 |
|
 |

| |
 |
Onderdelen
Je hebt gewoonlijk 4 onderdelen : een binnentoestel (soort telefoon), een buitentoestel (camera + microfoon), een adapter om het systeem van laagspanning te voorzien en ten slotte kabels. De adapter wordt in de elektriciteitskast geplaatst.
|
|
| |
 |
Binnencentrale
Het toestel lijkt op een klassieke telefoon met een ingebouwd videoscherm. Daarop zie je de persoon staan die aanbelt. Bepaal de plaats van dit toestel, trek de nodige kabels door of leg die in kabelgoten en bevestig de ophangplaat erover.
|
|
 |
| |
 |
Aansluiten
De kabel heeft vier draden. Ze worden aangesloten op de vier rechtse aansluitingspunten. De klemmen dragen een nummer en een kleurcode-letter : verbind de rode draad met de 1 R klem, de witte met de 2W klem, de gele met de 3Y klem en de blauwe met de 4B klem.
|
|
|
|
 |
Buitentoestel plaatsen
Trek de kabel door naar buiten. Je leidt hem het best door een elektriciteistbuis, die diep genoeg ingegraven wordt, met een waarschuwingsnet erover. Bevestig het toestel engeveer op ooghoogte, zodat mensen automatish voor de camera en de micro staan.
|
|
 |
|
|
 |
Aansluiten
Koppel ook hier de vier draden uit de kabel aan, volgens dezelfde codes als het binnentoestel. Klik het toestel dan in zijn houder en dicht de naad tussen het toestel en de muur af met silicone, zodat er geen vocht kan indringen. Steek de adapter binnen in het stopcontact en alles kan werken.
|
|
|
|