 |
|
 |

1. Hydrofoorgroep met drukvat
Bij een hydrofoorgroep wordt het opgepompte water samengeperst in een reservoir. Binnenin dit drukvat zit een luchtkussen dat als buffer dient (zie foto 1). Op die manier slaat de pomp niet aan bij het minste waterverbruik. Maar bij een groot debiet gaat de waterdruk nogal schommelen. Dit kan problemen opleveren met toestellen die hieraan gevoelig zijn, zoals wasmachines en gasgeisers. Wanneer de druk in het vat verlaagt, begint de pomp op volle toeren te draaien. Dit veroorzaakt schokken in de waterdruk en gaat gepaard met veel lawaai. Ook krijgt de pomp het op die manier hard te verduren, ze moet immers altijd tegen volle kracht water samenpersen.
|
|
 |
| |
 |
|
2. Toerentalgeregelde waterpomp
De eigenlijke pomp bij dit systeem kan precies dezelfde zijn als deze van een hydrofoorgroep. Maar de drukregeling is veel efficiënter. In plaats van de pomp op volle toeren te laten draaien om het water samen te persen in een drukvat, wordt hier het toerental geregeld volgens de hoeveelheid water die je afneemt. Een drukvat is dus overbodig, wat een veel kleinere pompinstallatie oplevert. De druk is altijd goed, want die wordt geregeld volgens het verbruik. Bovendien zal je de pomp meestal nauwelijks horen, want voor de meeste toepassingen zal ze maar op een laag pitje draaien. Hierdoor verbruik je minder energie en spaar je ook nog de pomp.
|
| |
3. Koppelstukken aanzuigleiding
De aanzuigleiding voor regenwaterpompen is gewoonlijk een polyethyleendarm van één duim dik. Deze kan dun- of dikwandig zijn. Let daarop bij het aankopen van de juiste knelkoppeling.
|
|
 |
| |
 |
|
4. Koppelstukken aanzuigleiding
Achter de knelkoppeling komen respectievelijk een gruisfilter en een terugslagklep. Zoals de naam al doet vermoeden, haalt de gruisfilter zichtbare verontreiniging zoals zand, uit het water, om zo de pomp, de kranen en andere toestellen niet te beschadigen. De terugslagklep zorgt ervoor dat, wanneer de pomp uitgeschakeld is, het water niet terug naar de regenput loopt. Zo komt de pomp nooit droog te staan.
|
| |
5. Pomp installeren
Om de waterpomp makkelijk te monteren, is er een steunconsole verkrijgbaar. Deze bestaat uit een roestvrij stalen rail en is voorzien van twee montagebouten met dikke rubberen ringen die de trillingen van de pomp absorberen. Op die manier worden die niet doorgegeven aan de muur, waardoor de pomp quasi geruisloos werkt. Om deze console aan de muur vast te maken, gebruik je keilbouten.
|
|
 |
| |
 |
|
6. Pomp installeren
Monteer nu de pomp op de steunconsole door de twee bevestigingsvorken over de bouten te schuiven en de borgmoeren aan te draaien.
|
| |
7. Pomp installeren
Om de koppelstukken waterdicht te verbinden, gebruik je teflontape. Deze wikkel je veelvuldig strak rond de schroefdraad in wijzerzin. Veel loodgieters zweren bij het traditionele vlas en vet. Dat kun je natuurlijk ook gebruiken. Je brengt het ook in wijzerzin aan. |
|
 |
| |
 |
|
8. Pomp installeren
Op de ingang van de pomp schroef je eerst de terugslagklep, vervolgens de gruisfilter en ten slotte de knelkoppeling. Let er bij het aanspannen op dat de aftapkraan van de gruisfilter naar beneden gericht is, zodat je die later makkelijk kan reinigen. |
| |
9. Pomp installeren
Daarna steek je de polyethyleendarm in de snelkoppeling. Als je ze niet helemaal tot het einde steekt, kun je ze wat makkelijker aanspannen.
|
|
 |
| |
 |
|
10. Frequentieregelaar
Het brein van deze pomp is de frequentieregelaar. Die controleert het waterdebiet en bepaalt in functie daarvan de stroomtoevoer voor de pomp. Hoe hoger het waterdebiet, hoe sneller de pomp gaat draaien. Zet de frequentieregelaar op de uitgang van de pomp en span de wartelmoer aan. |
| |
11. Frequentieregelaar
Op de frequentieregelaar komt een nippel die de uitgang reduceert tot een ¾ duim aansluiting. Vergeet niet dat elk koppelstuk waterdicht moet worden gemaakt met teflon. |
|
 |
| |
 |
|
12. Poser les conduites
¾ duim is de gangbare maat voor een waterleiding. Vanaf deze nippel kun je de leiding dus verder uitbouwen met de gangbare koppelstukken en buizen voor je waterleiding. In dit geval splitsen we de leiding meteen op door een T-stuk te plaatsen.
|
| |
13. Leidingen leggen
De wasmachine zal voortaan met regenwater wassen. Hier plaatsen we ze vlakbij de pomp. Om die aan te sluiten, monteer je een haaks koppelstuk met een bevestigingsplaatje. Zo kun je het stevig aan de muur vastmaken.
|
|
 |
| |
 |
|
14. Leidingen leggen
Zo'n korte afstand kun je makkelijk met een flexibele leiding overbruggen. Voor de verbinding tussen het T-stuk en flexibel heb je geen teflon nodig, want in de aansluiting wordt een rubberen ring geplaatst. Om kleine oneffenheden in het gegalvaniseerde uiteinde van het T-stuk weg te werken, ga je er even met een zoete vijl over. Zo zal de rubberen ring perfect waterdicht aansluiten.
|
| |
15. Leidingen leggen
De wasmachine sluit je aan met een eenvoudig bolkraantje. Wikkel de draad in met teflon en span de kraan in het haaks koppelstuk. |
|
 |
| |
 |
|
16. Leidingen leggen
Van het andere uiteinde van het T-stuk vertrek je met een leiding naar de bijkomende plaatsen waar je regenwater wenst te gebruiken. In dit geval opteren we voor een gelaagde flexibele leiding die je met een knelovergangskoppeling op het T-stuk monteert. Het grote voordeel van dit type leidingen is dat je ze zonder speciaal gereedschap kan verbinden met knelkoppelingen. Deze leidingen zijn zowel geschikt voor opbouw als voor inbouw
|
| |
17. Leidingen leggen
Net zoals alle andere pompen, kan ook deze pomp niet beginnen aan te zuigen zonder dat er zich water in het pomphuis bevindt. Bij de eerste ingebruikneming moet je de pomp dus opgieten met water. Daarna zorgt de terugslagklep ervoor dat de pomp nooit meer droog loopt. Nu rest je nog enkel de stekker van de frequentieschakelaar in het stopcontact en de stekker van de pomp in de stroomuitgang van de frequentieschakelaar te steken. Met het bedieningspaneel kun je de pomp ook op lage druk laten werken. Dat is handig wanneer je ze wilt gebruiken om de tuin te besproeien op lage druk¡ |
|
 |
| |
| |
|
Voor meer informatie: zie Lezersservice
Voordelen van regenwater
Het belangrijkste voordeel is dat regenwater in België massaal en uiteraard helemaal gratis uit de hemel valt. Anders dan bij oppervlaktewater (rivieren, meren en beken) of putwater is regenwater relatief zuiver. Het is niet vervuild door akkers en riolen, daarnaast is het ook vrij van mineralen. Hierdoor veroorzaakt regenwater geen kalkaanslag in de wasmachine of het toilet. Ook om je huis te onderhouden, gebruik je beter regenwater. Zo vermijd je kalkstrepen op vensters, spiegels en tegels.
Ten slotte is regenwater gebruiken ook de beste oplossing voor het milieu. Doordat regenwater zacht is, heb je minder wasmiddel en al helemaal geen wasverzachter nodig. Bovendien zorg je ervoor dat het regenwater niet rechtstreeks in de riool terechtkomt. Bij een wolkbreuk vormt je waterput immers een buffer en tegen dat die overloopt, is de bui meestal wel voorbij. Op die manier help je acute wateroverlast te voorkomen.
Waterkwaliteit
Hoewel regenwater veel positieve eigenschappen heeft, mag je het toch niet als drinkwater gebruiken. Tenslotte spoelt dit water eerst over je dak en neemt het daar allerlei verontreiniging mee, gaande van aanslag van uitlaatgassen tot uitwerpselen van vogels. De zichtbare verontreiniging, zoals zand, bladeren, mos, enz., kun je er makkelijk uitfilteren door een filter voor de regenput te plaatsen. Voor persoonlijke hygiëne moet echter ook de onzichtbare verontreiniging uit het water worden gefilterd. Dat is voor een particulier nauwelijks haalbaar, zeker omdat zo'n filterinstallatie dagelijks onderhoud en permanente kwaliteitscontrole vereist.
Waterdrukschakelaar
Stel je niet zo'n hoge eisen aan de drukregeling van je regenwater, maar wil je toch geen lomp drukvat in huis? Dan is er nog een tussenoplossing. Een waterdrukschakelaar die je achter de pomp installeert, schakelt de pomp aan vanaf een bepaalde druk en laat ze afslaan wanneer de maximumdruk bereikt wordt.
In droge periodes
Vroeger schakelde een driewegkraan in droge periodes over op drinkwater. De drinkwaterbedrijven hebben dit verboden, daar er zo kans is op besmetting van het drinkwater. Volgens de nieuwe norm moet er steeds een fysieke scheiding tussen regenwater en drinkwater zijn. De simpelste manier om een tekort aan regenwater te verhelpen, is de regenput bijvullen met leidingwater. Hierbij mag de drinkwaterkraan niet in aanraking komen met het regenwater. Er zijn ook pompen die een reservoir van leidingwater hebben. Wanneer hun vlotter een lege waterput detecteert, schakelen ze automatisch over op leidingwater, zonder dat er kans is op contaminatie.
|
| |
|
|