 |
|
 |

Bekleding met hout
Iedereen kent natuurlijk de klassieke tand-en-groefplanchetten om muren mee af te werken. Maar aangezien het hout hier rechtstreeks op de muur wordt gemonteerd, is een tand-en-groefverbinding eigenlijk overbodig. Hier is de keuze dan ook gevallen voor gewone gekantrechte planken, maar om het geheel een extra touch mee te geven laten we die ruw schaven. Zo zijn ze splintervrij, recht en behouden ze toch nog hun ruwe aspect.
1. Met een winkelhaak teken je de lengte af op de planken. Daarna zaag je ze op maat met een decoupeerzaag.
|
|
 |
| |
 |
|
2. Daar er toch geen zware dingen aan komen te hangen, kun je de planken vlot lijmen met een stevige montagekit. Breng de lijm aan in dotten... |
| |
| 3. ... en druk ze krachtig tegen de wand. |
|
 |
| |
 |
|
4. Gebruik een kunststof hamer om de planken verder aan te kloppen, zodat de lijmdotten zich goed verdelen. |
| |
|
5. Een laserwaterpas helpt je om de planken mooi horizontaal uit te lijnen. Door tandenstokers tussen de voegen te duwen kun je kleine correcties uitvoeren. |
|
 |
| |
 |
|
6. De ruwe planken vormen op zich al een mooie afwerking, maar hier gaan we nog een stap verder. Op deze houten wand schetsen we met krijt enkele golven. |
| |
| 7. Deze vlakken komen straks in verschillende schakeringen van bruin. Hiervoor neem je een pot witte verf, waar je wat bruine bij mengt. Daarmee schilder je het bovenste vlak. Voor de volgende vlakken voeg je steeds iets meer bruin aan je basiskleur toe, zodat dit steeds donkerder wordt. Normaal gebruik je geen muurverf voor hout, maar omdat de verf hier louter decoratief is en geen enkele beschermende functie heeft, kan dat geen kwaad. Bovendien geeft deze verf het gewenste schrale effect op het ruwe hout. |
|
 |
| |
 |
|
8. Om alle oneffenheden in het hout te kunnen schilderen heb je een kwast met lange haren nodig. |
| |
| 9. De houtnerf kan je daarna opnieuw extra accentueren door het geschilderde oppervlak, voor het helemaal droog is, op te wrijven met een droge, pluisvrije doek. |
|
 |
| |
 |
|
Schilderen
De wand met het dakraam wordt geschilderd. Hier kiezen we voor twee frivole groentinten die goed samengaan met het reeds aanwezige blauw van het schrijnwerk. Het lichte kleur komt bovenaan op de schuine wand en het donkere komt onder het raam.
10. Voor een perfecte scheidingslijn tussen de verschillende kleurvlakken heb je geduld en een vaste hand nodig. Ofwel plak je de randen natuurlijk af. Zo spaar je heel wat werk uit en ben je zeker van een keurig resultaat.
|
| |
| 11. Het isolatiemateriaal dat we hier voor de muren gebruikten is meteen overschilderbaar. Maar de opgevulde naden moet je voorbehandelen met een primer. |
|
 |
| |
 |
|
12. Wanneer deze droog is kun je schilderen. Voor de randen gebruik je een dunne kwast, de grote vlakken schilder je met een verfroller. |
| |
|
13. Eens het ene kleur droog is, verwijder je de afplakband. Daarna plak je de contouren van het tweede kleurvlak af, ... |
|
 |
| |
 |
|
14. ... zodat je ook dit zorgeloos kunt schilderen. |
| |
Behangen
De derde muur van deze kamer zullen we behangen. Maar in plaats van een oubollig patroontje gaan we voor een levendige, digitale print. De verschillende banen worden geleverd op dezelfde rol en vormen hier één grote tekening.
15. Aangezien het hier om vliesbehang gaat, werk je met speciaal hiervoor geschikte behanglijm. Giet het lijmpoeder al roerend in de, op de verpakking aanbevolen, hoeveelheid water.
|
|
 |
| |
 |
|
16. Terwijl de lijm rust, knip je de verschillende banen af langs de stippellijn. |
| |
| 17. Rol de stukken één voor één op en leg ze in volgorde. Een wasknijper houdt de rollen netjes samen. |
|
 |
| |
 |
|
18. Omdat onder een schuine wand beginnen niet zo handig is, meet je uit waar de eerste volle baan moet komen. |
| |
| 19. Met sommige laserwaterpassen kun je ook loodlijnen projecteren. |
|
 |
| |
 |
|
20. Zet enkele markeringen als referentie voor de eerste baan. |
| |
| 21. Dan breng je de behanglijm aan op de muur. De randen doe je met een borstel en de vlakken met een rol. De tijdelijk roze kleur is handig om te zien of er overal voldoende lijm is aangebracht. Na droging verdwijnt deze kleur. |
|
 |
| |
 |
|
22. Anders dan bij gewoon behang, moet je het vliesbehang zelf niet inlijmen. Hang de banen gewoon tegen de ingelijmde muur. Op deze manier behangen is verbazend eenvoudig. Let wel op dat je het behang niet beschadigt, want de banen zijn uniek en je kunt ze dus niet zomaar vervangen door een ander stuk. |
| |
| 23. Met een behangspatel wrijf je het papier vlak aan. |
|
 |
| |
 |
|
24. De volgende banen moeten uiteraard perfect aansluiten. |
| |
| 25. Deze behangspatel heeft een rechte rand waarlangs je de boven- en onderkanten mooi kunt afsnijden. |
|
 |
| |
|
|