De rotswolisolatie die hier gebruikt wordt moet minimum 10 cm dik zijn om voldoende isolatiewaarde te bieden. De houten balken van dit oude dak zijn echter mar 6 cm dik. Oplossing: schroef latten van 4 cm dik op de bestaande dakconstructie. Zo verstevig je het dakgebinte ook nog eens.
Isolatie
Deze rotswolisolatie zit gecomprimeerd op rollen. Dat vergemakkelijkt het transport en maakt het mogelijk om de rollen alleen tot boven op de zolder te dragen. Daar snij je de verpakking open, zonder de isolatie te beschadigen. Het geheel ontrolt zich en vormt een stevige isolatieplaat van de aangegeven dikte.
Opmeten
Meet de breedte en de hoogte van de ruimte tussen de balken. Tel daar een centimeter bij en snij de isolatie op maat. Leg een karton onder de isolatie en snij met een groot mes (broodmes).
Plaatsen
Plaats de isolatie tussen de balken en duw ze tot tegen het onderdak. Doordat je ze wat te groot gesneden hebt, spant de isolatie vanzelf en blijft ze ook automatisch in het schuine onderdak zitten. Duw de randen van de isolatie niet dieper dan de rest want samengeperste isolatie verliest isolatiewaarde.
Dampscherm
Polyethyleenfolie van 2/10 mm dik niet je tegen de balken. Een volgend stuk plastic laat je minimum 15 cm met het vorige overlappen. De naden van de overlappingen maak je luchtdicht door ze dicht te kleven met een tape. Zo blijf je van vochtproblemen door condensatie gespaard.
Cellenbeton
De naam zegt het zelf: cellenbeton of gasbeton is een betonproduct met gasbelletjes erin. Bij de mengeling van wit zand en cement wordt een kleine hoeveelheid aluminiumpoeder gevoegd. Dat geeft een bruisende reactie tijdens de uitharding. Het mengsel gaat rijzen als brood. Daarna gaat het in de autoclaaf. Dit procédé heeft het gevolg dat de blokken zeer licht, maar toch sterk zijn. En makkelijk verwerkbaar: je kan ze zagen en raspen, je kan erin nagelen en schroeven.
De gasbelletjes geven de blokken meteen een aanzienlijke isolatiewaarde.
Profielen zetten
Waar je een muur gaat zetten, is het eerste werk profielen plaatsen. Beschouw dit niet als een vervelend bijkomend werkje. Doe dit goed, met de nodige aandacht. Als je profielen stevig en perfect waterpas staan, zal je je heel wat problemen besparen bij het zetten van de muur.
Lijm maken
Cellenbetonblokken kan je met mortel of met lijm plaatsen. Lijm geniet echter absoluut de voorkeur. Het is sterker, isoleert beter (anders vormen de mortelvoegen koudebruggen) en gaat een stuk sneller. Giet het poeder in water volgens de informatie die op de zak staat. Mengen gaat het best met de boormachine.
Gereedschap
Om vlot te werken met cellenbeton, heb je wel een beetje specifiek gereedschap nodig: een lijmkam (breedte van de blokken waarmee je werkt), een cellenbeton (hand)zaag en een blokkenrasp. Je kan ook een elektrische lintzaag huren. Koorden, een waterpas en een rubberhamer heb je ook nodig.
Eerste rij
De eerste rij is zonder meer de belangrijkste van heel de muur. Hoe je die zet, hangt af van de ondergrond.
Op een fundering zet je de eerste rij in mortel, zodat je die perfect vlak kunt zetten. Als de mortel uitgehard is heb je een vlakke rij stenen waar je met lijm op verder kan werken.
Hier wordt de muur op een nieuwe chape gezet, die mooi vlak ligt In een dergelijk geval kan je onmiddellijk met lijm vertrekken.
Op een zolder met houten draagbalken, schroef je eerst een balk van minimum 5 cm dik en even breed als de blokken die je gebruikt op de vloer vast. Daarop kan je met je gelijmde muur vertrekken.
Lijmen
Als de eerste rij blokken juist geplaatst is, volgt de rest vanzelf. Inlijmen gaat nu een stuk sneller, want je kan de lijm op de geplaatste blokken aanbrengen. Je hebt altijd een lijmkam nodig die past bij de breedte van de blokken waarmee je werkt.
Breng eerst lijm aan op de kopse kant van de vorige steen. Begin onderaan in de hoek en trek zo naar boven. Zet de kam dan met de tanden in de hoek op de horizontale rij en trek de lijm uit over zowat 70 cm. Daarop kan je nu een volgende blok plaatsen. Zorg ervoor dat de lijm altijd over het volledige oppervlak in zo volledig mogelijke rillen ligt. Een blok zonder handgrepen plaats je als volgt: zet hem met een hoek neer op de vorige rij, voorbij de lijm. Plaats je handen dan aan de buitenkant en schuif de blok tegen de vorige, terwijl je hem laat zakken. Klop hem dan wat aan en schraap de lijm weg die uit de voeg komt met een truweel die je schuin houdt.
Tand-en-groef
Blokken vanaf 15 cm dik kan je met handgrepen en tand-en-groef krijgen. Alle blokken zijn ook vlak, dus zonder handrepen en zonder tand-en-groef verkrijgbaar. Alleen de vlakke blokken worden ook op hun verticale kant verlijmd, die met tand-en-groef plaats je zo tegen elkaar.
Raspen
Een groot voordeel van dit materiaal is dat je er makkelijk in kan werken. Als er eens een blok bovenaan niet helemaal gelijk komt met een vorige, dan kan je de blok die hoger komt moeiteloos wat afraspen met de speciale blokkenrasp.
Overlappingen
De blokken moeten niet per se in halfsteenverband verlijmd worden, maar de overlapping moet wel minimum evenveel centimeter zijn als de dikte van de blokken. Met dit systeem van werken heb je bijna geen bouwafval. Zowat alle zaagresten kan je opnieuw gebruiken.
Verzagen
Om cellenbetonblokken af te korten heb je geen slijpschijf nodig. Je kan ze verzagen. Een grote stofwolk blijft hier dus achterwege.
Verzagen kan met 3 soorten zagen: HANDZAAG: meestal heb je voldoende aan een degelijke handzaag voor cellenbeton. Die is voorzien van widia-tanden en gaat makkelijk door de materie.
ELEKTRISCHE HANDZAAG: werk je toch liever met een machine, dan is er de elektrische handzaag. Geen fysieke inspanning dus.
LINTZAAGMACHINE: ga je een heel huis zetten op korte tijd, dan kan het interessant zijn om een lintzaag te huren. Daarmee zaag je zeer snel en vooral perfect recht.
Ankers
Waar een cellenbetonmuur aan een bestaande baksteen- of betonmuur moet aansluiten, moet je een voeg van 1 cm openlaten. De verschillende materialen hebben namelijk een andere uitzettingscoëfficiënt (werking), waardoor er scheuren zouden onstaan bij een vaste verbinding.
Om toch een stevige aansluiting te vormen, moet je om de twee rijen een veeranker voorzien: met 1 schroef zet je het vast in de bestaande muur, het horizontale deel nagel je vast in de cellenbetonblokken. Ook in de cellenbetonmuur zelf zit er werking. Om scheuren te voorkomen moet je op bepaalde plaatsen een dilatatievoeg laten: er komt geen lijm tussen twee blokken (verticale voeg). Een dilatatieanker verbindt de blokken.
Met ankerplaatsjes kan je een scheidingsmuur (gebouwd met grote blokken van 60 x 50 cm) aan een andere muur vastmaken.
Al deze ankers zijn gemaakt uit gegalvaniseerd staal. Aangezien je in cellenbeton makkelijk kan nagelen, gaat deze plaatsing snel.
Murfor
In bepaalde rijen in een muur moet je voor wapening zorgen. Het wapeningsnet (Murfor) neem je altijd 10 cm smaller dan de dikte van de blokken waar je mee werkt.
Lijm de blokken in zoals gewoonlijk, leg de wapening erop, lijm nog eens in, en dan kan de volgende rij blokken erop. Let erop dat dit altijd vol verlijmd wordt. De wapening moet altijd over de hele rij lopen.
Er bestaan ook speciale stukken voor de hoeken in een muur.
Latei
Overbruggingen van deuren en ramen zijn lateien. Lateien uit cellenbeton moeten aan beide uiteinden minimum 20 cm over de muren liggen.
Zorg ervoor dat de pijl op de kopse kant van de latei altijd naar beneden wijst. Dat heeft te maken met de plaats van de wapening in de balk.