e-shop Promoties en acties Diensten Calculators Newsletter     version FR
  Tuinliefhebber Bouwliefhebber Tips en kneepjes Bricofiches Forum Winkels
Praktische raadgevingen
Raad van de maand
Evenementen

Raad en tips van de maand

Een plankenvloer plaatsen

Een plankenvloer plaatsen

In onze reeks doe-het-zelf-reportages hebben we het over het plaatsen van een plankenvloer.

Een houten vloer kan iedereen die een beetje handig is en voldoende geduld heeft, mits enkele goede tips, zelf plaatsen. Die tips krijg je op de volgende bladzijden van een vakman die we stap voor stap volgen bij het lijmen van een plankenvloer op een chape.

Maar omdat lijmen niet altijd en overal de beste keuze is, bekijken we eerst ook kort de andere mogelijke plaatsingstechnieken.

Plaatsingswijze hangt af van ondergrond

De ondergrond waarop de plankenvloer komt, verschilt van huis tot huis. De plaatsingswijze zal daaraan aangepast moeten worden.

 

Soms kan de vloer rechtstreeks  geplaatst worden op houten balken. De planken worden daar dan dwars op genageld. Deze techniek, die eeuwenoud is, wordt nu alleen nog toegepast bij de renovatie van houten vloeren.
Het grootste nadeel is een vrij slechte akoestische en thermische isolatie doordat lucht makkelijk door de vloerspleten kan. Op het gelijkvloers zullen dergelijke houten vloeren ook meer ’werken’ omdat ze niet geïsoleerd zijn.
De richting van de vloerbalken bepaalt meteen de plaatsingsrichting van de houten vloer, dat wil zeggen loodrecht erop.
Je moet in dit geval een plankenvloer kiezen die voldoende dik is (19 à
22 mm), anders bestaat het gevaar dat hij in de loop der jaren doorbuigt.

 

Op osb-platen

Je kan op de balken eerst een laag platen aanbrengen, vooraleer de plankenvloer te plaatsen. Vaak gebruikt men hiervoor osb-platen.
Naast een betere isolatie door de  betere luchtdichtheid, laat deze techniek toe de plaatsingsrichting van de planken vrij te kiezen. Je moet immers geen rekening meer houden met de richting van de vloerbalken.
Je kan hier ook voor minder dikke planken kiezen (14 mm).
Het waterpas leggen van de osb-platen is uiteraard heel belangrijk. Soms is dit een vrij moeilijk karwei als het om een oude roostering gaat of om balken die sterk doorbuigen.

 

Op een chape

Houten planken op een chape plaatsen biedt meestal de grootste vrijheid bij de keuze van de plaatsingsrichting en de dikte van de planken. Hier moet je wel rekening houden met een min of meer lange droogtijd als de chape pas gegoten is.

Op een andere harde ondergrond

Een plankenvloer plaatsen op andere harde ondergronden, oude tegels bijvoorbeeld, gelijkt op de vorige maar hier moet je letten op de stabiliteit (losse tegels moeten eerst worden vastgecementeerd) en de effenheid. Meestal zal je een egaliserende laag  moeten aanbrengen.

 

Op gipsvezelplaten

Op platen van het type Fermacell, Rigidur en andere verloopt de plaatsing zoals op chape.

Zwevende plaatsing

Hierbij worden de planken op de vloer gelegd zonder dat ze op welke plaats dan ook op die vloer wordt vastgemaakt. Deze plaatsingswijze wordt veel gebruikt bij meerlagige plankenvloer. Ze is ook geschikt voor licht onregelmatige vloeren die je niet kan egaliseren, mits een aangepaste onderlaag.

Het voordeel van deze methode is de snelheid van uitvoering, het feit dat je later de bedekking kan meenemen, en de prijs. Het nadeel is de mindere stabiliteit, met als gevolg een minder goed loopcomfort.

 

De manier waarop de planken bevestigd worden, hangt zowel af van de ondergrond als van de gekozen planken.

 

Op balken

Alleen nagelen is een goede oplossing. Kies nagels van minstens 50 mm lengte, die je bij voorkeur bevestigt met een nagelpistool op perslucht. Naast het gebruiksgemak biedt dat het voordeel dat je fijnere nagels kan gebruiken dan de traditionele bolkopnagels.
Het nagelen gebeurt ’zichtbaar’, met andere woorden doorheen de plank (in tegenstelling tot plaatsingswijzes waarbij doorheen de tand wordt genageld, zie hieronder).

 

Op osb-platen

Op osb-platen (of een gelijkaardige ondergrond), gaat de voorkeur naar lijmen. De lijm wordt in banen aangebracht, zoals je in de hierna volgende fotoreportage kan zien, met behulp van een lijmkam. Maar je kan er ook hier voor kiezen om de planken door de platen heen te nagelen. 
Een andere mogelijkheid is nagelen én lijmen. In dit geval worden de planken gelijmd maar worden ze ook  diagonaal in de tand vastgenageld. Zo voorkom je dat je tijdelijk een of andere vorm van ballast op de plankenvloer moet leggen. Ook planken die slecht gedroogd zijn en lichtjes golven, kan je hiermee bedwingen.

 

Op harde ondergronden

Lijmen is in principe de enige oplossing. Soms - bijvoorbeeld om een hoogteverschil met een andere kamer op te vangen - zal op die vloer toch eerst een roostering, bestaande uit kepers of latten, bevestigd moeten worden waarop dan de planken komen. Dan gebeurt de plaatsing zoals op vloerbalken en dus met nagels.
Het is mogelijk een plankenvloer op vinyl of een andere soepele vloerbekleding aan te brengen. Voorwaarde is wel dat je een lijm kiest die specifiek voor dit soort bekleding werd ontwikkeld en dat de uitvoering correct gebeurt. Voor dergelijke toepassingen steek je best op voorhand je licht op bij de houtleverancier en/of de lijmproducent.

 

Deze vraag is belangrijker dan je zou denken. Op balken heb je weinig keuze, of je zou er eerst een nieuwe roostering bovenop moeten maken.
Op andere ondergronden denk je beter twee keer na vooraleer aan de plaatsing te beginnen. De richting van de planken is immers zeer bepalend voor het uitzicht en de structuur van de kamer. Indien de planken in de kijkrichting geplaatst worden (gezien vanuit de deur langswaar je meestal binnenkomt), lijkt het vertrek langer. Als je ze dwars op de kijkrichting plaatst, zal de ruimte kleiner lijken.
Toch wordt meestal voor een dwarse plaatsing gekozen. Dit omdat het makkelijk is tegen de tussendorpel van de deur te beginnen met de plaatsing.
Maar je kan met de plaatsing evengoed centraal beginnen, op de plaats waar de blik op valt wanneer je de kamer binnenkomt, of je kan vertrekken van een opvallend element zoals een sierschouw.
Belangrijk is dat je weet dat de invloed van een houten vloer op de ruimte des te groter zal zijn naarmate de gekozen houtsoort donker en generfd is.

 

Legpatroon

De keuze is met langere planken uiteraard beperkter dan met korte stukjes parket.
Je kan kiezen voor een regelmatig  uitzicht, waarbij de ’korte voegen’ mooi in dezelfde lijn liggen of bijvoorbeeld voor een soort ’wild’ of ’aflopend’ verband waar het laatst afgezaagde stuk van een rij planken gebruikt wordt,  om aan de volgende rij te beginnen. Bij dit laatste zal je veel minder materiaalverlies hebben.
Let er wel op dat planken van twee opeenvolgende rijen elkaar altijd minstens 15 cm overlappen. Kleinere stukken zijn echt niet mooi.

 

Vroeger werden meestal plankenvloeren van ruw hout geplaatst, waarna ze ter plaatse hun definitieve afwerking kregen. Nu heb je meer keus.

 

Voorgelakt

Heel populair zijn tegenwoordig de  legklare plankenvloeren die reeds in de fabriek behandeld en voorgelakt zijn en geen andere afwerking nodig hebben.
Je vindt gefumeerde planken, gebleekte, koffiekleurige, donkere, tot kunstmatig verouderde planken. Ze kosten iets meer maar bieden het voordeel dat je veel tijd uitspaart die je anders in schuren en vernissen, oliën of boenen zou steken.

 

Geolied

Het hout kan ook behandeld worden met olie, vooraf in de fabriek of na de plaatsing.
Deze olie dringt diep door tot in de houtporiën en biedt zodoende een optimale bescherming. Je doet er goed aan de olie eerst op een losse plank uit te testen, omdat de tint van het hout kan veranderen.
De eerste twee jaren zal de vloer een keer per jaar moeten geolied (of geolied en geboend) worden om de beschermingslaag te vernieuwen (deze behandeling zal vervolgens in de tijd kunnen gespreid worden).
De oliën hebben de laatste jaren een voortdurende ontwikkeling gekend en je vindt dan ook diverse - ook ecologische - producten van uitstekende kwaliteit.
Let er op dat je het hout niet oververzadigt. In dat geval wordt de vloer vet en zal hij moeilijk drogen.
Let op wanneer je kiest voor een gekleurde olie. In dat geval hangt de kwaliteit van de afwerking af van de kwaliteit van diegene die ze aanbrengt. Olie ’veroudert’ sneller en zal ook sneller moeten vernieuwd worden dan vernis. Wij zijn van mening dat deze afwerking minder geschikt is voor houtsoorten die impactgevoeliger zijn (onder meer harshoudende soorten).
Belangrijk is verder dat het onderhoudsproduct moet aangepast zijn aan het afwerkingsproduct. Wanneer je de plankenvloer afwerkt met een olie van een bepaald merk, dan is het best dat je hem ook onderhoudt met producten van hetzelfde merk.

 

Verglazen en vernissen

Vitrifiëren, verglazen of vernissen gebeurt met een product met synthetische harsen op water- of solventbasis. Je moet een grondlaag (al dan niet met een kleurpigment) en één of meer afwerkingslagen aanbrengen.
Breng de afwerkingslaag steeds aan in de richting van de nerven.
Geef de voorkeur aan satijn- boven glanzende vernis; de slijtage zal minder snel zichtbaar zijn.
Deze afwerking is vooral aangewezen op plaatsen waar het slijtrisico laag is.
Tegenwoordig vind je ook ultramatte verglazers die het hout een ogenschijnlijk onbehandeld aspect geven. Dat geeft een zeer natuurlijke indruk, ook wat de houttekening betreft.
Geverniste houten vloeren hebben meestal genoeg aan een droog onderhoud, met stofzuiger of stofdoek.
Een dagelijkse beurt met de stofzuiger en een goed uitgewrongen dweil en eventueel enkele druppels natuurlijke zeep doen de rest (nooit schuurmiddelen gebruiken).
Het type afwerking beïnvloedt de plaatsingswijze
Een ruwe vloer die later moet geschuurd en geolied of verglaasd worden, kan het met om het even welke bevestiging stellen. Indien je echter gekozen hebt voor een vloer die reeds in de fabriek behandeld is, kies je beter voor een gelijmde plaatsing of een genagelde verbinding via de tand.

 

De termen parket en plankenvloer worden vaak door elkaar gebruikt. Toch kunnen we wel degelijk een onderscheid maken. Wat je vooraf moet weten: volgens een Europese norm spreken we over een parket of een plankenvloer wanneer de dikte van de slijtlaag minimaal 2,5 mm bedraagt. Wanneer de slijtlaag minder dan 2,5 mm is, gaat het om een houtfineervloer.

 

Plankenvloer

Verzamelnaam voor alle massieve en dragende houten vloeren. De planken hebben een dikte van 14 tot 34 mm, een breedte van 80 tot 200 mm en een lengte van 150 tot 600 cm en meer. Vroeger werden rechte planken gebruikt maar tegenwoordig worden deze meestal voorzien van tand en groef. Vandaag wordt een plankenvloer vooral gebruikt als massief parket, waardoor beide termen steeds vaker door elkaar worden gebruikt.

 

Parket

Parket is een benaming die vele ladingen dekt, gaande van blokjes over strookjes tot tegels en planken. Parket kan bestaan uit massief hout of samengesteld zijn uit meerdere houtlagen. Parketvloeren zijn verkrijgbaar in sobere uitvoeringen zonder veel kleur- en textuurvariaties, maar ook in kleurschakeringen met knoesten en levendige structuren. De gladdere knoestvrije soorten zijn normaal gezien duurder dan soorten met enige onvolkomenheden.

 

Wat heb je nodig?
¿ vouwmeter
¿ winkelhaak
¿ potlood
¿ hamer
¿ houten
afstandsblokjes
¿ kleine handschaaf
¿ schraper
¿ decoupeerzaag (wipzaag)
¿ elektrische
verstekzaag
¿ lijmpistool (hier aangesloten op
de compressor)
¿ vlakschuurmachine

- © Brico 2014 - all rights reserved - Alle prijzen vermeld op deze website zijn inclusief BTW en exclusief leveringskosten. -