Kurk geeft uw interieur een warme uitstraling


Kurk geeft uw interieur een warme uitstraling

Kurk is een zeer geschikt materiaal om zowel de wanden als de vloer mee te bekleden. Niet alleen de woonkamer, maar ook de keuken, de slaap-, eet- en zelfs de badkamer kan je met de kurktegels in een volledig nieuw kleedje steken. Daarbij kan je naar eigen smaak onbeperkt combineren met kleuren en motieven. Bijkomend voordeel is dat het plaatsen van kurk helemaal niet moeilijk is en betrekkelijk vlot verloopt, op voorwaarde dat je muren perfect egaal zijn. Eens de kurk geplaatst is, hoef je dan nog enkel te vernissen voor een duurzaam resultaat.

Voorbereiden

De ruimte waarin je de kurkbekleding zal plaatsen moet warmer zijn dan 20 °C. Om een natuurproduct als kurk perfect te laten acclimatiseren, stockeer je zowel de tegels als de lijm en de lak 24 uur voor de plaatsing in deze ruimte.
1. Ondergrond voorbereiden

Een perfecte vlakke ondergrond is een absolute voorwaarde om er kurktegels op te kunnen verlijmen. Is dat niet het geval, dan zal je eerst de gaatjes in de wand moeten opvullen met universeel vulmiddel. Ook een vochtige muur moet eerst behandeld worden om er wandkurk op aan te kunnen brengen. Hier is dit geen probleem, daar we vooraf de muur hebben geïsoleerd en tezelfdertijd ook hebben uitgevlakt met gipskartonplaten. Op gipskarton moet er wel eerst een primer komen. Die is op waterbasis en maakt de ondergrond minder zuigend, zodat de lijm die we er later op zullen aanbrengen niet onmiddellijk opgezogen wordt.
2. Loodlijn

Met een schietlood of laserwaterpas teken je een loodlijn af op de muur. Die lijn geldt als richtlijn om je eerste rij tegels tegen te kleven. Zo komen die gegarandeerd recht te zitten en plaats je automatisch ook de volgende rijen perfect recht. Je begint het best ongeveer op het midden van een hele muur. Let er wel op dat je dan aan de rand niet met een smal stukje van b.v. 5 cm moet eindigen. Meet dus de breedte van een tegel, meet dan vanaf de rand naar het midden van de muur en tel hoeveel tegels erin gaan. Zorg ervoor dat je met een halve tegel of meer kan eindigen. Hetzelfde geldt voor bovenaan tegen het plafond en onderaan langs de vloer.
3. Wand inlijmen

Kurk wordt met contactlijm aangebracht. Dat betekent dus dat je de beide oppervlakken inlijmt, de lijm laat drogen en dan de beide delen samenvoegt. Dat contactoppervlak moet dan kort maar krachtig samengedrukt worden, vandaar dat je kurktegels over heel het oppervlak moet aankloppen. Normaal moet je zowel de kurktegels als de muur inlijmen met de meegeleverde contactlijm. In dit geval werden de tegels al voorgelijmd bij de bestelling en dus moet je enkel nog de muur met contactlijm instrijken. Voor de randen van de wand gebruik je het best een borstel, terwijl de rol beter van pas komt voor het grote oppervlak dat je wil inlijmen.
4. Tegels plaatsen

Langs de loodlijn kleef je een eerste rij tegels tegen de wand. Het is uitermate belangrijk dat je eerste rij goed geplaatst wordt. Als die niet recht is, zit je met een probleem voor al je volgende rijen. Je loodlijn moet dus perfect recht zijn en de tegels moeten er zuiver langs geplaatst worden. Als de rand van die tegel juist zit, wrijf je de rest van de tegel tegen de muur.Werk de verticale rij dan verder af naar boven en naar onder toe. Druk de tegels een voor een goed aan en zorg ervoor dat ze telkens goed tegen elkaar aansluiten.
5. Wildverband

Je plaatst de kurktegels in verticale rijen. Hier worden ze in wildverband geplaatst: de volgende rij wordt begonnen met de overschot van de onderste tegel die voor de vorige rij op maat werd gesneden. Je kan ook voor halfsteensverband kiezen: je begint elke rij afwisselend met een volle en een halve tegel.
6. Op maat snijden

Op het einde van de rij moet je uiteraard een tegel versnijden. Als het reststuk groter is dan 10 cm kan je daar de volgende rij mee beginnen. Let er wel op dat je de gesneden zijde onderaan de rij naar de vloer toe en bovenaan de rij naar het plafond toe doet wijzen. Het zal zelden recht genoeg zijn om er een volgende tegel tegen te laten aansluiten. Dat geldt ook voor het stuk dat je op het einde van je vorige rij geplaatst hebt. Om dat af te meten hou je de tegel zoals hij moet komen. Schuif hem dan op zodat de rechterrand gelijk komt met de linkerrand van je vorige tegel. Teken daar af en doe er een millimeter bij. Doe hetzelfde met de andere kant. Verbind nu de beide streepjes met een scherp breekmes. Snij altijd aan de zichtzijde.

Tips

  • Zolang de tegels niet verwerkt worden, moeten ze staand gestockeerd worden, anders kunnen ze aan elkaar kleven.
  • Plaats de kurktegels nooit onder druk of spanning tegen elkaar. De tegels kunnen anders na een tijdje bol gaan staan.
  • Klop elke tegel volledig aan en beperk je niet tot de vier hoeken. Doe je dat niet zorgvuldig, dan loop je het risico dat de tegel na verloop van tijd loskomt.
  • Snij een tegel altijd op een beschermplaat om je ondergrond niet te beschadigen.
  • Wanneer er een boord verwerkt is in de wand, dan begin je ook met die boord te plaatsen.
7. Aankloppen

Eens je er een aantal geplaatst hebt, klop je die tegels allemaal vast. Gebruik daarvoor een houten hamer waarvan de slagvlakken bekleed zijn met een laagje kurk. Zo beschadig je de kurktegels niet. Klop de tegels systematisch aan: tegel voor tegel, in rechte stroken. Enkel zo kan je er zeker van zijn dat je het hele oppervlak aangeklopt hebt. Dat is nodig, want als de tegel niet over het hele oppervlak hecht, kan je achteraf blaasvorming krijgen. Voor de randen neem je een blokje hardhout, waar je met een gewone (klauw)hamer op slaat.
8. Uitsparingen

Wanneer je schakelaars en stopcontacten tegenkomt, overplak je die gewoon met een kurktegel. Alvorens de betreffende tegel vast te kloppen, snij je er met een scherp mes de uitsparing uit. Vergeet niet eerst de stroomkring waarop de schakelaars en stopcontacten zitten, uit te schakelen!
9. Vernissen

Kurk moet altijd degelijk gevernist worden. Dat doe je met een vernis op waterbasis. Die breng je in verschillende lagen aan tot alles is opgebruikt. De vernislagen zorgen ervoor dat de kurk eigenlijk nooit verslijt. Roer de vernis om en lak eerst de randen met een verfkwast. Daarna strijk je de rest van de wand in met een rol, zowel verticaal als horizontaal. Let er zeker op dat de voegen goed verzadigd worden. Een tweede laag vernis breng je ongeveer 5 uur na de eerste aan. Om de vernis goed te laten drogen, moet het in de kamer minstens 20 °C zijn, mag de luchtvochtigheid niet meer dan 80% bedragen en moet vochtige lucht afgevoerd kunnen worden.
10. Profielen plaatsen

Als je kurk tegen een buitenhoek kleeft, zie je in één richting sowieso een bruin lijntje van 4 mm: de dikte van de kurk. Dat kan je camoufleren door het achteraf, maar voor het vernissen, te schilderen. Je kan daarvoor bij de bestelling van je kurk een beetje verf vragen waarmee ook je tegels gekleurd zijn. Een andere oplossing is het profiel: zowel voor rechte buitenhoeken als hoeken onder b.v. 45° kan je een afwerkingsprofiel bestellen, ook weer geschilderd in dezelfde kleur als je kurk. Een dergelijk profiel kleef je ertegen met een beetje montagelijm, nadat je kurk gevernist is.

Voordelen van kurk

  • Warm: doordat kurk zo goed isoleert, voelt kurk altijd warm aan, ook in de winter. Bovendien geeft het ook een beetje mee. Hierdoor is het ook zeer aangenaam als vloerbekleding, zelfs met blote voeten.
  • Geluiddempend: de isolerende werking is er ook wat geluid betreft.
  • Duurzaam: mits een degelijke vernislaag is kurk quasi onverslijtbaar. Het zal de vernislaag zijn die afslijt, niet de kurk zelf.
  • Waterbestendig: kurk is op zich waterafstotend, bovendien is ook de beschermende vernislaag waterdicht.
  • Eenvoudig te onderhouden: dit is vooral voor vloerbekleding van belang. De gladde vernislaag voorkomt dat er vuil wordt opgenomen door de kurk.
- © Brico 2012 - all rights reserved - Alle prijzen vermeld op deze website zijn inclusief BTW en exclusief leveringskosten. -