Onder de vele voordelen van laminaatvloeren is de makkelijke plaatsing een
van de opvallendste. Reden waarom 90% van de mensen het zelf plaatst. Met deze
handleiding in 7 stappen kan iedereen deze klus aan. Wat houd je nog tegen?
Er zijn veel redenen om voor laminaat te kiezen. Een van de belangrijkste
daarvan is zijn fraaie uiterlijk. Wil je een laminaatvloer die doet denken
aan houten planken? Of laminaat dat veel weg heeft van marmeren of natuursteen
tegels? Of liever laminaat met bamboe-effect? De keuze wordt steeds groter.
Laminaatvloer is ook gemakkelijk schoon te maken, onderhoudsvrij, kleurecht, én
je kan het probleemloos zelf leggen. Dit product is zelfs één
van dé succesverhalen uit de doe-het-zelfsector: ongeveer negen op tien
kopers zijn laminaatvloer zelf legt. Ook jij kan dat dus aan. Om je te helpen
volgt hier een plaatsingsgids in 7 stappen.
Stap 1: Het voorbereidend werk
- Het pleisterwerk op muren en plafonds moet afgewerkt en volledig
droog zijn. De maximum vochtigheid van het metselwerk is 2,5%, die van de
bepleistering 5%.
- De plaatsen waar de laminaatvloer gelegd zal worden
moeten al voorzien zijn van ramen en deuren, zodat de weersomstandigheden
niet te veel invloed hebben. Ze moeten ook verwarmd kunnen worden.
- Leg
de laminaatvloer, nog in zijn verpakking, horizontaal en vlak in het midden
van de ruimte waar hij zal geplaatst worden, en laat hem zich 48 uur aanpassen
aan de omgevingstemperatuur en de luchtvochtigheid. De beste omstandigheden
zijn 15 à 20 °C en een relatieve luchtvochtigheid
van 55 à 60 %.
- Zorg ervoor dat je het benodigde gereedschap
binnen handbereik hebt (zie kadertje ’Wat heb je nodig’).
- Ga
na of tussen de onderkant van de deuren en de basisvloer nog voldoende
ruimte is (minimum 1 cm, want de betere laminaatsoorten hebben een dikte
van 8 mm en een ondervloer is ook al vlug 2 mm dik), zodat de deuren na het
leggen van de laminaatvloer nog open en dicht kunnen. Indien nodig zal je
de deur moeten inkorten.
Stap 2: Controleer de ondergrond
Als je de laminaatvloer lang mooi wil houden, is een goede ondergrond erg
belangrijk. Die moet perfect schoon, goed droog en voldoende vlak zijn. Oneffenheden
van meer dan 2 mm/m moeten uitgevlakt worden.
Is de ondergrond een chape of beton?
Nieuwbouw
- Het vochtgehalte van de chape mag slechts 2,5 % bedragen. Dat is
belangrijk als je weet dat vers gegoten chape minimum 1 week moet uitdrogen
per cm indien hij minder dan 4 cm dik is, en 2 weken per cm indien hij meer
dan 4 cm dik is. Zes cm chape - wat veel voorkomt - moet dus minimum 8 weken
uitdrogen.
Tip: of de chape droog genoeg is, kan je controleren door er
met tape een stuk doorzichtig plastic op te kleven. Als het plastic na een
dag nog altijd droog is, mag je aan de slag.
- Een te ruwe betonnen
vloer moet met een egalisatiemiddel of met een ondervloer geëffend worden.
Renovatie
- Een dampdichte, niet-verende vloerbedekking zoals vinyl en linoleum
mag je laten liggen, de laminaatvloer kan daar zo op geplaatst worden.
- Dampopen vloerbekleding (bijvoorbeeld tapijt) moet je verwijderen.
Is de ondergrond een plankenvloer?
- Verwijder eerst de eventuele vloerbekleding.
- De vloer moet stabiel zijn, spijker losliggende delen dus vast.
- Breng indien nodig een uitvlakvloer aan (bijvoorbeeld multiplex
of spaanplaat).
- Het hout mag maximaal 10 % vocht bevatten. Indien de
ruimte te vochtig is moet dat probleem eerst opgelost worden, vooraleer je
er ook maar aan denkt om een laminaatvloer te plaatsen.
- Een eventuele
ruimte onder de plankenvloer moet voldoende geventileerd worden. Zorg daarom
voor minstens 4 cm2 ventilatieopening(en) per m2 vloer.
Stap 3: folie en ondervloer
- Bedek de ondergrond met een dampdichte folie van minimum 0,15 mm dik,
om opstijgend vocht te voorkomen. Het best is een folie uit één
stuk. Als dat niet mogelijk is, zorg er dan voor dat de verschillende delen
elkaar minstens 20 cm overlappen en plak de voegen toe met een dampdichte kleefband.
Trek de folie door tot achter de plint en tegen de muur omhoog. Zo voorkom
je dat muurvocht de laminaatvloer kan aantasten.
- Op de folie komt een
isolerende, dempende en egaliserende tussenvloer. Hiervoor heb je verscheidene
mogelijkheden.
- Voor betonvloeren: bijvoorbeeld polyethyleenschuim
(2 tot 3 mm dik), eventueel afgewerkt met een plastic antivochtzeil,
of polystyreenschuim (3 mm dik), eventueel met een aluminiumlaag. Deze
laatste ondervloer heeft goede thermische en akoestische eigenschappen
en is ook brandvertragend.
- Voor beton- en plankenvloeren: geperste houtvezelplaten
van 6 of 7 mm dikte. Deze ondervloer geeft een hogere stabiliteit en
een betere warmte- en geluidsisolatie.
Stap 4: Bepaal de legrichting van de panelen
De legrichting van de laminaatpanelen is afhankelijk van diverse criteria.
- De aard van de ondergrond: als laminaat op een bestaande plankenvloer
wordt gelegd, leg je de panelen loodrecht ten opzichte van die planken.
- De lichtbron: leg de panelen in de richting van de lichtinval.
- De vorm van het vertrek: leg de panelen in de lengterichting van
de kamer.
Stap 5: Leg de laminaatvloer
- Tegenwoordig wordt nog bijna uitsluitend ’klik’-laminaat
gelegd. Er bestaan verschillende systemen, maar het bekende ’Uniclic’ (gepatenteerd
door Quick-Step) is het enige dat zowel op de langse als op de kopse kant
in elkaar gewenteld én in elkaar geslagen kan worden. Dat is belangrijk
als je onder een deurlijst werkt of onder een radiator. Heel wat andere producenten
hebben dan ook een licentie op ’Uniclic’ genomen. Het kliksysteem
garandeert niet alleen netter werk - vergeleken met
vroeger, toen lijm gebruikt werd - maar gaat ook tot anderhalf keer sneller.
Bijkomend voordeel is dat de vloer beter bestand is tegen vocht en dat hij
vlot gedemonteerd kan worden en tot drie maal toe ergens elders geplaatst.
- Laminaatvloeren worden meestal los (’zwevend’) gelegd;
je hoeft de stroken dus niet op de basisvloer te nagelen of te lijmen. Ook
dat is praktisch als je verhuist én het verbetert de geluidsisolatie.
Aan de slag
- Begin nooit zomaar laminaatpanelen te leggen in een hoek of tegen
een muur (zeker in oude woningen zijn deze zelden haaks). Het beste is
een loodlijn te trekken vanaf de deur langswaar je meestal zal binnenkomen
en van daaruit een parallellijn uit te tekenen langs de muur waartegen je
wil beginnen. Daartegenaan leg je de eerste rij panelen uit, die je zijdelings
in elkaar klikt. De juiste afstand tot de muur kan je met spietjes of afstandsblokjes
blokkeren.
- Het samenvoegen van laminaatpanelen met een kliksysteem kan op twee
manieren.
- De panelen kunnen in elkaar gewenteld worden. Zowel tand in groef,
als groef in tand zijn mogelijk, maar het eerste is het makkelijkst.
Je plaatst het te monteren paneel onder een hoek van 20-30° tegen
het reeds geplaatste paneel. Beweeg het te monteren paneel lichtjes op
en neer en oefen tegelijkertijd een voorwaartse druk uit. De panelen
zullen vanzelf in elkaar klikken.
- In sommige gevallen kan je de panelen niet in elkaar wentelen, bijvoorbeeld
onder een deurlijst. In dit geval kan je de panelen ook in vlakke positie in
elkaar slaan. Let op dat je dit met een stootblokje en zeer voorzichtig doet,
zodat je de panelen niet beschadigt. Voor de korte kant moet je met een aantal
klopjes werken tot de volledige verbinding in elkaar klikt. Voor de lange kant
moet je progressief werken: begin op de hoek van een paneel met lichte slagjes
te kloppen tot daar de verbinding ineenzit en herhaal dit om de 30 cm tot de
volledige lange zijde van het paneel in elkaar geklikt is.
- Controleer de panelen van alle verpakkingen voor en tijdens het
plaatsen. Slechte panelen mogen niet geplaatst worden.
- Zorg tijdens het leggen voor goede verlichting.
- Aangezien hout het voornaamste bestanddeel is van een laminaatvloer,
en de vochtigheidsgraad in een woning door seizoensinvloeden kan veranderen,
is het mogelijk dat de vloer uitzet. Daarom moet langs de wand en rondom leidingen
en kozijnen, of bij dorpels, een uitzettingsvoeg van minstens 8 tot 10 mm worden
voorzien. Hiervoor kan je spietjes of afstandsblokjes gebruiken. Deze voegen
worden achteraf afgedicht met een profiel dat niet aan het laminaatpaneel maar
aan de basisvloer bevestigd wordt. Ook tussen de laatste rij en de muur moet
een uitzettingsvoeg voorzien zijn van 10 mm. Hou hiermee rekening bij het verzagen
van de langskanten van de laatste rij panelen. Plaats deze panelen 1 per 1
vlak naast de panelen van de voorlaatste rij en stoot de lange kant met behulp
van het trekijzer en hamer in elkaar. De korte kanten worden met behulp van
een blokje in elkaar gestoten.
- Bij een vloer langer dan 12 meter en breder dan 6 meter is het ook
aan te raden een uitzettingsvoeg aan te brengen. Dit is eveneens het geval
als je het laminaat doorlegt van de kamer naar de hal. Hiervoor zijn speciale
overgangsprofielen verkrijgbaar.
- Lopen er buizen langs de wand, meet
dan waar het middelpunt van de buizen zich precies bevindt. Boor een gat
met een diameter gelijk aan deze van de buis plus 16 mm, als uitzettingsvoeg.
Verzaag de laminaatstrook en leg hem mooi in het rijtje. Het beste is als
je ervoor kan zorgen dat een buis zich bevindt op de kopse samenvoeging van
twee panelen.
- Om de vloer mooi af te maken, leveren de betere producenten plinten
die zijn gemaakt in dezelfde structuren en kleuren als de laminaatvloer.
Stap 6: afwerking
Na de plaatsing kan je de vloer onmiddellijk betreden en met de afwerking
beginnen. Dit is één van de voordelen van een laminaatvloer.
- Verwijder alle afstandsblokjes.
- Plaats de plinten tegen de omhoogstekende folie. Bevestig ze met
behulp van een speciale strip op de wand, nooit aan de vloer; die moet immers
onder de plint kunnen uitzetten en inkrimpen.
- Werk buizen af met rozetten of met een elastische pasta.
- Op plaatsen waar geen profielen of plinten kunnen geplaatst worden,
kan je ook de uitzettingsvoeg opvullen met een elastische pasta.
Stap 7: Voorzorgsmaatregelen & onderhoud
- Lees vooraf altijd de gebruiksaanwijzing op de verpakking.
- Bescherm meubel- en stoelpoten met vilt- of plasticdopjes.
- Vermijd het inlopen van vuil, water en zand door een voetmat aan
de deur te leggen.
- Gebruik bureau(rol)stoelen met zachte rollen, geschikt voor laminaatvloer.
- Zorg ervoor dat de vochtigheidsgraad in de kamer minstens 50% bedraagt.
Gebruik, indien nodig, een luchtbevochtiger.
- Een laminaatvloer stofzuig je met een zachte zuigmondborstel of
reinig je met een vochtige - nooit echt natte - doek. Gebruik geen zeephoudende
middelen. Gebruik ook geen te koud water. Lauw of warm water geven minder
kans op strepen.
- Een laminaatvloer is bestand tegen vrijwel iedere
vlek. Koffie, thee, rode wijn, limonade, olie en viltstift haal je snel
weg met een vochtige doek. Teer, potlood, schoensmeer, lippenstift of nagellak
verdwijnen met terpentijn, aceton of wasbenzine.
- Voor het verwijderen
van hard-nekkige vlekken bestaat er ook een speciale laminaatcleaner.
Hiermee wordt de vloer niet alleen streeploos schoon, het product laat ook
een beschermend laagje achter. Voor de gewone onderhoudsbeurten verdun je
de cleaner met water, voor hardnekkige vlekken kan je het product onverdund
gebruiken.
- Gebruik nooit middelen met een schurende werking: ze kunnen de glanslaag
aantasten.
- Behandel een laminaatvloer ook nooit met boenwas of ’polish’.
- Er bestaan speciale pasta’s waarmee je kleine beschadigingen
kan behandelen. Kleine deukjes of scheurtjes kan je vrij eenvoudig repareren
met behulp van een vulmiddel. Voor een ernstige beschadiging raadpleeg je het
beste een vakman. Hij zal waarschijnlijk het paneel vervangen.
In welke ruimtes ?
Laminaatvloer kan in bijna elke ruimte: de woonkamer, de keuken, de slaapkamers,
de studeerkamer, en de hal. Alleen voor de badkamer en de sauna is laminaatvloer
niet geschikt. De toplaag is wel waterbestendig, maar bij veel vocht kan de
drager gaan zwellen. Ook in andere ruimtes moet stagnerend vocht - bijvoorbeeld
door een omgevallen glas - onmiddellijk worden verwijderd.
Creatief met laminaat ?
Een groot voordeel van de enorme afwisseling in kleuren en dessins is dat
je met laminaatvloer gemakkelijk je eigen ontwerp kan realiseren. Leg de vlakken
of stroken laminaat dwars, recht of diagonaal, en je kan allerlei motieven
en structuren op de vloer aanbrengen. Grote vloeroppervlakken kan je ook doorbreken
of extra accentueren met behulp van inzetstukjes (van 19 x 19 cm) met diverse
motieven.
En de prijs ?
Laminaat is zeker geen dure, maar ook geen spotgoedkope vloer. Er zijn heel
goedkope uitvoeringen op de markt, maar de kwaliteit is meestal navenant. Een
goede laminaatvloer is over het algemeen duurder dan vinyl, linoleum en kurk,
maar goedkoper dan kwaliteitstegels, natuursteen of parket.
Je vindt een degelijke laminaatvloer vanaf 16 euro/m2 voor de basisversie,
tot zo’n 30 euro/m2 voor topkwaliteit. Daarbij moet je nog enkele euro
per m2 bijtellen voor de ondervloer. Plaatsen kan je, zoals je gelezen hebt,
makkelijk zelf.
Wat heb je nodig?
- meetlat en potlood
- winkelhaak
- spandraad
- een houten klos
- hamer
- fijngetande zaag, decoupeerzaag, of afkortzaag
- koevoet of trekijzer met opstaande rand (om met de hamer op te slaan)
- afstandsblokjes, spietjes van verschillende diktes
- eventueel plaatsingsset van de fabrikant
|