|
|
 |

Roofing onderhouden
| In ons
regenachtig landje is een plat dak een gevoelig element. Regenwater
loopt er veel trager weg dan van een hellend dak en er kan soms zelfs
een laagje blijven staan.
Daarom moet de bedekking van een plat dak
steeds perfect waterdicht zijn, met een helling van 1 à 2 cm/m.
Het herstellen van zwakke of beschadigde plekken is een vuil en delicaat
werkje dat u misschien beter aan een vakman overlaat. Een verkeerde aanpak
veroorzaakt namelijk ernstige schade. Denkt u echter dat u deze klus
aankan, stellen we u de te volgen werkwijze voor.
We verdelen het onderwerp
in drie hoofdstukken. Het eerste behandelt de volledige vervanging
van de bekleding. Het tweede bespreekt enkele herstellingen. Het laatste
punt gaat over het onderhoud. |
|
|
| |
Roofing
vervangen
- De nieuwe roofing (klinkt beter
dan ’bitumineuze dakafdichting’) kan eventueel op de
oude geplaatst worden (na de nodige reinigings- en herstellingswerken
aan laag 1); maar als u de oude wegneemt, krijgt
u wel een beter idee over de algemene toestand van uw dak. Reinig of
vervang desgevallend beschadigde structuurelementen.
- Als de structuur
van hout is, check dan de beplanking waarop de nieuwe roofing komt.
Indien die te vervangen is, profiteer er dan van om er vochtwerende
panelen (multiplex, OSB...) te gebruiken.
- Op beton, polyurethaan-isolatieplaten
of oude vochtige roofing, moet u eerst een dampverspreidingsmembraan
(een microgeperforeerde folie) plaatsen. Deze verspreidt de waterdamp
die zich tussen draagstructuur en roofing zou bevinden en voorkomt
zo blazen. Dit membraan wordt los geplaatst (niet gelijmd) en de
banen overlappen elkaar met minstens 10 cm.
|
| |

|
| |
- Wat
ook de voorgeschreven plaatsingsmethode is van de gekozen roofing
(zie verder); breng altijd een hechtingsprimer aan op de draagstructuur.
Uitstrijken met een borstel, een rol of met een bezem als het om
een grote oppervlakte gaat. Eens gedroogd vormt deze een uniforme en
waterdichte laag.
- Er
bestaan verschillende soorten roofing. De kwaliteit hangt af van
het gebruikte bitumen, de wapening en de afwerking. Sommige zijn
beter warmtebestand zoals APP-bitumen. Kies roofing met een wapening
in glasvezel of polyester; deze scheurt niet. Maar eigenlijk is
het vooral de uitvoering, de correcte plaatsing, die superbelangrijk
is. Volg strikt de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
- Voorzie
voor plaatsing op een houten draagstructuur een onderlaag, bv in vilt,
mechanisch bevestigd (meestal met roestvrije nagels met brede platte
kop). U nagelt om de 10 cm, op de overlapping en in het midden van
de rol.
- Rol nu de roofing
open en snij hem op lengte met een cutter. Leg de banen dan zó,
dat de randen elkaar met ± 10 cm overlappen.
- Op
hout kan u ook de roofing zelf eventueel mechanisch (dus genageld)
bevestigen. Spijker de overlapping ook nu vast met nagels met brede
koppen die niet roesten.
- Voor
de bevestiging van de bedekking, bestaat een volgende methode erin
de rollen roofing te lassen. Verwarm beetje per beetje met de gasbrander
en ontrol ondertussen de roofing langzaam op de draagstructuur.
Voorzie een overlapping van een tiental centimeter. U moet hiervoor de
bovenste roofingbaan verwarmen en tegen de al geplaatste laag aandrukken.
Daarna strijkt u over de naden met een vooraf verwarmd truweel
voor een waterdichte verbinding. Vergeet niet stevige veiligheidshandschoenen
aan te trekken!
|
| |
- Een
andere, minder gewaagde plaatsingsmethode voor doe-het-zelvers gebruikt
koudlijm. Deze speciale wordt over de ganse oppervlakte uitgesmeerd
- zowel op beton, hout als op oude roofing - met een borstel, rol
of trekker. Vergeet ook nu de 10 cm overlapping tussen de stroken niet.
De te overlappen roofinggedeeltes moeten uiteraard ook met lijm ingestreken
worden.
- Roofing wordt,
afhankelijk van het type, in één, twee of meer lagen
geplaatst. Dan moet u de banen per laag wat laten verspringen, tegen
te grote diktes als gevolg van de vele overlappingen. Vergeet de afwatering
van het dak niet.
- De verbinding
met de muren gebeurt met een ’opkant’. Dit dient om de
hoek van 90° van dak en muur, een gevoelige plaats, af te werken.
De opkant wordt gemaakt met een houten lat of isolatie in driehoekige
sectie. De roofinglaag moet hier, een vijftiental centimeter tegen
de muur oplopend, verdubbeld worden. Dit gedeelte tegen de muur wordt
best gelast (of met ruim voldoende koudlijm ingesmeerd) en beschermd
door een speciaal aluminium of polyester profiel. Verder af te werken
met een soepele voeg, voor een perfecte waterdichtheid van de rand.
|
| |
 |
| |
Herstellen
Blaasvorming en barsten in de roofing
zijn een bekend fenomeen. Het gevolg van waterdamp die niet weg kan, van
thermische schokken en soms ook van de verdamping van de oliën van de
bitumen.
Deze aantasting maakt de roofing broos
en kan de waterdichting van het dak in gedrang brengen. |
| |
Hoe dit oplossen?
Met
een cutter de blaas in kruisvorm opensnijden en de vier hoeken uiteenplooien.
Reinig de draagstructuur grondig en laat drogen.
In de blaas brengt u een speciale
lijm aan, waarna u ze mooi dicht. (Als de draagstructuur het toelaat, kunt
u er ook stukken op nagelen met verzinkte breedkopnagels).
Vervolgens
brengt u met een spatel een laag coating aan.
Ten slotte kunt u de
herstelling bedekken met een wapeningsvlies dat u in de coating verwerkt. Vermits
dit vlies elastisch is, zal het de vervormingen van de roofing volgen zonder
te scheuren. |
| |
Onderhoud
Een
plat dak moet (nog meer dan een zadeldak) regelmatig geïnspecteerd
worden.
Check of de afvoerpijpen nog goed functioneren.
Controleer ook alle verticale muurafdichtingen. Verwijder mos en eventuele
andere planten die de roofing kunnen beschadigen. Verwijder ook te grote
hoeveelheden bladeren die de afvoerpijpen zouden kunnen verstoppen. |
| |
Mosbehandeling
Mos
kan de goede afloop van het dakwater belemmeren. Besproei het mos één
of tweemaal per jaar met behulp van een gieter en water waarin u een scheut antimosmiddel
of javel doet.
Verwijder na enkele dagen het dode mos dat de dakgoot of de afvoerpijpen
zou kunnen verstoppen. |
| |
Een opknapbeurt
Er
zijn coatings te vinden om uw dak een goede opknapbeurt te geven en helpen
voorkomen dat u de roofing te vlug moet vervangen.
Kies een dag uit dat het niet
regent. Verwijder alle mogelijke vuil (indien nodig met de hogedrukreiniger).
Let op dat u de afvoerpijpen niet verstopt. Laat drogen.
Zoals
hierboven brengt u met een borstel eerst een primer aan. Laat drogen. Eventuele
herstellingen bedekt u met een elastisch versterkingsvlies en u brengt alvast
een laag coating aan op de plaats van de herstelling.
Vervolgens brengt u op de
hele dakoppervlakte een eerste laag coating aan. Zorg ervoor dat deze regelmatig
verspreid en niet te dun is.
Breng
tenslotte een tweede laag aan, kruiselings
op de eerste, er wel op lettend dat u
de eerste laag niet beschadigt. |
| |
Materieel
- trekker
- rol
- veiligheidshandschoenen
- roofing in rollen
- verfpistool
- borstel
- cutter
- gasbrander
- spatel
- glasvlies
|
| |
|
|
 |
|