwen vegetatief vermeerderde exemplaren. Zonder dat er in al die tijd sprake was van bevruchting, zaadvorming enz. Misschien staat zo'n in feite stokoude plant wel in uw tuin te bloeien.

Verbetering

De geur zit bij rozen vooral in de bloemblaadjes.Dat had men al heel vroeg in de gaten. En hoe krijg je dan meer geur? Door het aantal bloemblaadjes te vergroten. Een afwijking als bijv. verdubbeling van het aantal blaadjes komt in de natuur regelmatig voor en daar is dankbaar gebruik van gemaakt. Steeds meer en groter werden de bloemen. Tot de zogenaamde 'oude rozen' met hun gigantische bolle bloemen met een enorme geur werden bereikt waar bijvoorbeeld Napoleons keizerin Josephine in haar kasteeltje La Malmaison zo gek op was. Maar die rozen trokken wel alles aan dat erop uit is rozen te vernietigen, met name meeldauw. Daar was vrijwel geen weerstand meer tegen. Zeker in ons iets vochtiger en minder zonnig, wat noordelijker klimaat was de lol er met die rassen daarom gauw af. De reactie kwam snel. Er werd vooral op ziekteresistentie geselecteerd. Niemand had zin om zijn of haar rozen steeds weer te moeten vervangen of eindeloos met alle mogelijke middelen te moeten spuiten of andere kunstgrepen toe te passen. De meeste oude rozen verdwenen in een uithoek van kwekersland en nieuwe, veel sterkere rassen kregen de overhand. Koortsachtig werd aan die 'verbetering' gewerkt. Wie oude catalogi nakijkt, ziet dat er enorm vaak aan weerstand tegen ziekten wordt gerefereerd. Het eerste dat bij die ontwikkeling sneuvelde was de geur. Maar met de herinnering aan alle ziekte-ellende nog in het achterhoofd vond men dat niet zo erg. Die herinnering is inmiddels vervaagd en er is een nieuwe speler op de markt gekomen: David Austin. Deze Britse kweker slaagde er voor het eerst in de beste eigenschappen van die ouderwetse rozen te combineren met een veel betere ziekteresistentie, en langere bloeiduur of zelfs maandenlang doorbloeien. De eerste roos van dat type (nu Engelse rozen genoemd) was 'Constance Spry' in 1961, maar sinds 1969 verschenen er tientallen. Ze hebben bijna allemaal (sterk) gevulde bloemen, er is er niet een die bottels produceert en ze kunnen niet tegen schaduw, maar verdragen slechtere weersomstandigheden betrekkelijk goed. Sinds deze rozen werden geïntroduceerd is er weer een opleving in de belangstelling voor rozen begonnen. Een duizenden jaren oude traditie wordt krachtig voortgezet.

Kolossale koepels

Ook die zien we maar zelden. Er zijn maar weinig rozen die in onze tuinen mogen uitgroeien zoals ze zelf willen. De meeste worden eindeloos gesnoeid, aangebonden enz. Dat kan ook bijna niet anders, want die snoei en het uitbuigen van takken is nodig om meer bloemen te krijgen en ziekten te onderdrukken. Maar het betekent wel dat we van veel rozen helemaal niet weten hoe de planten er eigenlijk uitzien als ze hun gang mogen gaan. Dat kan best heel verrassend zijn. Bijvoorbeeld tijdens een bezoek aan het bloemeneiland Mainau van de familie Bernadotte in de Bodensee in Zuid-Duitsland. Daar blijken sommige parkrozen (een groot type struikrozen) uit te groeien tot kolossale klokvormige koepels van sierlijk overhangende takken. Totaal anders dan je zou verwachten. Andere vormen dichte, braamachtige bestanden en sommige die wij als struikjes kennen, gaan kruipen.

Appelgeur

Er zijn ook rozen met geurende groene blaadjes. Bij Rosa rubiginosa geuren ze bijvoorbeeld heerlijk zoet, vooral als de plant warm staat, maar er zijn er ook met een frisse appelgeur of met een kruidig aroma. En niet alle rozen geuren lekker: er zijn er zelfs die absoluut stinken, Rosa foetida bijvoorbeeld. De naam verraadt het al: 'foetida' betekent 'stinkend'.

 

Tekst: Rien Meijer
Fotografie: Rob Verlinden, Kurt Dekeyzer, Rien Meijer

Copyright Hobbytuin.be