 |
|
 |

|
Nu
de avonden lang en warm zijn, zal je graag wat langer van je tuin
willen genieten. Een mooie verlichting geeft je tuin bovendien
een heel ander cachet. Tuinverlichting brengt niet alleen sfeer
in de tuin, maar ook veiligheid: verlichting die door de minste
beweging wordt geactiveerd, zal ongewenste personen afschrikken.
In deze reportage zie je welke soorten verlichting je als doe-het-zelver
eenvoudig kan plaatsen. |
|
 |
Geul
graven
Graaf
een geul van 60 cm diep. Als je verschillende lichtpunten gaat
plaatsen, zorg er dan bij het graven voor dat de kabel van het
ene lichtpunt recht naar het andere loopt. Zo weet je later precies
waar de kabel onder de grond zit, en kom je bij eventuele graafwerken
niet voor verrassingen te staan. |
 |
Kabels
afmeten
Meet eerst af hoeveel kabel je nodig zal hebben. Probeer zo efficiënt
mogelijk je kabels te leggen zodat je er zo weinig mogelijk nodig
hebt. Hou er nu al rekening mee dat je verlichting parallel moet
schakelen. Concreet betekent dit dat je telkens met een nieuwe
kabel naar het volgende punt g |


|
Kabels
leggen
Als je tuinverlichting installeert, moet je zorgen voor goede
bescherming van de leidingen. Gebruik buizen en let erop dat er
nergens vocht aan bedrading of contacten kan komen. Een gemakkelijkere
oplossing is het gebruik van VFVB-kabels. Deze kabels zijn omvlochten
met een stalen mantel, die de geleiders tegen mechanische beschadiging
beschermt. Als extra bescherming wordt de VFVB in een isolerende
huls gestoken. Door deze kabels te gebruiken, moet je ze niet
meer door een buis duwen, wat niet altijd makkelijk is. Eventueel
kan je hiervoor een trekdraad gebrui |


|
Waarschuwingsnet
Leg
de kabels in de geul en doe er een laag van een tiental centimeter
aarde boven. Rol er dan een fel gekleurd waarschuwingsnet over.
Dit net zal je, bij eventuele graafwerken later, waarschuwen dat
daar een kabel loopt. Je kan ook halfronde stukken pvc-buizen
over de leiding leggen als waarschuwing. |
|


|
Dichtgooien
Doe de aarde weer in de geul en druk die regelmatig
aan. Vul de geul tot gelijk met het grasniveau en leg daar de
graszoden over die je voor het uitgraven hebt afgestoken. Stamp
de zoden in de aarde tot gelijk met het grasoppervlak en sproei
er water over, zodat ze dieper kunnen wortelen en niet uitdrogen.
|


|
Verlichting
langs tuinpad
In je doe-het-zelfwinkel kan je verlichtingsarmaturen
kopen die op een voet staan. Als je die wil plaatsen, zet je ze
het best op een tegel. Een afgewerkt resultaat verkrijg je door
een gat in deze tegels te boren waardoor de twee elektriciteitskabels
zullen komen. Gebruik hiervoor je grootste steenboor en maak het
gat groot genoeg. Je kan hiervoor ook een dikke houten plank of
balkje gebruiken, maar hou er rekening mee dat dergelijke armaturen
wat wind kunnen vangen. Bovendien zal hout dat niet behandeld
is, na verloop van tijd rotten.
|



|
Kabels
aansluiten
Vermits de verlichtingspunten parallel worden
geschakeld, moet je beide kabels verbinden met elkaar en met de
lamp. Dit verbinden doe je door middel van een kroonsteentje.
Verwijder over een vijftal centimeter de buitenste isolatie van
de kabel. De twee geleidingsdraden komen daarbij vrij. Met een
striptang neem je van de twee draden ± 6 mm isolatie weg.
Verbind in het kroonsteentje de gelijke kleuren met elkaar. De
koperkleurige aardingskabels zet je vast onder een daarvoor voorziene
schroef op de armatuur.
|
|


|
Armatuur
vastzetten
De kabels zijn aangesloten, nu kan je de armatuur op de tegels
bevestigen. Alvorens je de kabels verbindt, boor je met een fijn
steenboortje twee gaten in de tegel en steek je er pluggen in.
Nu kan je de armaturen vastzetten.
|


|
Lampen
aansluiten
De gebruikte halogeenlampjes kunnen gewoon
aan het elektriciteitsnet gekoppeld worden. Deze lampen hebben
geen transfo meer nodig: ze werken op gewone netspanning en niet
meer op 12V. De lampen zit in een spatwaterdicht omhulsel, dat
kun je opmaken uit de aanduiding ‘IP44’.
|
|



|
Muurverlichting
Boven je voordeur kan je een wandlicht plaatsen.
Deze verlichting wordt in hetzelfde circuit geplaatst en zal dus
ook door de detector in werking gezet worden.
De installatie is relatief eenvoudig. Om de kabels af te schermen
is er een plastic buisje voorzien waarin de koppeling van de kabels
gebeurt.
|
|




|
Detector
plaatsen
Om de tuinverlichting te laten branden, kan
je een handige detector gebruiken. Deze detector kan ook meerdere
lichtpunten aansturen. Zo kan je bijvoorbeeld aan het begin van
je tuinpad een detector plaatsen. Op die manier zal een bezoeker
het ganse tuinpad tot aan je deur niet in het donker moeten afleggen.
De aansluiting van deze detector kan je zien op de tekening op
volgende pagina. In Dobbit 167 zag je al hoe je een detector kan
combineren met een handmatige bediening door middel van een of
meerdere schakelaars. Dit kan handig zijn indien je je terras
wil verlichten, maar toch ook binnendringers wil afschrikken.
|
|


|
Spot
met detector
Een spot met een ingebouwde detector, verhoogt je comfort rond
het huis. Boor twee gaten in de voegen van je gevel en zet daar
de meegeleverde houder op. Alvorens de schroeven vast te zetten,
steek je ze door een ringetje. Zo zullen je schroeven zeker niet
door de gaten schieten.
|

|
Spot
aansluiten
Eens je houder aan de muur hangt, kan je de
kabel die uit de muur komt, aansluiten. Omdat het geheel waterdicht
moet zijn, zal je de voedingskabel eerst door een afdichtingsring
steken. Maak er met je cuttermes een klein gaatje in, duw de kabel
erdoor en sluit de drie contacten aan. Vergeet de aarding niet!
|
 |
Spot
vastzetten
Zet de spot vast aan de klem met de schroef
aan de zijkant. Vooraleer je dit doet kan je de spot nog richten.
Hou er rekening mee dat een halogeenlamp een zeer sterke lichtbundel
verspreidt, die de ogen kan verblinden. Bij de plaatsing boven
een garagepoort kan dit van belang zijn.
|
 |
Zonne-energie
Bij deze verlichting kan je gewoon de armaturen
in de grond prikken. Overdag laden de accu’s in de lamp
op en ‘s avonds geven ze hun energie af. De voordelen hiervan
zijn zonneklaar: je moet niets installeren, de verlichting is
meteen bruikbaar. Bovendien kan je deze lampen voortdurend veranderen
van plaats, afhankelijk van het moment en je eigen wensen. Ook
de totale afwezigheid van een of andere dure energiebron, maakt
van deze verlichting een zeer goedkope oplossing. Enige kanttekening
toch: deze verlichting geeft eerder weinig licht, alleen geschikt
voor sfeerlicht.
|
 |
LED-verlichting
De nieuwste trend in buitenverlichting is ongetwijfeld
LED-verlichting. LED’s zijn elektrische dioden die licht
geven. Voordeel hiervan is dat ze quasi niets verbruiken. Daarenboven
hebben ze een zeer lange levensduur, wat ze ideaal maakt om lang
te laten branden. Nadeel is ook hier weer de beperkte lichtsterkte.
|
 |
Stijl
Hou bij het kiezen van je tuinverlichting rekening
met de stijl van je huis en tuin. Moderne tuinverlichting biedt
tegenwoordig een ruime keuze aan stijlen en materiaalsoorten zoals
inox, aluminium, teakhout, polystone (een mengsel van hars, kiezel
en zand), zink, roodkoper, kunststof...
|

|
Voordelen
Doordat er met laagspanning gewerkt wordt, moet er veel minder
tijd en energie gestoken worden in de beveiliging van de bekabeling.
Mocht je om de één of andere
reden de zwakstroomkabel beschadigen, dan bestaat er geen gevaar
voor een zware stroomschok. Omdat er minder rekening moet gehouden
worden met strikte veiligheidsmaatregelen zal de installatie dan
ook veel vlotter kunnen gebeuren. Dure aansluitkosten zijn dus
niet meer aan de orde. Bijkomend voordeel is dat laagspanning
minder verbruikt dan de verlichting op netspanning. |
|



|
Installatie
De voedingskabel moet je niet ingraven, maar om hem toch enigszins
te beschermen, leg je hem beter langs de rand van een oprit of
terras. De meeste buitenverlichting op laagspanning staat op een
pin. Dit is een handig iets omdat je zo de lampjes gewoon op de
gewenste plaats in je tuin kan vastprikken. Zo blijft dit soort
tuinverlichting trouwens later ook steeds gemakkelijk verplaatsbaar.
Schroef elk aansluitdoosje volledig open en leg er telkens zowel
de draad in die naar de transformator als de draad die naar iedere
lamp loopt. Door de doosjes nu terug dicht te schroeven, doorprikken
de pinnetjes binnenin beide kabels en krijgen je lampjes –
eens aangesloten - de nodige stroom. Prik de lampjes nu stuk voor
stuk op de gewenste plaats in de tuin in de grond vast. In principe
kan je ze ook op bv. een houten terras vastschroeven. De stekker
van de draad waarop de verschillende lampjes intussen aangesloten
zijn, sluit je nu aan op de daartoe bestemde plaats op de transfo.
Draai de klemschroef van die verbinding daarna stevig vast. De
transfo zelf kan je gerust ergens tegen een buitenmuur vastschroeven. |
|
|