|
|
 |

2.7 Bitumineuze dakdichtingsprodukten
 |
1. KOUDLIJM:
Om het dak membraan (toplaag) te kleven zou u een brander met zachte vlam kunnen gebruiken, maar koudlijm is veelal handiger. Breng de koudlijm aan met een vloertrekker of borstel. Begin met een halve lengte over de volle baan breedte, rol de dakrol hierin uit en herhaal de bewerking voor de andere helft. |
2. NADEN:
Voor de tweede baan lijmt u ook de overlap van de eerste rol in. Druk het dak membraan hier extra goed aan. De overtollige lijm (uitpuilend op de voorgaande rol) strijkt u met een truweel af. Voltooi op die manier het hele dak. Denk er wel aan hemel water afvoeren in te werken, zowat 1 cm diep. |
|
 |
3. LEISLAG:
Op de afgestreken naden kunt u overigens ook nog een leislaglaag aan brengen. Die leislag zorgt voor een bijkomende UV-bescherming en geeft een mooie afwerking aan het dak. De zwarte naden worden immers totaal onzichtbaar. |
4. OPSTAANDE RANDEN:
Besteed extra aandacht aan de aansluiting tussende dak bedekking en de opstaande randen. Met een blokwitter smeert u de wanden overvloedig met koudlijm in. Daarna duwt u het dakmembraan stevig met de hand aan. Soms moet u voegen afdichten. Gebruik hier voor een spuitkoker met een elastische, bitumineuze kit. |
|
 |
5. DRUK:
Tot slot moet u de naden van de nieuwe dak bedekking gedurende 24 uur belasten. Hier voor legt u enkele planken op de naden zelf. Daarop plaatst u vervolgens, regelmatig verspreid, enkele stenen zoals snelbouwstenen. |
|
|
 |
|