De hedendaagse Kerstman is eigenlijk een samenversmelting van twee héél verschillende figuren. Aan de ene kant is er Nicholas, een bisschop uit de 4de eeuw die leefde in de stad Myra in Lycia, een provincie in het Bizanthijnse Anatolië (vandaag beter bekend als Turkije). Nicholas was gekend vanwege z'n gulle giften aan de armen. Het meest bekende verhaal is dat waar hij aan de drie dochters van een arm, maar zeer godvruchtig man, een bruidschat geeft waardoor ze toch kunnen trouwen en aldus niet in de prostitutie terecht komen. Nicholas was reeds van jonge leeftijd zeer religieus en wijdde zijn gehele leven aan het Christendom. Omwille van z'n vele goede daden werd hij later heilig verklaard. In Europa (en meer bepaald in Nederland, België, Oostenrijk en Duitsland) wordt hij nog steeds afgebeeld als Bisschop, compleet met mijter en staf.
De tweede figuur is Father Christmas, die voor het eerst in afbeeldingen opduikt in het 17de eeuwse Engeland maar waarvan de oorsprong kan teruggeleid worden naar de Noorse godheid Wodan (Odin). De overlevering wil dat Wodan ook geschenken uitdeelde tijdens het midwinterfeest (Yule tide). Daarbij verplaatste hij zich op z'n vliegende paard Sleipnir, dat 8 benen had. Wodan wordt Father Christmas, een rondbuikige man met een lange baard die een groene, met pels gevoerde mantel draagt. Hij staat symbool voor de gezellige sfeer van Kerstmis en wordt ook zo beschreven in het overbekende boek van Charles Dickens "A christmas Carol" waar hij als de "Spirit of Christmas Present" z'n opwachting maakt.
Bij de grote uittocht naar Amerika namen de Nederlanders de traditie van Sinterklaas (Sint Nicholas) mee naar hun New Amsterdam, de stad die later New York werd. In Amerika wordt de Kerstman meestal Santa Claus genoemd. Deze naam is duidelijk afgeleid van het woord Sinterklaas. Aanvankelijk worden de geschenken nog gegeven op 6 december (de vermoedelijke datum waarop Sint Nicholas overleed). In Washington Irving's boek "History of New York" verliest Sinterklaas z'n typische kenmerken en wordt hij beschreven als een nogal rondbuikige, goedlachse zeeman met een pijp en een dikke groene wintermantel. Maar Irving's boek was in wezen een satire over de het leven van de Hollanders in New York en z'n beschrijving van Santa Klaus was dan ook helemaal door hem verzonnen en met zekerheid schertsend, zelf beledigend, bedoeld. Het beeld sloeg echter aan, Santa Klaus verandert langzamerhand en gaat meer en meer gelijken op Father Christmas. Z'n vliegende paard wordt een slede met 8 rendieren.
Een van de eerste tekenaars die de Kerstman afbeeldt zoals wij hem nu kennen (met rode jas en muts) is Thomas Nast, een Amerikaans cartoonist, die hem in 1863 tekende om als illustratie de dienen in het weekblad "Harper's Weekly". Een hardnekkige verhaal doet de ronde dat het Haddon Sundblom was, een artiest die destijds voor Coca Cola werkte, die Santa Klaus voor het eerst in het rode kostuum stak. Dit is niet correct. De persoon van Santa Klaus is sinds de jaren 1920 niet meer wezenlijk van uitzicht veranderd en dit was jaren voordat Sundblom voor de Coca Cola Company reklamecampagnes bedacht.
Dankzij de media en vele andere invloeden steekt Santa Klaus opnieuw de oceaan over en wordt in Europa zo razend populair dat hij Sinterklaas al gauw naar de kroon (mijter) steekt. Dit tot grote ergernis van velen die vasthouden aan onze eigen, eeuwenoude traditie van die goede, brave Sint.
Bij ons staat Sinterklaas nog steeds synoniem met hét grote kinderfeest en zijn het voornamelijk de kleintjes die de geschenken krijgen. Kerstmis wordt dan weer eerder gezien als familiefeest, waar iedereen cadeautjes geeft en krijgt. Het hele huis wordt versierd en ademt de sfeer van Kerstmis.
De traditie van de Kerstboom is dan weer een héél ander verhaal, dat we jullie graag op een andere keer nog eens willen vertellen.
Voor al diegenen die al druk op zoek zijn naar de gepaste cadeautjes om onder de kerstboom te leggen, klik hier >> |