|
|
 |

9.2 Tapijt plaatsen
|
 |
FABRIKATIEMETHODE
Het arbeidsintensieve knopen (1) van tapijt gebeurt bijna uitsluitend nog voor de echte Oosterse tapijten. Weven (2) is een courantere methode voor carpetten en ook kamerbreed tapijt. Vasttapijten worden nu evenwel meestal getuft (3). Bij tufting bevestigen de naalden van de machine het garen in een tuftdoek waartegen een dunne latexlaag als eerste rug (pre-coat) wordt aangebracht om het garen te beschermen. Hiertegen wordt dan weer de tweede rug (secondary backing) bevestigd die kan bestaan uit schuim, jute of synthetische vezels.
|
|
 |
STRUCTUUR
Bij het tuften wordt het garen in lussen gelegd, waardoor een lusvormige pool ontstaat (bouclé). Deze pool kan gesneden (1) of ongesneden (2) zijn. Een gesneden pool (zoals velours) voelt prettig en zacht aan. Een ongesneden tapijt (lussentapijt of bouclé) is in dit opzicht iets minder comfortabel. Ongesneden tapijt neemt dan weer minder het vuil op. Deze is dus aangewezen voor intensief gebruikte vertrekken. Tapijt met zowel gesneden als ongesneden pool wordt 'cut & loop'(3) genoemd. Gewoonlijk bestaat zo'n tapijt uit een hoge gesneden pool en een lage ongesneden pool (decoratief reliëf).
|
 |
MATERIAAL
In tapijt dat van het Wolmerk is voorzien is uitsluitend zuivere (nieuwe) scheerwol gebruikt. Synthetische vezels zoals polyamide en polypropyleen zijn gevoeliger voor droog vuil, maar beter bestand tegen vocht. Tapijten samengesteld uit 2 of meer vezels combineren de beider voordelen.
|
|
|
|
|
|
 |
 |
|