|
|
 |

6.11 Pompen
 |
1. DEBIET:
De hoeveelheid water die per tijdseenheid de pomp verlaat. Het debiet wordt uitgedrukt in liter per minuut of per uur. Het is een belangrijk gegeven als de pomp tegelijkertijd verschillende apparaten moet voeden. |
2. DRUK:
Wordt gemeten in bar. Eén bar komt overeen met de druk die Wordt uitgeoefend door een waterkolom van 10 meter. De druk is van belang om te bepalen welke apparaten men kan aankoppelen aan de uitgang van een pomp. De druk op het einde van de afvoer- of stuwleiding noemen we de residuele druk. |
|
 |
3. NIVEAUVERSCHIL:
Het niveauverschil tussen het laagste water en de plaats waar de pomp is opgesteld (de aanzuigdiepte)mag doorgaans niet meer bedragen dan 7 meter. De opvoerhoogte varieert naargelang het type pomp. |
4. PRACTISCH:
Heel wat woningen beschikken over een put met grond-of regenwater, dat heel nuttig kan zijn maar op de één of andere manier naar de oppervlakte moet komen. Wie het rustiek wil houden, kan kiezen voor een klassieke gietijzeren handpomp. Minder oogstrelend maar praktischer is een hydrofoorgroep. Deze zal het water niet alleen omhoog pompen, de hydrofoorgroep zal bovendien voor een extra druk op het water zorgen, zodat u er bijvoorbeeld de waterleiding mee kunt bevoorraden of er extra druk op steken. |
 |
5. MINDER VERBRUIK:
Zuiniger en rationeler omspringen met de beschikbare watervoorraden, en meer regen-of grondwater gebruiken is de boodschap als u behalve uw portemonnee ook het milieu een warm hart toedraagt. Een hydrofoorgroep kan hierbijgoede diensten bewijzen. |
|
|
|
 |
 |
|