NT face=TIMES>
De installatie van tuinverlichting Traditionele of laagspanningsverlichting, keuze van het materiaal, plaatsing, enz... De keuze in tuinverlichting is ruim en gevariëerd. Hoe weet u wat u nodig hebt ? Opdat tuinverlichting optimaal haar esthetische en veiligheidsfunctie zou kunnen vervullen, moet ze aan verschillende criteria beantwoorden.
Wat betekent de IP code ? De IP code is een aanduiding van veiligheid, die u de weerstandscoëfficient tegen stof en weersomstandigheden van verlichtingsarmaturen. Het gaat hier om een internationale norm (u vindt deze code op alle verpakkingen van verlichting). Deze norm is de enige die van toepassing is. De IP code bevat altijd 2 cijfers. Het eerste cijfer geeft aan hoe goed het materiaal bestand is tegen stofindringing. Het maximum is 6, maar vanaf het cijfer 4 bent u reeds zeker van een goed niveau van bescherming. Het tweede cijfer geeft aan hoe goed de armatuur be-schermt is tegen vocht, op een schaal van 0 tot 8. Veel artikelen van mindere kwaliteit hebben hier slecht indicatie 3 of minder : dit betekend een lichte regenbui. Vanaf cijfer 4 weer-staat het materiaal aan de kracht van een forse waterstraal. Vanaf niveau 7 kan het zelfs worden ondergedompeld in water. Goede producten dragen dus een IP code die gelijk is of hoger dan IP44.
Welk materiaal kiezen ? Gietaluminium is een traditioneel materiaal. Gezien het hoge gewicht en het feit dat dit een indruk van stevigheid wekt, geeft het een gevoel van duurzaamheid. Vergeet echter niet dat kunststof tegenwoordig ook heel wat voordelen biedt. Hoewel ze niet zo stevig lijken en veel minder wegen, zijn ze veel beter bestand tegen corrasie en hoge temperaturen. Omdat het productieproces van dergelijk lampen veel flexibeler is, hebben ze bovendien vaak een origineel design.
Laagspanning of netspanning ? Over het algemeen kan u stellen dat u een tuinverlichting op netspanning nodig hebt (220 V) als u wil verlichten om veiligheidsredenen, om u gemakkelijker te kunnen oriënteren en als be-scherming. Denken we hierbij aan treden van een trap, afbakening van een oprit of tuinpad, betere zichtbaarheid van opstakels en muren. Wilt u echter in de tuin een bepaalde sfeer verkrijgen door middel van verlichting dan zullen enkele laagspanningsarmaturen (12 V) over het algemeen wel volstaan. De installatie van laagspanningsverlichting is bovendien kinderspel.
Installatie van laagspanningsarmaturen
- Laagspanningslampen werken met behulp van een transformator die moet worden gebruikt met een waterdicht stopcontact indien dit zich buiten bevindt.
De transfo zet de netspanning van 220 V om in laagspanning van 12 V, wat echter nog ruim voldoende is voor die enkele tuinlampen. De lampen worden in kit geleverd, vooraleerst moet u ze in elkaar steken. Haal de kabel door de buis tot dat die er onderaan uitkomt. Plaats de lampvoet en haal ook hier de kabel door. Schroef vervolgens de "plantpiek" op z'n plaats. Deze piek is heel handig, want hij laat u toe om de lamp heel eenvoudig in de tuin te "planten" op de door u gekozen plaats. Dit type verlichting kan u, indien gewenst, altijd probleemloos van plaats veranderen. Schroef het aftakdoosje open en maak de kabel die naar de transformator loopt en deze die naar de lamp loopt erin vast. Wanneer alle lampen op die manier verbonden zijn, kan u ze op het stopcontact aansluiten.
- "Plant" nu de lampen in de grond. U kan ze, indien u dit wenst, ook op een houten terras bevestigen (uiteraard dan zonder de piek).
Graaf een ondiep geultje uit om, over de gehele lengte tot aan de transformator, de kabels en de aftakdozen in te verbergen. Sluit de draadfiche die met de lampen verbonden is aan op de daarvoor voorziene plaats in de transformator. Schroef vervolgens de afdekmoer op z'n plaats. De transfo kan zonder problemen op een buitenmuur worden bevestigd.
Installatie van tuinverlichting op netspanning
- Respecteer altijd alle veiligheidsvoorschriften bij de plaatsing van dergelijke verlichting want het spreekt voor zich dat vocht en elektriciteit nooit met elkaar in contact mogen komen. Gebruik steeds de juiste soort kabel en sluit hem aan volgens voorschrift.
Indien u een VFVB-kabel gebruikt voor de aansluiting van uw tuinverlichting, dient u een greppel met een diepte van minstens 80 cm uit te graven langs het traject waar u de lampen wil plaatsen. Deze diepte heeft als voordeel dat u de VFVB-kabel (speciale kabel voor blootstelling aan mechanische slijtage en on deraardse installaties) niet door een hiervoor aangebrachte beschermbuis moet trekken. Deze kabel heeft namelijk al een sterke beschermlaag onder z'n synthetische buitenhuls. Probeer het traject dat u uit moet spitten zo rechtlijnig mogelijk te houden van en naar de verschillende lampen. Dit heeft als voordeel dat u zich later beter kan herinneren waar de kabels zich ondergronds bevinden.
- Rol de kabel uit in de greppel. Hier bovenop gooit u een laagje grond en vervolgens plaatst u een waarschuwingsnet (meestal verkrijgbaar in zeer opvallende kleur). Bij later graafwerk in de tuin voorkomt dit beschermnet schade aan de kabels.
- Vul nu de greppel met de rest van de uitgegraven grond.
- Sluit de lampen aan.
U dient het elektriciteitsnet te beschermen met een hooggevoelige differentieelschakelaar (30mA).
U vindt nog meer informatie in onze Bricofiche 5.5 "Buitenverlichting plaatsen" |