 |
|
 |

Sanitaire leidingen
Voor een badkamer heb je heel wat aftakkingen nodig om alle kranen van water te voorzien. In plaats van met één leiding van de ene kraan naar de andere te lopen, plaatsen we zowel aan de warm- en koudwatertoevoerpunten collectoren.
1. Als toevoerleiding voor de collectoren gebruiken we een buis van minimum 20 mm . Wanneer het uiteinde van de buis bij het afsnijden licht vervormd is geraakt, kun je het weer mooi rond maken door het te kalibreren met een speciale ruimer. |
|
 |
| |
 |
|
2. Om de buis te verbinden gebruik je een klemkoppeling. Eerst schuif je de verbindingsmof over de buis, daarna volgt de klemring. Ten slotte druk je de nippel in het uiteinde.
|
| |
3. En schroef je de mof op de collector.
|
|
 |
| |
 |
|
4. Voor de verbindingen met de verschillende aftappunten gebruik je leidingen van 16 mm . Enkel voor de douche ga je verder met 20 mm , want deze vraagt een groter debiet. Deze leidingen sluit je net op dezelfde manier aan als de toevoerleiding.
|
| |
|
5. Deze kunststof leidingen buigen heel gemakkelijk. Voor zachte bochten plooi je ze gewoon met de hand. Hoe geleidelijker je de bocht maakt, hoe beter. Indien je toch scherpe bochten moet nemen, gebruik je een plooiveer. Zo voorkom je dat de buis tijdens het buigen knikt. Verder in dit nummer van Dobbit Magazine lees je wat je nodig hebt om bochten te maken, ook in andere soorten leidingen. |
|
 |
| |
 |
|
6. Ook het op lengte maken kan niet eenvoudiger. Met een speciale kniptang snij je de buis mooi recht door. |
| |
7. De inbouwdozen waarop je de kranen kunt aansluiten, schroef je door middel van metalen montageplaten vast aan de draagconstructie van de holle wand. Hou hierbij uiteraard rekening met de voorgeschreven afmetingen van de toestellen. Met de ribbels in de blauwe dozen compenseer je de dikte van het afwerkingsmateriaal van de scheidingswand.
|
|
 |
| |
 |
|
8. De aansluiting van de inbouwdozen gebeurt ook met klemkoppelingen. Een stukje buis met passende schroefdraad is heel handig om de koppelstukken tegen te houden bij het aanspannen van de klemkoppelingen. |
| |
9. Eens de leiding aangesloten is, klik je het koppelstuk terug in de inbouwdoos. |
|
 |
| |
 |
|
10. Daarna sluit je het deksel en schroef je het koppelstuk vast. |
| |
11. Ten slotte maak je de buizen vast aan de constructie met metalen bevestigingsbeugels. |
|
 |
| |
Elektrische leidingen
In dit geval is er nog plaats voor enkele extra automaten in de zekeringkast. Van daaruit vertrekken we met voorbekabelde buizen. Voor de stopcontactenkring gebruik je geleiders van 2,5 mm². Voor verlichtingskringen volstaat een draaddikte van 1,5 mm².
12. Hier zijn de buizen voorbekabeld met een fase-, een nuldraad en een aarding. |
|
 |
| |
 |
|
13. Waar de buizen de wand inkomen, boor je enkele gaten met een platte boor die iets breder is dan de buizen. Daarna steek je er de buizen gewoon door.
|
| |
14. Om de elektriciteitsbuizen makkelijk aan de constructie te kunnen bevestigen, gebruik je plastic beugels, die je in het hout schroeft.
|
|
 |
| |
 |
|
15. De geribbelde buizen klik je er gewoon in vast.
|
| |
16. Op plaatsen waar je moeilijk bij kan met je accu-boormachine, gaat het veel vlotter als je montagetape gebruikt om de buizen op hun plaats te houden.
|
|
 |
| |
 |
|
17. Ten slotte sluiten we de circuits aan in de zekeringkast. De gevoeligheid van de automatische zekeringen moet aangepast zijn aan de gebruikte draaddikte. Hoe dunner de leiding hoe gevoeliger de zekering moet zijn. Voor de verlichtingskring met een draadsectie van 1,5 mm² gebruik je een zekering van 16 A. Voor het stopcontactencircuit, waar je 2,5 mm² leidingen gebruikt, is een zekering van 20 A geschikt. |
| |
18. De nieuwe kringen komen allebei in de badkamer. De elektriciteitstoevoer voor vochtige ruimtes moet altijd via een gevoelige verliesstroomschakelaar gebeuren. Deze moet de elektriciteit uitschakelen vanaf een stroomverlies groter of gelijk aan 30 mA. Is je installatie slechts uitgerust met een verliesstroomschakelaar van 300 mA, dan moet je een extra exemplaar van 30 mA plaatsen. In het onlangs verschenen nummer 184 (juli) van Dobbit Magazine lees je alles over verliesstroomschakelaars.
Aangezien het hier om een holle scheidingswand gaat, worden de inbouwdozen pas later, bij het afwerken van de muren, geplaatst. Dat lees je in het volgende deel van dit zolderproject. Eenmaal de elektrische installatie volledig afgewerkt is, moet je ze laten keuren door een erkende keuringsinstantie. |
|
 |
| |
Buis-in-buissysteem
Om sanitair in te bouwen zijn de buis-in-buisleidingen ideaal. Dit soort leidingen is vervaardigd uit 2 polyethyleenlagen met daartussen een laag aluminium, die zuurstofdiffusie voorkomt. De huls, verkrijgbaar in rood en blauw (om respectievelijk warm en koud water te kunnen onderscheiden), beschermt tegen mechanische slijtage. Zo is er geen kans op lekkage of corrosie. Bovendien zijn deze buizen makkelijk te buigen, zodat je geen koppelstukken nodig hebt voor de bochten.
|
|
 |
| |
Collectoren of boomstructuur
' Bij sanitaire installaties in opbouw leg je de leidingen in een boomstructuur. Hierbij start je aan de meter met een dikke leiding die steeds verder vertakt en dunner wordt, naargelang je de installatie uitbouwt. Op die manier heb je zeer veel koppelstukken nodig die steeds toegankelijk moeten zijn. Dit zijn immers gevoelige plaatsen voor lekkages en kalkafzetting. Daarenboven wordt de installatie op den duur vrij complex.
' Als je de leidingen in de vloer, of zoals hier in de wand, kunt installeren, kies je voor collectoren. Met een dikke hoofdtoevoerleiding breng je het water tot op een toegankelijk centraal verdeelpunt. Van hieruit verdeelt een collector het water over dunnere leidingen, die elk rechtstreeks naar een aftappunt gaan. Zo gebruik je wel meer meters (relatief goedkope) buis, maar vermijd je de duurdere koppelstukken die ten allen tijde toegankelijk moeten blijven. Het resultaat is een overzichtelijke installatie, die je zonder risico op lekkages kunt inbouwen. |
| |
Advies en gereedschap
Als je nog nooit sanitair en elektriciteit hebt geplaatst, weet je dikwijls niet hoe je eraan moet beginnen. Je mag dan wel handig zijn en de principes begrijpen, toch zal je het moeilijk hebben om een complete materiaal- en gereedschappenlijst op te stellen. In zo'n geval doe je er goed aan bij Selfmatic binnen te stappen. Ze helpen je met het bepalen wat je allemaal nodig hebt, geven je advies en lenen bovendien gratis hun gereedschap uit. |
|
 |
| |
Dichtheidstest
Voor je de wand afwerkt, test je het best eens of alle verbindingen wel degelijk waterdicht zijn. Draai in alle inbouwdozen stopjes van 1/2 en zet de hoofdleiding open. Als er nergens lekken zijn kun je de muur dichtmaken. Laat de stopjes zitten tot je de toestellen installeert. Zo blijven de inbouwdozen schoon. |
|
 |
| |
Regels voor elektrische leidingen
Elektrische leidingen moeten ofwel horizontaal of verticaal gelegd worden. Ze mogen dus niet zomaar schuin over of in de muur lopen. Ook mag je elektriciteit nooit vlak naast een waterleiding leggen. Laat minimum 3 cm afstand tussen de elektriciteit en de andere leidingen. |
| |
Veiligheidszones in de badkamer
Iedereen weet dat elektriciteit en water niet samengaan. Daarom wordt een badkamer ingedeeld in enkele denkbeeldige zones, waarin de elektrische installatie aan strikte veiligheidsnormen moet voldoen. Fabrikanten labelen hun elektrische toestellen volgens de IP-classificatie (International Protection)
- Volume 0
Hiermee refereert men naar de inhoud van het bad en de douche. Uiteraard zijn elektrische toestellen in bad helemaal uit den boze.
- Volume 1 (= volumeomhulsel)
Dit is de zone tot 2,25 meter boven de rand van het bad of de douchekuip. Hier is alle elektriciteit die een veiligheidsspanning van 12 V overschrijdt, verboden. Wel toegelaten is een vast opgestelde waterverwarmer met een IPX 5 beschermingsgraad (bescherming tegen waterstralen). Ook indien je verlichting wil installeren in deze zone, kun je 12 V halogeenarmaturen gebruiken, die aan de IPX5-norm voldoen.
- Volume 2 (= beschermingsvolume)
Deze zone strekt tot 60 cm rond het bad of de douche. Binnen deze zone geldt een maximum spanning van 25 V. Met als uitzondering lichtarmaturen en waterverwarmers met een beschermingsgraad die aan de IPX 4-norm voldoet (bescherming tegen opspattend water).
- Volume 3
Hiermee bedoelt men de rest van de badkamer, tot 2,40 m van het bad of de douche. In deze zone volstaat een beschermingsgraad van IPX 1 (bescherming tegen druppelend water). Opbouwleidingen met een metalen buis zijn echter verboden. Alle schakelaars die de badkamer bedienen (dus ook als ze zich buiten de badkamer bevinden) moeten tweepolig zijn (zowel nul- als fasedraad onderbreken). |
|
 |
| |
|
|