Renovatie van de kelder (2)


1. Elektriciteit

Zowel een wasmachine als een droogkast werken met een verwarmingselement. Elk elektrisch toestel dat warmte produceert, verbruikt veel. Om de stroomkring niet te overbelasten, moeten een wasmachine en een droogkast elk op een aparte kring aangesloten worden, zonder verdere stopcontacten voor andere toepassingen. Vergeet ook niet dat die kringen via de verliesstroomschakelaar van 30 mA moeten gaan, want het gaat om toestellen die met vocht te maken hebben. Die kringen beveilig je zoals andere stopcontacten met automaten van 20 A.
 
 
  2. Watertoevoer

Dikwijls loopt de watertoevoer van de woning via de kelder, maar is er daar geen aftappunt voorzien. Dan kan je gemakkelijk een leiding installeren met een kraantje bij. Gebruik hiervoor een soepele leiding. Monteer het kraantje op een houten plankje, dat je tegen de muur kan lijmen. Boren en schroeven in je dichtgepleisterde keldermuren kan opnieuw waterinfiltratie veroorzaken.
 
Om op de bestaande vaste waterleiding aan te sluiten, bestaan er klemkoppelingen met een rubberdichting. Sluit het water af, boor een gat in de bestaande waterleiding en klem het koppelstuk ertussen. Daar kan je nu de nieuwe leiding op aansluiten.  
 
  3. Transportbeveiliging

De trommel van een wasmachine kan beschadigd geraken bij zware schokken. Daarom is een nieuwe wasmachine altijd voorzien van transportbeugels. Die houden de trommel vast. Zodra de machine op haar plaats staat, mag je de beveiligingen losschroeven. Bewaar ze, om ze weer te kunnen monteren als de machine ooit verplaatst moet worden.
 
4. Waterpas zetten

Om geluidshinder te voorkomen en een lange levensduur te garanderen, moet een wasmachine waterpas en vast staan. Zorg gewoon voor een vaste ondergrond, dan kan je de machine daarop afregelen met de pootjes. Schroef ze in of uit en blokkeer ze door de tegenmoer aan te draaien tot tegen de behuizing.
 
 

  5. Water aansluiten

Sluit de machine aan op de waterleiding. Er is een netje in de aansluiting voorzien om eventuele kleine vuildeeltjes tegen te houden. Controleer jaarlijks of het niet nodig is om dat netje te reinigen.
 
6. Afvoer aansluiten

Bij dit model zit de afvoer bovenaan op de machine. Dan mag je die gewoon zo in de afvoerleiding steken. Als de afvoer onderaan gemonteerd is, dan moet je ervoor zorgen dat de slang eerst zo'n 60 cm omhoog gaat en dan weer in een bocht naar onder gaat. Anders zou het water vanzelf uit de machine kunnen lopen tijdens het wassen.
 
 
  De afvoerslang moet altijd los in de sifon hangen, zodat er nog lucht langs kan, dit om hevelwerking te voorkomen.
In dit geval komt het afvalwater via een vaste pvc-buis in de put terecht. De vuilwaterpomp pompt het water naar buiten zodra het in de put tot een bepaald niveau gestegen is.
 
7. Droogkast installeren

Een droogkast moet net als een wasmachine stabiel en waterpas staan en is daartoe ook uitgerust met regelbare pootjes. Eventueel kan je de droogkast boven op de wasmachine plaatsen.
 
 
  Er zijn twee types droogkasten. De goedkopere modellen hebben een brede flexibele afvoerbuis om de warme vochtige lucht af te voeren. Die moet je dan wel naar buiten kunnen leiden. Kan dat niet, kies dan voor een model met condensator. Een koud metalen element koelt de vochtige lucht af. Het vocht condenseert en wordt dan als water opgevangen. Af en toe moet je die vergaarbak dan leeggieten.
 
8. Werkblad

Uiteraard mag je een aantal zaken bovenop de toestellen plaatsen, maar het is toch mooier afgewerkt als je de toestellen wat inbouwt. Een werkblad en een paar planken volstaan al. Zorg voor stevige metalen hoeken, waarmee je de planken, die als poten dienst doen, op het werkblad monteert.
 
 
  Voorzie het werkblad eerst van de afwerkingsstrips. Soms is het een zelfklevende strip, die je er met een strijkijzer op vastsmelt. Anders moet je die met contactlijm vastmaken. Doe de lijm op beide delen, laat de lijm drogen, en klop na het samenvoegen aan met een blokje en een hamer. De uitstekende randen verwijder je met een scherpe vijl of met een speciaal steekmesje. Met een zeer fijn schuurpapier kan je de rand achteraf nog mooier afwerken.
 
De planken mogen de grond niet raken, want anders gaan ze vocht opzuigen. Voorzie doppen of pootjes, of draai er gewoon schroeven gedeeltelijk in. Op een oneffen ondergrond zoals hier kan je die dan nog met een tang verder in- of uitdraaien, net zoals de pootjes van de wasmachine en de droogkast.  
 
  Vuile filter

In een wasmachine zit er een filter. Onderaan op de behuizing is er een deurtje, waar je de filter kan uitschroeven. Doe dat ook jaarlijks. Haal de stofresten weg, spoel de filter af en monteer hem weer. Er kan wel wat water uit de machine lopen bij het losschroeven.
 
Reiniging

Voor je de wasmachine gebruikt, moet je ze een kort programma laten afwerken met een beetje waspoeder. Zo wordt heel het binnenwerk gereinigd en kunnen er geen vuilresten van bij de productie meer achterblijven.
 
 
  Kabelgoten

Als je achteraf een elektriciteitscircuit bijlegt, is het niet altijd mogelijk om gleuven te slijpen. Wil je het toch wat properder doen dan gewoon buizen op de muur te leggen, dan kan je met kabelgoten werken. Kleef of schroef ze tegen de muur, leg er de nodige draden in en klik de goten dicht.
 
- © Brico 2012 - all rights reserved - Alle prijzen vermeld op deze website zijn inclusief BTW en exclusief leveringskosten. -