Barsten in het pleisterwerk van de binnenmuren zijn een vaak voorkomend fenomeen.
En na verloop van tijd zullen er hier en daar ook wel wat beschadigingen en
gaatjes - bijvoorbeeld van verwijderde schroeven en pluggen - zichtbaar
zijn.
Over het algemeen kan u barsten en gaten vrij makkelijk wegwerken, maar soms
kan het wel wat meer moeite kosten.
Als het probleem niet opgelost geraakt, en de barsten zelfs groter of breder
worden, kan u beter een vakman raadplegen. Dat zou namelijk kunnen wijzen op
structurele problemen waar ook de ervaren doe-het-zelver beter professionele
hulp voor zoekt.
Hoe ontstaan ze?
De oorzaak van een barst kan heel verscheiden zijn: ’onschuldig’ zoals
de verdamping van het water uit de gebruikte materialen of het uitzetten daarvan,
maar ook ernstig, zoals een fout bij het ontwerp of tijdens de bouw, waardoor
te zware lasten op bepaalde punten drukken, of een grondverzakking. Uw (ver)bouwvriend
beperkt zich tot goede raad voor het oplossen van de veelvoorkomende, storende
maar eigenlijk onschadelijke kleinere barsten, scheuren en gaatjes. Voor de
ernstige problemen moet u echt wel een architect, ingenieur of ervaren aannemer
raadplegen.
U doet er in ieder geval goed aan de ontwikkeling van een barst een tijdje
in de gaten te houden, vooraleer u ze aanpakt. Dat kan gewoon visueel gebeuren.
Door aan beide zijden van de barst een merkpunt aan te brengen - bijvoorbeeld
met een potlood - en over een min of meer lange periode de afstand tussen
beide te controleren kan u zien of ze al dan niet breder wordt.
Een andere mogelijkheid is de barst met wat gips vullen. Bij de minste beweging
zal dat barsten of loskomen.
Krimpbarstjes
en -scheuren
De vaakst voorkomende barsten zijn krimpbarsten, die opduiken bij het gebruik
van materialen die ten tijde van de verwerking vocht bevatten (dat doen ze
bijna allemaal). Onder invloed van de temperatuur zal het vochtgehalte toe-
of afnemen, wat een zwelling of krimping ervan tot gevolg heeft.
Een tweede oorzaak is een te snelle verdamping van het water bij de binding
van beton, mortel of pleister. U kan deze barstjes of scheuren dus al enkele
weken of maanden na de uitvoering opmerken.
Normaal gezien vormt dit fenomeen geen reden tot ongerustheid. De barstjes
komen trouwens meestal voor op materialen die niet-dragend zijn - zoals het
pleisterwerk. Maar ze zijn wel visueel storend zodat u allicht toch geneigd
zal zijn er vroeg of laat iets aan te doen.
Herstellen
Voorbereiding
- Klop even met een vingerknokel rondom de barst. Als het hol klinkt moet u ook
dat gedeelte verwijderen.
- Met een krabbertje of een spatel bewerkt u de barst een beetje zodat
die wat groter en ruwer wordt en het vulmiddel beter kan hechten.
- Zorg er daarna wel voor dat de barst vrij is van vuil (stof, loshangend
materiaal...), bijvoorbeeld met een stofzuiger.
- Bevochtig de barst en de zone eromheen om te vermijden dat de
ondergrond teveel water uit het vulmiddel absorbeert, waardoor dat minder
goed zal hechten.
- Eventueel kan u eerst een specifiek hechtingsproduct
aanbrengen maar dat is niet echt noodzakelijk.
Vullen
Het is in principe het best de barst te dichten met een identiek materiaal.
Dus gips voor pleisterwerk, mortel voor een gecementeerde afwerking...
Maar in de betere doe-het-zelfzaken vindt u tegenwoordig heel wat ’polyvalente’ producten
die u op diverse oppervlakken kan gebruiken. De keuze is zelfs zo groot dat ze
voor nieuwe problemen zorgt: want welk product moet u kiezen?
Welk vulmiddel?
- In poedervorm
Onder meer Polyfilla, Bricobi, Perfax, Knauf, Gyproc en Porion bieden binnenvulmiddelen
in poedervorm aan. Hier moet u de gepaste hoeveelheid water aan toevoegen (zie
de gebruiksaanwijzing op de verpakking), een beetje roeren en met een spatel
over de barst aanbrengen.
Dit soort product is vooral geschikt als u wat grotere
hoeveelheden nodig hebt. Zorg er wel voor dat u niet teveel ineens klaar maakt,
anders zal er veel verloren gaan (na een twintigtal minuten wordt het vaak
onbruikbaar).
- Kant-en-klare vulpasta
Dezelfde merken als hierboven bieden ook, in potjes, tubes en spuitflessen,
kant-en-klare vulpasta aan. De verschillende merken houden zich ook aan
bijna exact dezelfde namen voor hun producten: ’Allesvuller’, ’Instant
vuller’, ’Flexibele vuller’ ...
Naast pasta op basis van gips vindt u er ook op basis van kunsthars.
Verder zijn er producten die specifiek ontwikkeld werden voor het herstellen
van gebarsten gipskartonplaten, of om diepe gaten - tot 10 cm - in één
keer te vullen.
Deze pasta is erg gebruiksvriendelijk en lijkt ons de beste keuze, zeker
voor kleinere barsten en scheuren.
- Siliconen of mastiek ?
U vindt in de doe-het-zelfzaak ook mastiek- en siliconenkits om barsten
te dichten. Onder meer van de merken Bricobi, Rubson, Soudal en Sika. Toepasbaar
op beton, baksteen, pleisterwerk, hout... Zorg er wel voor dat u een overschilderbaar
product koopt.
Vooral geschikt voor iets bredere barsten en bij materialen die nog wat kunnen ’werken’.
- Mortel.
Indien de muur niet met pleister maar met cement afgewerkt is - bij
renovaties kan u dat nog wel eens tegenkomen - kan u eventueel ook
opteren voor mortel (al dan niet op basis van epoxyharsen) om de barsten
te dichten. U vindt die tegenwoordig ook in kleinere hoeveelheden.
Opgelet! Cementgebonden mortels mogen niet gebruikt worden op een ondergrond
van gips. En cement en gips mogen zeker niet vermengd worden, ook niet voor
het vullen van barsten (of groeven voor leidingen); wegens de kans op vorming
van expansieve zouten.
- Structuurverf, sierpleister, glasvliesbehang...
Indien het om echt fijne scheurtjes gaat is het zelfs niet nodig die
te vullen. Met een goede structuurverf, kwarts-, silicaat-, zand-, of leemverf,
of een sierpleister kan u die makkelijk in één of twee lagen
wegwerken.
En bepaalde types ’gewapend’ behangpapier, zoals glasvlies- of
glasvezelbehang, kan u zelfs over echte barsten aanbrengen.
Afwerken
Eens het vulmiddel goed droog is - enkele uren tot enkele dagen, zie
de gebruiksaanwijzing - moet u het met de hand of machinaal afschuren.
Daarna brengt u er een afwerkingslaag op aan.
Soms zal een afwerkplamuur nodig zijn. Die is eveneens verkrijgbaar in poeder-
of in pastavorm en wordt opnieuw aangeboden door onder meer Polyfilla, Bricobi,
Perfax en Porion. Sommige mensen gebruiken dit product verkeerdelijk als vulmiddel
(de verpakkingen lijken nu eenmaal erg op elkaar). Soms is dat niet zo erg
- voor fijne ondiepe barstjes bijvoorbeeld- maar dat is niet de bedoeling.
U moet goed opletten dat u het juiste product kiest.
In vele gevallen, bijvoorbeeld als u een goed dekkende grondverf, structuurverf
of dergelijke voorziet) is een plamuurlaag niet nodig en kan u direct beginnen
verven of behangen.
Barsten tussen verschillende materialen
Een andere veel voorkomende oorzaak van barsten heeft te maken met uitzettingsverschillen
tussen de diverse materialen. Hout bijvoorbeeld krimpt en zwelt, zoals we hierboven
zagen, maar het zet zich ook uit; en dat veel meer dan baksteen, beton of staal.
De houten balken van het daktimmerwerk worden - soms een heel stuk - langer
tijdens warme zomerdagen en korter bij vriestemperaturen. Dat leidt tot barsten
op die plaatsen waar hout en andere materialen elkaar raken. Ook op plaatsen
waar bijvoorbeeld baksteen en beton of staal elkaar raken doet dit natuurfenomeen
zich voor maar de gevolgen zijn meestal veel minder zichtbaar.
Normaal gezien vormen ook deze barsten geen reden tot ongerustheid. Maar ze vallen
nogal op, zodat ze wel voor esthetische problemen zorgen.
Herstellen
Voorbereiding
De voorbereiding tot het herstellen van de barsten verloopt op dezelfde wijze
als bij de krimpbarsten.
Vullen
-
Voor het vullen van deze barsten kunnen soms dezelfde producten gebruikt
worden als hierboven, maar... vaak zullen die niet voldoen. Want als de
barsten met een ’stijf’ product gevuld worden, zullen die na
verloop van tijd terug barsten (omdat de materialen blijven uitzetten en
krimpen). Hier moet dan ook gekozen worden voor een elastisch product.
- Als ook dat niet helpt, wat het geval zou kunnen zijn in de hoeken
die gevormd worden door het plafond van de verdieping - waarvan de
onderkant vaak bestaat uit gipskartonplaten die tegen het daktimmerwerk
bevestigd zijn - en de draagmuur waarop die roostering rust, zijn
drastischer ingrepen nodig.
In de eerste plaats zal de ’plakker’ er zorg voor moeten
dragen dat hij de verbinding tussen de gipsplaten en de muur openlaat of
met een cutter opensnijdt. Zo ontstaat een uitzetvoeg, die gevuld kan worden
met een ’soepele kit’ (kies voor een beschilderbaar type).
Nog beter - en meestal mooier - is het plaatsen van een elastische band
(genre Gitex van Knauf) van 10 tot 15 cm breedte over die hoek. Eens geverfd
zal die nauwelijks nog te zien zijn.
- Ook op de muren kan u vanzelfsprekend dergelijke verstevigingsbanden
plaatsen waar verschillende materialen samenkomen.
Gaten
Gaatjes in het pleisterwerk pakt u op dezelfde manier aan als barsten.
U vindt tegenwoordig zoals gezegd ook producten waarmee u diepere gaten in één
keer kan vullen (vroeger moest dat in verschillende lagen gebeuren).
Bijvoorbeeld: met ’One-Fill’ van Polyfilla kan u gaten tot 10 cm
diepte in één keer vullen.
Stucanet
Steeds meer van de betere bouwbedrijven vermijden de klassieke barsten in
de hoeken tussen de dakroostering en de draagmuren door het gebruik van Stucanet.
Dat is een soort draadnet waarin karton verwerkt is en dat afgewerkt wordt
met pleister. Hiermee kunnen hoeken en ronde vormen worden afgewerkt zonder
dat er ooit ergens barsten zullen verschijnen.
Wat hebt u nodig?
- Vulmiddel
- Eventueel lamuurmiddel
- Spatel of lamuurmes
- Mengbakje
- Schuurblokje en schuurpapier of vlakschuurmachine
Werk voor de vakman
Barsten naast openingen, boven lateien en onder draagbalken kunnen een teken
zijn van structurele problemen, veroorzaakt door een fout bij het ontwerp of
bij de uitvoering.
Het dichten van dergelijke barsten zal het probleem aan het oog onttrekken,
maar het zal blijven bestaan, met soms ernstige gevolgen als het instorten
van de muur.
Als u twijfelt aan de ernst van een barst, contacteert u liefst zo vlug mogelijk
een vakman.
|