Een nieuw plafond met energiezuinige inbouwverlichting: Spaarspots en ledverlichting doen je energiefactuur dalen


img1   Een nieuw plafond met energiezuinige inbouwverlichting: Spaarspots en ledverlichting doen je energiefactuur dalen

In dit artikel tonen we hoe je in de keuken een plafond kan plaatsen met de modernste inbouwverlichting. Een plafond met panelen plaatsen is heel simpel. Met het zuivere tand-en-groefprofiel passen de panelen mooi in elkaar en moet je ze enkel in de lip vastnieten. Om de afvoerbuis van de afzuigkap in te werken, kan je een deel van het plafond verlagen en daarin als sfeerschepper minuscule, energiezuinige ledlichtjes plaatsen. De installatie is gemakkelijk en ze verbruiken bijna niets. In het overige gedeelte kan je dan spaarspots installeren die ¿ in vergelijking met klassieke halogeenspots ¿ eveneens een flinke besparing betekenen voor de energiefactuur.

RECHTE DRAAGSTRUCTUUR ALS UITGANGSPUNT


Beginnen met een nieuwe draagstructuur is een absolute must als je het plafond met panelen als deze wil afwerken. Zo heb je op de juiste afstand steeds de nodige latten om je panelen in vast te nieten, en bovendien kan je zo straks van een structuur vertrekken die perfect waterpas geïnstalleerd is.

1 Om dat te checken, gebruik je het best een 360° roterende laser. Stel deze centraal in de ruimte op, zodat die rondom rond een waterpas laserlijn projecteert. Als de afstand die je meet van elke lat tot die laserlijn telkens dezelfde is, ben je er zeker van dat al de latten perfect in één waterpas vlak liggen.

2 Waar nodig zal je dus eerst een of meerdere uitvulplaatjes moeten gebruiken om alle latten op de juiste hoogte te krijgen.

3 De draaglatten moeten op maximaal 20 cm van elkaar komen. Om die afstand niet telkens te moeten afmeten en -tekenen maak je het jezelf gemakkelijk met een afstandsblokje van die lengte.

4 Schroef de dennen draaglatten stuk voor stuk stevig vast. Om op de uiteinden te voorkomen dat die daarbij gaan splijten, boor je daar het best wel telkens een gaatje voor. Dit doe je met een boordiameter die iets kleiner is dan die van de schroeven die je gebruikt.


VERLAAGD PLAFONDGEDEELTE


De afzuigkap hangt in het midden van de keukenruimte, dus loopt de afvoerbuis een stuk langs het plafond. Het lijkt misschien niet echt eenvoudig om die stijlvol weg te werken, maar toch hoef je de oplossing daarvoor niet eens ver te zoeken. Hier maken we namelijk een verlaagd plafond boven het scheidingsmuurtje en het keukenmeubel. Zo zit de buis weg en krijg je ook nog de mogelijkheid om er extra verlichting in in te bouwen.

5 Voor de rechtopstaande kanten van het stuk verlaagd plafond is multiplex het meest geschikte plaatmateriaal om te gebruiken. Om die op maat gezaagde platen te kunnen bevestigen, schroef je op regelmatige afstand een aantal hoekijzers tegen de draagstructuur van je plafond vast.

6 Daar kan je dan heel eenvoudig de multiplexplaten tegen schroeven.

7 De ruimte tussen de multiplexplaten vul je uit met op maat gezaagde dennen latten. Die houden de zijkanten van je verlaagd plafond op gelijke afstand en zo heb je bovendien meteen ook een draagstructuur voor de plafondpanelen, waarmee je ook de onderkant van je verlaagd stukje plafond zal uitwerken.
Telkens voorboren is hier wel aangeraden, om te vermijden dat de dennen latten gaan splijten wanneer je door de multiplex tot in de kopse kant van iedere lat schroeft. Om te vermijden dat de schroefkoppen straks blijven uitsteken, frees je elk boorgat ook nog eens uit met een soevereinboor.

8 Eenmaal alle gaten voorgeboord en uitgefreesd, kan je de tussenlatten vastschroeven en zo de draagstructuur van het verlaagd plafond afwerken.

 
 

ELEKTRICITEITSLEIDINGEN VOOR INBOUWSPOTS

9 De draagstructuur voor je 'vals plafond' is nu af. Aangezien je in dit stadium echter nog overal gemakkelijk bij kan, leg je het best nu al de benodigde elektriciteitskabels klaar voor de verlichting die je straks in het plafond wil inbouwen. Het komt er dus ook nu al op aan dat je perfect weet waar je welke spots wil plaatsen.

PLAFONDPANELEN: DE JUISTE PLAATSING

Recht beginnen met de eerste rij plafondpanelen is een absolute vereiste voor een goed en een mooi ogend resultaat. Dit geldt zeker wanneer je niet weet of je muren wel echt haaks op elkaar staan of als de muur waartegen je begint niet in één loodrechte lijn loopt. Anders riskeer je dat de volgende rijen niet mooi aansluiten. Je hebt dus steeds een rechte startlijn nodig om je eerste rij langs te kunnen leggen.

10 Vanaf de muur meet je zowel helemaal links als rechts in de ruimte de breedte van een paneel af. Tel daar één centimeter bij, als uitzetvoeg om grilligheden in de muur op te vangen. Controleer ook vooraf of de muren van de ruimte wel haaks op elkaar staan.

11 Op die merktekens span je een smetkoord. Het krijtstof in de koord zet aantekeningen die allemaal in één rechte lijn liggen, zodat je een perfect rechte startlijn afgetekend krijgt.

12 Je kan natuurlijk ook een laser gebruiken die een rechte lijn projecteert waarlangs je aan het werk kan.

13 De eerste rij niet je vervolgens zuiver langs de krijttekeningen vast met een elektrische tacker. Bevestig de panelen onzichtbaar door telkens in de groef te nieten. Zorg er dan wel voor dat de nietjes nergens blijven uitsteken, anders riskeer je straks de volgende rij er met de tand niet of moeilijk te kunnen inklikken. Als je met maatvaste panelen werkt, dan zullen alle volgende rijen nauwkeurig aansluiten en een mooie V-groef vormen.

14 Op het einde van de rij meet je telkens het overgebleven gedeelte af om het af te korten. Dat lukt het best door een paneel op zijn plaats te houden en af te tekenen tot waar het af moet.

15 Afkorten kan met een decoupeerzaag, handzaag of afkortzaag. Zuiver moet de zaagsnede niet zijn, want die komt later toch onder een lijst. Het is wel belangrijk dat je ook hier een centimeter uitzetvoeg open laat.

16 Koos je voor een wildverband (zie kaderstuk) zoals hier, dan kan je het reststuk dat je afzaagde van het laatste paneel in de vorige rij gebruiken om de volgende rij mee te beginnen. Zo heb je meteen ook het minst verlies. Let er wel op dat de kopse naden van de verschillende panelen toch minstens 25 cm van elkaar blijven. Dat geeft het mooiste resultaat.

17 Als je bij het verlaagde deel boven de afzuigkap komt, zal je enkele panelen onvermijdelijk ook in de lengte op maat moeten uitzagen. Laat daarbij dan wel een uitzetvoeg tussen de panelen en de multiplex. De plafondpanelen nemen namelijk luchtvochtigheid op en geven die ook weer af, waardoor het materiaal altijd wat kan uitzetten en krimpen. Dat is normaal. Kies wel een type plafondpaneel dat geschikt is voor vochtige ruimtes, zoals keukens en badkamers.

VERLICHTING INBOUWEN

18 Teken op voorhand een plan met daarop de plaatsen waar je de inbouwspots wil voorzien. Op die plaatsen zaag je de juiste diameter uit de plafondpanelen. Dat lukt door een gat voor te boren waar het zaagblad van je decoupeerzaag door past, en zo de juiste uitsparing te maken. Ofwel ga je aan de slag met een klokboor van de juiste diameter op je boormachine gemonteerd.

19 Niet vervolgens dit paneel vast op zijn plaats en haal de elektriciteitskabel door het gat. In een sterk verlaagd plafond kan je de gaten ook achteraf maken en de kabels erdoor halen, maar hier is de ruimte erboven te beperkt. Let er trouwens op dat je spots kiest die maar een beperkte inbouwruimte nodig hebben.

20 En waarom zou je de spots ook niet meteen aansluiten? Dat kan natuurlijk ook later, maar zo is het werk afwisselend. Hier gebruiken we wel spaarlampspots in plaats van de klassieke halogeenspots (zie kaderstuk). Gedaan dus met de hoge warmteontwikkeling, en het vijf keer lagere verbruik is ook al mooi meegenomen.

21 Plaats na aansluiting de spot in het voorziene gat.

22 In het stuk verlaagd plafond gaan we nu ledverlichting installeren. Aangezien die leds op laagspanning werken, sluit je die aan via een transfo die je tegen een van de draaglatten in de plafondstructuur vastschroeft. Daarna kan je alles afwerken met de plafondpanelen.

23 Volg wel goed je plan om telkens op de juiste plaatsen gaten voor te boren om de leds in te bouwen. Ledverlichting verbruikt quasi niets en kan je dus ook bijna altijd laten branden, gewoon als sfeer- en oriëntatieverlichting. En je moet ze nooit vervangen, want ze halen tot honderdduizend branduren (zie ook kaderstuk).

24 Niet vervolgens ook deze panelen met de leds op hun voorziene plaats vast op het kader.

 

AFWERKEN

Nu moet je nog alle hoekjes en kantjes en de aansluitingen tussen het nieuwe plafond en de keukenmuren afwerken. Daar heb je namelijk overal een uitzetvoeg gelaten die nog mooi weggewerkt moet worden. Hiervoor zijn er verschillende mogelijkheden.


25 Voor het afwerken van de binnenhoeken kan je kiezen voor een traditionele plafondlijst. Om die in de hoeken perfect te laten aansluiten, zaag je de uiteinden telkens onder een hoek van 45° in verstek.

26 Lijm de achterkant in met een degelijke montagelijm met een sterke aanvangshechting, zodat je die gewoon op hun plaats kan vastkleven.

27 Je kan echter ook werken met kniklijsten. Die plooien gewoon onder de hoek die je zelf wil, zodat je ze zowel voor binnen- en buitenhoeken als voor schuine aansluitingen kan gebruiken. Gewoon op maat zagen en met een dunne lijmlaag fixeren volstaat.


Verschillende verbanden

Je kan de plafondpanelen plaatsen in deze verbanden:

1 Wildverband

Bij wildverband hoef je geen vastgelegd patroon te volgen. Je kan een nieuwe rij eenvoudigweg beginnen met het overgebleven stuk van de vorige rij. Bij deze methode heb je het minst verlies.

2 Trappenverband

Bij een trappenverband begin je elke nieuwe rij met een stuk dat dubbel zo lang is als in de vorige rij en vul je verder aan met volledige panelen.

3 Halfsteensverband

Bij een halfsteensverband ten slotte begin je elke rij afwisselend met een volle en een halve tegel. Dit is een heel eenvoudig verband en wordt om die reden ook het meest toegepast.

Verlichting

In deze keuken gebruikten we 3 verschillende types verlichting, en dat is niet zonder reden:

1 Ledverlichting

Leds kan je gebruiken als sfeer- of oriëntatieverlichting, niet als hoofdverlichting om je keuken van het nodige licht te voorzien. Vandaar dat je ze het best aanvult met spots. Ze bieden heel wat voordelen:

  • leds van goede kwaliteit gaan tot 100.000 branduren mee, ofwel 11 jaar en 5 maanden onafgebroken.
  • In een ledlampje zitten geen kwetsbare gloeidraadjes of glas verwerkt, waardoor ze sterk zijn en duurzamer dan andere lichtbronnen.
  • Een led verbruikt slechts een fractie van de energie die een traditionele lamp verbruikt. Met een verbruik van 0,4 en 0,6 W zijn die dus veel zuiniger, terwijl ze die weinige energie toch omzetten in een fel en intensief licht. Een inbouwlampje met 4 leds verbruikt in totaal 0,4 W, wat je 0,55 euro kost als je die het hele jaar door 24 uur op 24 laat branden.
  • Leds werken op een extra laag voltage (3,2 V of 12 V voor de inbouwsets). Daarom zijn ze naast zuinig ook veilig in gebruik.
  • Door hun kleine formaat passen leds moeiteloos in elegant ontworpen armaturen en kan je ze ¿ zoals hier ¿ subtiel in je plafond inbouwen.
  • Leds produceren heel weinig warmte, zodat je ze zonder risico kan aanraken terwijl ze branden. Zeker voor kinderen en huisdieren is dit veilig, want zo kan je in- of opbouwarmaturen op om het even welke hoogte monteren.

2 Inbouwpots

Hier gebruikten we zogenaamde 'spaarspots'. Dit zijn spots ter grootte van een halogeenspot met daarin een spaarlamp verwerkt. Ze kunnen vaak dienen ter vervanging van de klassieke halogeenspots, afhankelijk van de armatuur. Vraag voor alle zekerheid uitleg aan in de winkel. De diameter is immers even groot, maar ze zijn iets dieper. Deze lamp heeft altijd een GU10 voetje, dus vergelijkbaar met het voetje van een halogeenspot op 230 V. Deze spaarspots zijn echte 'tubular' lampen, lampen waarin je de tl-buisjes ziet zitten, zoals bij een echte spaarlamp, maar dan in zeer kleine uitvoeringen, afgewerkt met een reflector zoals een halogeenspotje. Ze zijn verkrijgbaar in 7 en 9 W. Hierbij nog enkele voordelen:

  • GU10 spaarlampen verbruiken weinig (slechts 7 W of 9 W), maar zetten die weinige energie wel héél efficiënt om in licht, aangezien ze veel meer lumen (= eenheid voor lichtvermogen) per Watt produceren. Op die manier zijn ze tot 5 keer efficiënter dan een klassieke gloei- of halogeenlamp.
  • Deze lampen produceren bijna geen warmte, dus zijn ze veilig in gebruik, ook op lage hoogte.
  • Nog een verschil met de halogeenspots is natuurlijk de kostprijs. GU10 spaarlampen zijn weliswaar duurder dan halogeenlampen, maar deze investering betaalt zich terug door het veel lagere energieverbruik. En tegelijkertijd draag je bij tot een schoner milieu...

3 Hangarmatuur

In deze keuken installeerden we ten slotte ook nog een hangarmatuur. Die moet vooral dienst doen als functionele verlichting en is dus ideaal voor gericht licht boven bv. de eettafel of het kookfornuis. Hier kan je zowel met spaarlampen, als halogeenlampen of klassieke gloeilampen werken. Zo ga je te werk voor de installatie ervan:

  • De plafondarmatuur plaats je door middel van een beugel aan het plafond.
  • Die beugel bevestig je met kleine schroefjes aan de panelen.
  • De aarding verbind je aan de aansluitklem op de metalen armatuur.
  • De rode en blauwe draad uit de voorbedrade elektriciteitskabel verbind je aan de hand van een lusterklem met de armatuur.
- © Brico 2012 - all rights reserved - Alle prijzen vermeld op deze website zijn inclusief BTW en exclusief leveringskosten. -